Even een waarschuwing vooraf: dit wordt geen vrolijk verhaal.

Veel mensen zijn op zoek naar een oplossing. Een probleem is er om te fixen. Psychische klachten, daar moet je vanaf. En het zou zo fijn zijn als we een ‘How to’ voor alles hebben. ‘How to be happy in 10 days’, was het maar zo simpel…

Een paar maanden geleden was alles me ineens teveel. Muziek stond te hard, de zon was te fel en een bezoek aan de supermarkt was een regelrechte ramp. Teveel prikkels. Pijn in mijn lijf. Het gevoel dat ik ziek ging worden en het enige wat ik wilde was hard weglopen van mezelf.

Tijd om me terug te trekken, rustig aan te doen en mijn agenda leeg te ruimen. Ik heb alles afgezegd, ben alleen nog naar mijn werk gegaan als dat nodig was en heb boodschappen thuis laten bezorgen. De tijd die ik over had (een paar uur per dag) ben ik gaan besteden aan meditatie, Qigong en werken in de tuin.

Reactie van anderen

De meeste mensen hadden begrip voor mijn situatie, maar sommigen snapten er niets van. Mensen zeggen dat ik altijd ‘zo relaxed ben’ en dat ik ‘zo’n opgeruimd karakter heb’. Als je mijn gemoedstoestand af zou meten aan de staat van ons huishouden, zou je weten dat er echt complete chaos in mij was. Ik had geen energie meer om het uit leggen en zei alleen maar: ‘Het is gewoon even niet mijn periode van de maand’. Gelukkig was het gesprek dan vaak al snel klaar.

Zwart

Wat ik er niet bij vertelde… Het voelde zwart. Net als de periode dat ik echt in de put zat als puber, of in de periode van burn out vijftien jaar geleden. Ik herkende de signalen en wilde daar niet in terecht komen. Tegelijk wist ik ook dat dit nodig was. Er was een aantrekkingskracht om te voelen, blote voeten in de modder, handen in de aarde, voelen. Ik voelde uit balans, in de war, verdriet, tekort, leeg, moe, onzeker, boosheid en teleurstelling over mezelf. (Ik heb je gewaarschuwd, het is geen vrolijk verhaal).

Zingeving

Het zijn van deze periodes waarin ik het gevoel heb dat ik tekortschiet aan alles en iedereen en vooral aan mezelf. Alsof ik mijn potentie niet volledig waarmaak en te weinig zingeving en betekenis in de wereld breng. Het komt vaak na een periode van onrust. Een gevoel wat voort komt uit de vraag of ik het als moeder, partner, werknemer wel goed doe en of ik niet veel meer kan betekenen als ik maar…. Meer tijd met mijn kinderen doorbreng, het huishouden beter doe, liever ben voor Ronald en mijn werk beter kan doen. Alsof ik dan pas iets waard ben.

Ploeteren

Trauma deskundige Gabor Maté zei in psychologie magazine: ‘Belangrijk is dat je weer durft te voelen.’ Dus ik verzamelde mijn moed bij elkaar en ging ‘voelen’. Eerlijk gezegd voelde het niet fijn…  als ‘tot knie hoogte door de modder van het moeras ploeteren, met de angst om tot mijn oksels weg te zinken’. Je zou kunnen zeggen dat het echt even crisis was. Het Chinese teken voor crisis bestaat uit twee karakters: gevaar en kans. En hoewel het echt aanvoelt als een donkere periode, zag ik ook de kans op reflectie.

Lotus

Terwijl ik gisteren aan het mediteren was bij een van mijn favoriete bruggetjes in het park verderop, kwam een inzicht vanuit Tao training bij me binnen: Zonder modder, geen lotus… Lotus staat voor liefde, connectie, compassie. Als je alleen maar bezig bent met de pracht en praal van de lotus in je leven, mis je de aansluiting bij de voedingsbodem, de modder. De levenslessen uit de modder van schaamte, angst, verdriet en boosheid verdiepen de liefde en de compassie met jezelf en met de ander.

Dus ploeter ik voort. Tijdens het snoeien van de heg, voel ik langzaam de energie weer door mijn lijf stromen. En dan weet ik, nee dan voel ik… Mijn lotus komt weer in bloei.

 

Ellemieke is coördinator voor lotgenotencontact en trainingen bij de Angst Dwang en Fobiestichting. Haar man heeft last van dwang en ze heeft zelf ervaring met angst en PTSS. Als ervaringsdeskundige vertelt ze regelmatig over angst en dwang in het dagelijks leven.

