Deze zomer trokken we met onze camper door Frankrijk en Spanje. Een van de plekken die we graag wilden bezoeken, was de historische stad Chartres in het noordwesten van Frankrijk. Deze stad is vooral bekend om zijn wereldberoemde gotische kathedraal. In de kathedraal bevindt zich een groot labyrint, dat symbool staat voor de spirituele levensreis van de mens naar God. De weg die je aflegt, staat voor de beproevingen, twijfels en wendingen in het menselijk leven. Er wordt gezegd dat wie dit pad bewandelt, altijd de juiste bestemming bereikt.

Het middelpunt van het labyrint vertegenwoordigt het hemelse Jeruzalem, God of innerlijke rust en verlichting. Nadat je dit hebt bereikt, volg je de weg weer terug naar buiten. Dit staat symbool voor de opdracht om de opgedane spirituele wijsheid mee terug te nemen in de alledaagse wereld.

Elke vrijdag is dit labyrint toegankelijk voor bezoekers. Ook ik wilde ervaren hoe het is om dit pad te bewandelen. Wat ik toen nog niet wist, was dat ik tijdens het lopen plotseling overvallen zou worden door een paniekaanval. Er was vooraf geen enkele aanleiding voor.

Paniek

Ik betrad de kathedraal en vervolgde mijn weg naar het labyrint. Daar zag ik meerdere mensen het pad bewandelen, ieder op een eigen tempo en op een ander punt in het labyrint. Ik had nog maar een paar stappen gezet op het pad toen ik een paniekaanval kreeg. Het zweet brak me uit. Mijn ademhaling zat hoog en was oppervlakkig. Ik had het gevoel dat ik niet voor- of achteruit kon. Ik voelde me ontzettend nietig te midden van al die mensen om me heen in dit immense bouwwerk.

Paniek is mij niet onbekend. De eerste keer dat ik een paniekaanval kreeg, was tijdens hoorcolleges in mijn studententijd. In een grote, volle collegezaal met honderden rechtenstudenten kwam van het ene op het andere moment alles op me af. Ik ervaarde precies dezelfde sensaties als in het labyrint. Na de pauze ging het dan vaak weer beter. Destijds wist ik nog niet wat er aan de hand was. Het enige wat ik deed, was de paniek uitzitten en deze verbergen voor de buitenwereld.

Later begon de paniek zich uit te breiden naar andere plekken, zoals volle bioscoopzalen en grote steden. De constante stroom van geluiden, bewegingen en mensen zorgde voor een overvloed aan prikkels die ik nauwelijks kon verdragen.

Ook nu kan ik daar nog last van hebben, vooral op momenten dat ik moe ben of een vol hoofd heb na een lange werkdag. En hoewel ik uit ervaring weet dat paniek ook weer wegebt, vind ik het moment dat ik er middenin zit nog steeds heel eng. Het liefst zou ik situaties die paniek uitlokken uit de weg gaan, maar ik weet dat vermijden mijn wereld alleen maar kleiner maakt.

Kracht hervinden

Even ging het door mijn hoofd om het labyrint te verlaten om van dit akelige gevoel af te komen. Maar iets in mij gaf me de kracht om door te lopen. Ik probeerde mijn aandacht heel bewust te richten op mijn directe omgeving. Ik weet dat dit een goede oefening is om paniek te doorbreken. Ik focuste op de mensen die direct voor me liepen en degenen die zich al verder in het labyrint bevonden. Het viel me op dat de meesten heel aandachtig liepen, gefocust op elke stap die ze zetten. Ook zij stonden af en toe even stil. Toen ik mijn blik richtte op de schitterende glas-in-loodramen, zag ik hoe het zonlicht naar binnen viel en het immense gebouw hulde in prachtige kleuren. In de zijgangen van de kathedraal zag ik bezoekers kaarsjes aansteken. Andere bezoekers zaten in de kerkbanken en leken in gebed of gedachten verzonken. Ik merkte dat mijn paniekgevoelens weer afnamen. Stapje voor stapje en met korte pauzes bereikte ik het middelpunt. Er overheerste een gevoel van trots, omdat ik de paniek niet had laten winnen.

Woord voor onderweg

Bij het verlaten van het labyrint kreeg ik van een medewerkster van de kathedraal een briefje in mijn handen gedrukt waarop het woord ‘Forgive’ stond. Deze briefjes worden uitgereikt om bezoekers te helpen de spirituele ervaring van het labyrint te integreren in hun dagelijks leven. Het zette me vrijwel meteen aan het denken over het gedrag van mijn vader. Zijn dominante karakter en zijn autoritaire optreden hebben enorm diepe sporen bij mij nagelaten. Soms denk ik dat alle spanningen van vroeger zich zo diep in mijn lijf hebben genesteld dat ik daarom die paniek ervaar.

Ik weet dat mijn vader een narcistische persoonlijkheid heeft. Ooit werd op zijn werk een psychologisch onderzoek uitgevoerd onder de werknemers. Het rapport hield hij angstvallig voor ons verborgen. Jaren later stuitten we er toevallig op in een tas met oude administratie op zolder.

Ik heb veel over narcisme gelezen. Mijn vader kan er niets aan doen dat hij deze stoornis heeft. Ik weet dat een narcistische persoonlijkheid ontstaat door een complex samenspel van aanleg, opvoeding, hechting en ervaringen. Maar dit neemt niet weg dat hij wel verantwoordelijk is voor zijn volstrekt onacceptabele gedrag tegenover ons. Hij heeft nog nooit sorry gezegd.

Inmiddels is hij een fors dementerende man van 85 jaar die op een gesloten afdeling van een verpleeghuis verblijft. Van die dominante persoon is vrijwel niets meer over; hij wordt steeds magerder en is slecht ter been. Ik vind het confronterend om hem achter zijn rollator door de gang te zien sloffen. Dikwijls tref ik hem slapend aan in zijn stoel op de afdeling; hij heeft dan helemaal niet in de gaten dat ik naast hem zit. Ondertussen is hij een van de langstzittende bewoners op de afdeling. Het raakt me wanneer hij me tijdens een helder moment vraagt waarom en hoelang hij hier nog moet blijven.

Maar hoe verdrietig ik de situatie ook vind, vergeven kan ik hem niet, daarvoor is er te veel gebeurd. Hem in de steek laten kan ik echter ook niet, want dat zou rechtstreeks indruisen tegen mijn gevoel en zo zit ik niet in elkaar. De enige manier voor mij om hiermee om te gaan, is als mantelzorger voor hem zorgen, zonder te ontkennen wie hij vroeger voor mij was.

 

Désirée (48 jaar) schrijft over haar leven met een dwangstoornis en welke impact dat op haar leven heeft. Ze is getrouwd, heeft twee pleegdochters en woont in Friesland. Haar missies zijn het wegnemen van vooroordelen met betrekking tot psychische kwetsbaarheid en steun en herkenning bieden aan mensen die hier nog in stilte mee worstelen.

Eerdere columns van Desirée: 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Are you human? Please solve:Captcha