Ik lig op bed
De ochtend is al lang begonnen
Ik moet opstaan
Het is tijd om mij nuttig te maken

Nuttig in huis
Nuttig voor mijn katten
Nuttig voor mijn omgeving
En nuttig voor de maatschappij

Hup hup, op staan. Nu!
Doe niet zo moeilijk
“Ik vraag toch niet iets raars?!” zegt mijn hoofd
Maar het lukt niet, echt niet!

Ik wil echt wel
Ik lig hier niet voor mijn lol
Ik ben niet lui en ook niet zwak
En als het kon, was ik al uren geleden opgestaan

“Waarom sta je dan niet op?” Vraagt mijn hoofd
“Het is de aanval van afgelopen week” zeg ik terug
Hij was zwaar, pittig en hij sluimert nog door
“Dat is verleden tijd, laat het los”

Laat het los? Meen je dat?
Denk je er zo makkelijk over?
Denk je echt dat dit een kwestie van loslaten is?
Denk je echt dat ik ervoor zou kiezen om op bed te blijven liggen als ik die keuze had?

“Ja zo simpel is het…”
Nee zo simpel is het niet!
Je weet niet half wat het is
Je hebt geen idee waar je het over hebt

Oordelen over iets waar je geen verstand van hebt, dat is pas zwak
Oordelen over mij als je alleen mijn buitenkant ziet, dat is pas zwak
Vragen hoe het echt met me gaat, dat is pas sterk
Luisteren zonder te oordelen dat is pas sterk

Ik lig hier terwijl ik mijn dromen wil najagen
Ik lig hier terwijl ik zo veel te geven heb
Ik lig hier terwijl ik zo veel verlangens heb
Ik lig hier terwijl jij mij de grond in praat

“Misschien oordeel ik inderdaad te snel
Misschien komt het omdat ik het niet aan je kan zien?
Misschien moet ik meer vragen
Misschien moet ik beter luisteren naar jou”

Inderdaad daar ligt de sleutel
De sleutel naar begrip en verbondenheid
Als ik mag zijn wie ik ben met al mijn angsten
Dan vallen alle bakstenen van mijn schouders

En kan ik opstaan!
Opstaan om mijn dromen na te jagen
Opstaan om de dingen te doen waar ik goed in ben
Opstaan omdat ik leef!

Liefs, Frederike

Frederike (31 jaar) schrijft voor de Angst Dwang en Fobie stichting columns over haar angst- en paniekstoornis en hoe die haar leven beïnvloeden. Ze woont samen met haar man en hun twee katten, die haar steun en toeverlaat zijn. Haar wens is om het taboe op psychische stoornissen te doorbreken.

Het heeft heel lang geduurd voordat ik dat besefte. Lange tijd gingen mijn therapie gesprekken juist over dit onderwerp. Ik dacht ik namelijk dat een aanval van het angstmonster een inleiding was tot een fatale hartaanval. Een angstaanval met alle bijbehorende reacties (hyperventilatie, benauwdheid, duizeligheid, pijn op de borst, transpireren etc.) zou definitief mijn einde inluiden. Zeker omdat hartfalen een bekend fenomeen was binnen mijn familie.

Uiteindelijk ging het zover, dat ik na een uit de hand gelopen angstaanval op de afdeling hartbewaking in het ziekenhuis kwam. Toen het alarm door de kamer gierde wist ik het zeker: ‘Mijn einde was gekomen.’
Het bleek echter dat een van de ECG-plakkers op mijn borst los was gekomen, dus ook nu weer paniek om niks. Een medische check gevolgd door de nodige ondersteunde gesprekken overtuigden mij ervan dat je niet dood kunt gaan aan uitsluitend een angstaanval.

Maar wat kan er dan wel gebeuren wanneer ik mijn angst tegemoet treedt en in de ogen kijk? Zoals een volle trein, files of in een drukke lift..

Wat is dan het ergste wat mij in die situatie zou kunnen overkomen? Ik zou kunnen flauwvallen, gaan hyperventileren, panikeren of me op welke manier dan ook opvallend gaan gedragen. Mensen zouden misschien naar me kijken en hun hoofdschudden, om me lachen, naar me wijzen. Is dat leuk? Nee zeker niet. Zou ik een terugval krijgen? Misschien. Maar dood gaan alleen als gevolg van een angstaanval, nee daar geloof ik niet meer in.

Is de gedachte dat je er niet dood aan kan gaan voldoende om nu grotendeels bevrijdt te zijn van je angst? Dat niet maar het scheelt (voor mij althans) aanmerkelijk. Toch is met de pont over het IJ gaan bijvoorbeeld nog steeds een te nemen horde. Zo klein maar toch ook zo enorm groot. Ik weet dat de pont niet zal zinken en ik niet dood ga aan een angstaanval, maar wat maakt het voor mij dan zo moeilijk die stap toch te nemen?

En belangrijker: Wat kan ik daar zelf nog aan doen? Hoe ga je om met de spanning/angst als je voor een angstopwekkende gebeurtenis staat? Een gebeurtenis waarbij je de vorige keer wellicht helemaal onderuit ging. Hoe kun je je daarop als het ware “voorbereiden”? En welke technieken gebruik je daarbij? Daarover de volgende keer meer.

Mijn angststoornis heeft de afgelopen 10-tallen jaren mijn leven voor een groot gedeelte bepaald. Zowel privé als in mijn werkbare leven heb ik belangrijke beslissingen moeten nemen (of ze zijn voor mij genomen!) die ik zonder angststoornis zeker niet gekozen zou hebben. Het heeft de kwaliteit van mijn leven mede bepaald.

Toch zijn er ook nu nog uitdagingen genoeg die ik aan wil gaan. De uitwisseling van ervaringen bij de ADF stichting helpen me daar zeker bij. Ik hoop dat dat ook voor jou als lezer van deze column geldt.

Gerrit schrijft over zijn (gegeneraliseerde) angst- en paniekstoornis (agorafobie). In het verleden hebben deze zijn leven bepaald en ook nu nog spelen ze een belangrijke rol. De situaties die hij beschrijft hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Als ervaringsdeskundige hoopt hij anderen hiermee te helpen en een hart onder de riem te steken.

Elk jaar weer is het onvermijdbaar, de zomerse vakantieperiode. De meeste mensen zijn uitgelaten en verheugen zich om – al dan niet na een lange, enthousiaste planning – het vakantie avontuur aan te gaan. Een vliegreis naar verre bestemming, een bootreis of met de auto door Europa. Fijn: vooral doen, want ik gun iedereen het beste.

Verjaardag

Begin juli zat ik ergens bij een verjaardag. Van tevoren wist ik welke kant het gesprek op zal gaan en hoe het voor mij zal eindigen. Na de vrolijke verhalen van degene die al terugkijken op een uiterst geslaagde vakantie en de verwachtingsvolle voorbeschouwingen van degene die staan te trappelen om te vertrekken komt uiteindelijk de onvermijdelijke vraag “En wat ga jij dit jaar heen?”

De meest makkelijke antwoorden zijn dan vervolgens:
– Ach, er is nog zoveel wat ik in Nederland nog niet heb gezien
– Het komt financieel dit jaar niet echt goed uit
– Heb er niet veel zin in
– Ik zie nog wel
– Ik ben er nog niet uit
– Nog druk met andere zaken

Als je al meerdere jaren dit soort antwoorden geeft dan kom je daar over het algemeen nog wel mee weg. Men verwacht eigenlijk ook niets anders van jou afgezien van wat een schamper lachje misschien. Een enkeling probeert me nog over te halen om ook naar dezelfde bestemming te gaan als zijzelf door als propagandist voor die plek op te gaan treden die voor mij buiten bereik is.

Kwaad

Dan begint het te borrelen bij me. Ik hoor het aan en probeer het gesprek een andere wending te geven wat vaak wel lukt want dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd. Maar wat zou er gebeuren als ik op zou gaan staan en zou schreeuwen:

Snappen jullie dan niet dat ik doodsbang ben?!

“Dachten jullie nou echt dat ik geen vakantie dromen heb. Dat ik al 20 jaar lang deze dromen niet heb kunnen waar maken en dat ik stiekem stinkend jaloers ben! Stel mij die domme vragen niet meer. Ga lekker zelf, ik gun jullie alles, maar laat mij met rust. Jullie vragen maken me klein, verdrietig en kwaad.”

Ontspannen aan de kust

Mede door de afgelegde therapie weg, lukt het me soms om een paar dagen naar de kust in Noord-Holland te gaan. Dat levert natuurlijk de nodige spanning/stress op, maar bij thuiskomst kijk ik er meestal tevreden op terug. Ik heb me ook kunnen ontspannen en daardoor kunnen genieten. Dat geeft enige hoop.

Echter de afgelopen 20 jaar was dat het hoogst haalbare. Een soort negatieve keuze. Niet dat ik niet meer of verder zou willen, maar bij de gedachte alleen al hoor ik het angstmonster alweer grommen. Dus: weg die folders over bootreizen, wandelvakanties in Spanje etc. Volgend jaar weer de Noord-Hollandse kust. En dat maakt dat je daar elk jaar toch iets minder van geniet. Ik weet dat ik stil sta in deze ontwikkeling en ik wordt er niet jonger. Ik hoor dan ook alweer de stemmen “Ga je daar nou alweer heen, is dat niet saai?” En daar moet dan weer een acceptabel antwoord op komen.

Elke keer denk ik na afloop van een verblijf aan de kust: volgend jaar ga ik eens iets verder en elk jaar weet ik dat gaat niet (meer) gebeuren. Of….?

Gerrit schrijft over zijn (gegeneraliseerde) angst- en paniekstoornis (agorafobie). In het verleden hebben deze zijn leven bepaald en ook nu nog spelen ze een belangrijke rol. De situaties die hij beschrijft hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Als ervaringsdeskundige hoopt hij anderen hiermee te helpen en een hart onder de riem te steken.

Het is weer eens zo ver. Mijn benen trillen hevig, mijn hart gaat te keer alsof ik de marathon aan het rennen ben en mijn maag verkrampt zich. En dat is allemaal jouw schuld! Er gaat geen dag voorbij dat je niet aanwezig bent. Je bent er dag en nacht en je maakt mijn leven ontzettend moeilijk, zwaar en pittig. Daarnaast ontneem je mij de kans om wensen en dromen na te jagen.

Het is elke dag een zoektocht naar wat ik wel kan en mag doen van jou en wat niet. Ik wil je te vriend houden, want ik weet hoe je te keer kan gaan als ik mij niet aan jouw grenzen en regels houd. Het lukt je zelfs om mij lichamelijk kapot te maken waardoor er dagen zijn dat ik amper mijn bed uit kan komen.
Daardoor kan ik je soms wel achter het behang plakken! Ik heb al vele psychologen gesmeekt om mij te helpen van jou af te komen. Ondertussen ben ik er wel achter dat ik je nooit kwijt zal raken en dat ik mijn verdere leven met jou voort moet zetten.

Therapie

Uit alle therapieën die ik tot op heden heb gehad, heb ik geleerd dat jij mij wilt beschermen tegen de gevaren in de wereld. Je doet je werkzaamheden alleen veel te goed. Je staat te scherp afgesteld waardoor je bij de kleinste dingen al aan de noodrem trekt.

Dankbaarheid

Ik moet je dus eigenlijk dankbaar zijn dat je je werkzaamheden goed uitvoert, want daardoor zorg jij dat ik in leven blijf. Al vind ik het wel erg hoog gegrepen om jou dankbaar te zijn, je hebt mij tenslotte veel verdriet gedaan. Het voelt ontzettend dubbel, want er zijn zo veel dingen in het leven waar ik zo extreem naar verlang, maar waarbij jij alleen al als ik eraan denk alle alarmbellen in mijn hoofd en lichaam laat rinkelen. Het liefst nog met toeters en bellen erbij om het nog geloofwaardiger te maken.

Team

Zullen we samen opzoek naar een middenweg? Jij zou mij best wat meer mogen vertrouwen dat wat ik doe niet gevaarlijk is en ik zou liever tegen je kunnen zijn waardoor wij een team vormen. Laten we dit als doel stellen voor de aankomende tijd. Gun mij de dingen waar ik naar verlang en ik zal jou met liefde gaan behandelen. Ik geloof er in dat ons leven er dan een stuk mooier uitziet.

Een angststoornis bestrijd je niet met vechten maar met liefde (voor jezelf).
Omarm je kwetsbaarheid!

Liefs, Frederike

Frederike (31 jaar) schrijft voor de Angst Dwang en Fobie stichting columns over haar angst- en paniekstoornis en hoe die haar leven beïnvloeden. Ze woont samen met haar man en hun twee katten, die haar steun en toeverlaat zijn. Haar wens is om het taboe op psychische stoornissen te doorbreken. 

Vier jaar geleden, ik was toen 35, viel ik uit op mijn werk met een burn-out en angstklachten. Maar ach, wat wil je; een leuke baan, veel vrijheid, een gezin, twee jonge kinderen, en maar rennen… alles willen, en veel kunnen. Dat was niet helemaal gezond. Snap ik heus wel.

Het concept angststoornis was mij niet onbekend. Op mijn 19e had ik mijn eerste paniekaanval. Ik sukkelde ruim een jaar door, zonder te weten wat het was. Pas toen kreeg ik de diagnose paniekstoornis. Die ik met medicatie destijds prima onder controle kreeg. Ach, zo had iedereen wel wat. Dacht ik toen.

Een aantal jaren later, op mijn 27e, kreeg ik er opnieuw last van. Paniekaanvallen. Maar ja, ik had ook wel veel stress. Toch weer medicatie. Ook weer therapie. Twee jaar rustig aan doen. En toen kon ik weer.

Balans

Toen ik op mijn 35e wéér uitviel met paniek, dacht ik: tja, had je maar wat rustiger aan moeten doen. Je hebt een bepaalde kwetsbaarheid, die ervoor zorgt dat je belastbaarheid minder is dan die van ‘normale’ mensen. Misschien moest ik dat dan nu maar onder ogen zien. Op zoek gaan naar een nieuwe balans.

Dat varkentje zou ik wel even wassen. Wat ik wil, dat kan ik. Ik begon er zelfs een eigen blog over. Om te laten zien hoe je dat doet: een angststoornis hebben, en toch je balans uiteindelijk vinden.

Sowieso: dat mensen psychisch kwetsbaar zijn, daar moet meer over gesproken worden. Minder taboe. Daar wilde (en wil) ik dolgraag mijn bijdrage aan leveren. En zo had mijn angststoornis toch nog een doel.

Geen heldenverhaal

Het liep anders. Mijn laatste blog schreef ik meer dan twee jaar geleden. Daarna werd het stil. Dat mooie verhaal, waarin ik sterker de strijd uit kwam, dan dat ik erin ging, dat kwam er niet. Er gebeurde teveel.

Het werd geen mooi verhaal. Ik struikelde meerdere keren in de systemen die we in Nederland ‘vangnet’ noemen. Door de druk en de stress werd ik zieker. En ik nam het mezelf nog kwalijk ook. Niet sexy om over te bloggen. Dus dat deed ik dan ook niet.

Op dit moment ben ik 39. Vier jaar geleden uitgevallen op mijn werk, en nog steeds minimaal belastbaar. Zorgen voor mijn gezin voelt met grote regelmaat als topsport. De waanzin in mijn hoofd beteugelen, is een baan op zich. Als je vier jaar geleden had verteld hoe ik er nu bij zou zitten, dan had ik je uitgelachen.

Aangenaam

Hoi, ik ben Daniëlle. Ik heb een angststoornis die vele gezichten kent. Ik heb jaren prima gefunctioneerd, maar daar kwam vier jaar geleden verandering in. Het gaat niet makkelijk, maar ik probeer er iets van te maken. Ik heb geen heroïsch heldenverhaal, maar wel een écht verhaal. Net als velen van jullie. Ik vind het belangrijk dat ook die verhalen verteld worden. Mooi en lelijk.

Deze column is mijn verhaal in een notendop. Zodat je een beetje weet wie ik ben. Vanaf nu ga ik weer schrijven. Niet op mijn eigen website, maar voor de ADF Stichting. Omdat ik praten over psychische problematiek in een steeds complexer wordende maatschappij van levensbelang vind. En ik daar graag mijn steentje aan bij wil dragen. Eerlijk, én zoveel mogelijk optimistisch.

“Even beeld ik me in wat er met me zou gebeuren wanneer er een file in de tunnel zou ontstaan. Hoe het angstmonster zich op me zal storten. Ik heb gelukkig niet veel tijd daaraan te denken want……”

In mijn vorige column Angstleven 1 heb ik geprobeerd mijn gevoelens in woorden te vatten, wanneer je met een angststoornis buiten je eigen veilige omgeving treedt. Toen beschreef ik wat er met mij gebeurde voor en tijdens een geplande treinreis.

Een “veilige omgeving” kan uiteraard voor iedereen anders zijn, bijvoorbeeld in je eigen huis, een andere vertrouwde plek of bij iemand die je vertrouwt en door wie je je begrepen voelt. Maar ook het begrip “buiten” die veilige omgeving is niet voor iedereen hetzelfde. Dat kan bijvoorbeeld variëren van de straat op gaan, een drukke winkel binnen stappen of met het openbaar vervoer of de auto reizen. Met andere woorden ik begeef me buiten mijn comfortzone, de omgeving waar het angstmonster zich (meestal) niet laat zien. Ik voel mij sterk genoeg om een uitdaging aan te gaan, hoewel ik weet dat het risico van een confrontatie op de loer ligt.

Vorige keer dus met de trein en nu alleen met de auto. Eerste voordeel ten opzichte van een treinreis is in ieder geval dat ik zelf bepaal hoe laat ik wil vertrekken. In tegenstelling tot een treinreis waar ik toch op een bepaald tijdstip op het perron moet staan wat alleen al voor de nodige druk kan zorgen.

Mijn zelfgekozen tijdstip voor vertrek levert minder stress op in die beginfase. Toch tref ik eerder al de nodige voorzorgsmaatregelen. Hierbij zorg ik in ieder geval voor een volle tank. Het risico van een tankstop wil ik vermijden want ook dat kan voor extra spanning zorgen. Verder ook aan een flesje drinken, kauwgum of al het andere wat voor mij even een kleine afleiding kan zijn. Met andere woorden: op de voorhand wil ik zoveel mogelijk “risico’s” uitsluiten.
Vlak voor mijn vertrek controleer ik dan nog de filemeldingen zoals die op dat moment bekend zijn. Vervolgens kan ik dan besluiten mijn vertrek uit te stellen of een alternatieve route bedenken. Hoe verleidelijk het ook is om uit te stellen, nu kies ik ervoor om te gaan. Het uitstellen van mijn reis zal weliswaar zeker worden beloond doordat angstmonster mij 100% met rust zal laten, maar deze keer durf ik de uitdaging aan te gaan. De reis gaat door! Ik laat me in deze fase niet afschrikken op een mogelijke confrontatie met het angstmonster.

De eerste 20 kilometer op de provinciale weg zijn vertrouwd, het is relatief rustig en er zijn voldoende “uitwijkmogelijkheden”. Fijn, maar dat betekent ook dat ik elke keer opnieuw moet besluiten of ik omkeert of door rijd. Ik rijd door en “So far so good”.

Dan volgt de oprit naar de snelweg en het invoegen naar de juiste baan. Nu nog 80 km snelweg met obstakels als wegversmallingen, files, tunnels en bruggen. Als op het bord boven de snelweg het woord file komt te staan ontwaakt het angstmonster. Ik rijd op de linkerbaan en het is nu zaak om zo snel mogelijk op de rechterbaan te gaan rijden. De mogelijkheid dat ik straks “gevangen zit” in een file van enkele kilometers – ik kan niet voor of achteruit – voedt mijn angst. Als ik dan op de linkerbaan rij, links de vangrail zie en rechts een vrachtwagen (waardoor ik tegen een paar banden aan kijk) zit ik letterlijk gevangen. Ik kan niet naar voren, achteren, rechts of links. Het angstmonster gromt bij die gedachte. Ik probeer dat te voorkomen door direct bij de filemelding naar de rechterbaan te gaan. Meestal – maar niet altijd – is er dan rechts nog een vluchtstrook of afrit die als escape zou kunnen dienen. Maar het rijden op de rechterbaan geeft in die situatie de nodige rust in mijn hoofd om door te kunnen gaan.

De file lost na enige tijd op en ik vervolg opgelucht mijn rit. De stress wordt rap minder en ik kan weer naar de linkerbaan zonder het risico vast te komen staan zoals voorheen. Vlakbij mijn bestemming doemt vervolgens het volgende obstakel op. De tunnel. Ik zet mijn lichten aan en ga rechts rijden. Hoe spannend ook, deze tunnel valt verhoudingsgewijs nog wel mee omdat je al vrij snel na het inrijden letterlijk licht aan het eind van deze tunnel ziet.

Even beeld ik me in wat er met me zou gebeuren wanneer er een file in de tunnel zou ontstaan. Hoe het angstmonster zich op me zal storten. Ik heb gelukkig niet veel tijd daaraan te denken want we rijden door, er is geen file en ik rijd alweer buiten de tunnel. De wereld ziet er ineens weer anders uit. In het verleden ben ik wel eens 50 km om gereden om tunnels en soms bruggen te vermijden.

De laatste kilometers verlopen verder zonder problemen en ik kom uiteindelijk vermoeid met hoofdpijn op mijn eindbestemming aan. Toch voel ik mij ook voldaan, omdat ik mijn reis heb doorgezet en niet ben bezweken voor de verleiding om thuis te blijven. Trots dat ik de bedreiging onderweg op mijn manier heb kunnen hanteren en gekomen ben waar ik wilde zijn. Het voelt weer als een overwinning.

“Hoe ging de reis” vraagt degene bij wie ik op bezoek ben. “Nou, ik ben best wel moe en heb hoofdpijn” geef ik aan. “Hoezo dan, er waren toch geen files ofzo? Je moet je niet zo aanstellen”.

Je zou eens moeten weten… denk ik bij mezelf. In mijn hoofd heb ik de afstand wel twee keer afgelegd…

Wanneer je met een angststoornis leeft, komt er een moment dat je genoeg hebt van het verstoppen. Dat je kwaliteit in je leven wilt en dat je meer verdient. Het moment of de momenten dat je het anders wil. Elk begin is goed en er is ook niet een begin, het kunnen er meerdere zijn. Weet dat jij niet de enige bent en dat ADF je hierbij kan helpen.

Gerrit schrijft over zijn (gegeneraliseerde) angst- en paniekstoornis (agorafobie) die zijn leven in het verleden mede hebben bepaald en ook nu nog een belangrijke rol spelen. De situaties die hij beschrijft hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Als ervaringsdeskundige hoopt hij andere hiermee te helpen.

 

Het is vandaag 5 mei 2022. De dag van de bevrijding. De dag die misschien wel de belangrijkste dag van het jaar zou moeten zijn. Vanzelfsprekend is het niet (meer). Vrijheid is een thema wat nu actueler is dan ooit. Bijvoorbeeld de mensen in Oekraïne, zij weten wat het is om van hun vrijheid beroofd te zijn. Het gaat me aan mijn hart, daar waar je het voelt als je vrijheid hebt of het juist mist.
Voor mij en mijn lotgenoten met een angststoornis heeft vrijheid ook nog een andere betekenis. Een leven zonder angst. Angst regeert je leven. Het houdt je in de greep en het bepaalt in alles hoe je leven eruit ziet. Angst maakt zo veel kapot. Angst pakt jouw vrijheid af.
Ik heb soms ook goede dagen waarop ik bijna geen last heb van mijn angsten en besef dan meer dan ooit hoe mooi het leven ook kan zijn. Met mijn lieve man Rémon ga ik er dan graag op uit. Lekker wandelen in de natuur, naar familie toe die ver weg woont of een avondje uit eten met vrienden. Allemaal activiteiten die ik niet kan doen met mijn angsten. Als mijn angsten er (bijna) niet zijn en we kunnen het wel doen, dan geniet ik extra van dat heerlijke gevoel wat ik vrijheid noem.
Ik koester die dagen. Ze zijn prachtig en ze zorgen dat ik mijn leven kan leven!
Vrijheid: Soms zo ver te zoeken en soms zo dichtbij…
Koester het als het bij je is, want het is het kostbaarste bezit wat we kunnen hebben!
Wat betekent vrijheid voor jou?
Liefs, Frederike
Frederike (31 jaar) schrijft voor de Angst Dwang en Fobie stichting columns over haar angst- en paniekstoornis en hoe die haar leven beïnvloeden. Ze woont samen met haar man en hun twee katten, die haar steun en toeverlaat zijn. Haar wens is om het taboe op psychische stoornissen te doorbreken. 

Tjilpende vogels in de ochtend, ooievaars op het nest, de geur van bloesem in de lucht… Lente! Heerlijk, ik hou van deze periode van het jaar. Ik voel de lentekriebels in mijn buik en de bloei in mijn relatie met Ronald. Vorige week vierden wij nog dat we 26 jaar samen zijn. Nu geniet ik er extra van, omdat ik weet dat het ook anders kan zijn.

OCD als derde persoon
Vroeger verwarde ik Ronald zijn OCD met Ronald zelf. Ik probeerde rekening te houden, aan te passen en lief voor hem te zijn. Maar ik had niet door dat ik zijn OCD voedde. In relatie coaching hebben we geleerd dat je het kunt zien als een derde persoon in de relatie. Hoe meer ruimte de OCD in nam in onze relatie, hoe meer ik het gevoel had dat ik Ronald kwijt raakte.

Abusive relationship
Ronald zei hier zelf over: ‘Als ik in mijn kracht sta, voelt dat zo goed. Maar wanneer het OCD alarm afging, dan voelde het alsof ik in een ‘abusive relationship’ zat. De OCD bepaalde dan welke kleding je kon dragen, wat je moest doen en met wie je wel/niet kon omgaan. Er moest kleding in de was, deurknoppen schoon en in de supermarkt moest je vooral bij die ene persoon uit de buurt blijven. En als ik daar geen aandacht aan besteedde, kon de OCD twijfel zaaien, manipuleren, controleren en beschuldigen. Toegeven aan deze onrust gaf op korte termijn verlichting, maar op lange termijn groeide de OCD.’
Vroeger dacht ik dat het Ronald was, nu zie ik dat het OCD is. In de strijd die hij met de OCD levert, kan ik nu met compassie naast hem gaan staan. Iedereen komt dingen tegen in zijn of haar relatie met een ander. Dit is een van onze uitdagingen. Het heeft ons heel veel energie gekost, maar ook een diepere verbinding opgeleverd. Een van de dingen die daarbij geholpen heeft is ‘dansen met dat wat er is’.

Dansen met ‘wat er is’
Als je last hebt van je knie, moet je daar rekening mee houden als je danst. In de dans ben je wat voorzichtiger en als het pijn doet, geef je je grens aan. Zo zit het ook met het omgaan met emoties. ‘Dansen met dat wat er is’ hoorde ik de trainer zeggen. Dansen met dat wat er is betekent dansen met liefde, woede, passie, onzekerheid, angst, blijheid… en ga zo maar door. Dansen met het gehele kleurenpalet van gevoelens van jezelf en van de ander.

Vlinders
In het begin van een relatie heb je vlinders in je buik, ben je verliefd en is het allemaal fantastisch. Dat hadden wij ook. Op een gegeven moment gaat dat over naar houden van… en dan? Sleur, leegte, broer-zus relatie? Bij ons niet. ‘Don’t need no butterflies when you give me the whole damn zoo’ zingt Haily Steinfield in het liedje ‘Starving’. De gehele dierentuin geeft ons een leven samen vol avonturen. En als het even teveel wordt… dan gaan we samen ‘eekhoorntjes’ kijken. Daarover vertel ik jullie meer in een volgende column.

Ellemieke is coördinator voor lotgenotencontact en trainingen bij de Angst Dwang en Fobiestichting. Haar man heeft last van dwang en ze heeft zelf ervaring met angst en PTSS. Als ervaringsdeskundige vertelt ze regelmatig over angst en dwang in het dagelijks leven.

“Wanneer kom je nu eens naar Amsterdam?” vraagt mijn dochter. Ik weet dat ik het bezoek niet weer kan en wil uitstellen. In een overmoedige bui zeg ik dat ik volgende week kom. Na die moedige toezegging begint het grote piekeren.

Om te beginnen de vraag: “Hoe ik vanuit de provincie naar de hoofdstad zal reizen? Met de trein of met de auto? De trein heeft een hoop nadelen. Bijvoorbeeld: een behoorlijk volle trein zal sowieso het angstmonster wakker maken waarna het gevecht in mijn hoofd zal losbarsten. Verder heb ik niet zelf in de hand wanneer ik kan uitstappen als het angstmonster zijn overwinning ruikt. Toch kies ik dit keer voor de trein.

In het begin valt het nog wel mee. De trein stopt praktisch iedere 10 km bij een plaats en ik zou er dus uit kunnen. De escape! Met die gedachte kan ik het angstmonster nog wel de baas. Gesterkt door de nodige therapieën en de zekerheid van een pilletje in mijn broekzak brengt de trein mij tot Arnhem, waar ik de intercity naar Amsterdam Amstel moet nemen.

Gesterkt met de gedachte dat het eerste traject goed is verlopen, stap ik in de intercity die uiteraard redelijk vol is. Ik vind gelukkig een plaats aan het raam en dat is goed. Naar buiten kijken geeft afleiding en dringt het angstmonster verder terug. Dan denk ik toch: veronderstel dat ik “niet lekker wordt” of dat ik het benauwd krijg, duizelig wordt, steken op mijn borst krijg of ga hyperventileren? Iedereen zal wel zien dat ik een paniekaanval heb. Brullend rent het angstmonster op me af!

Het beest heeft me bijna te pakken als ik onderdelen van het geleerde tijdens de vele therapiesessies naar voren haal. Denk aan je ademhaling! Wat is het ergste wat je nu kan overkomen? Ook pak ik mijn telefoon om een afleidingspel te spelen. Heel langzaam merk ik dat mijn gedachten niet meer aan de haal gaan met de vreselijke scenario’s die ik voor me zag. Het angstmonster loopt langzaam terug naar zijn hok en kijkt af en toe nog achterom. Ik voel me sterker, doordat ik deze aanval heb afgeslagen. Toch weet ik dat het beest constant op me blijft loeren om me aan te vallen.

Gespannen, maar voldaan kom ik aan in Amsterdam. Op naar het volgende avontuur….

Gerrit Bosboom