Deze maand las ik het boek Iedereen kan het verschil maken: Trauma en veerkracht bij kinderen van orthopedagoog en klinisch psycholoog Leony Coppens. Zij is gespecialiseerd in traumabehandeling bij kinderen en gezinnen.

In haar boek komen twaalf ervaringsdeskundigen aan het woord die zijn opgegroeid in een traumatische gezinssituatie. Zij vertellen hoe dit nog van invloed is op hun volwassen leven en welke persoonlijke en externe hulpbronnen hen hebben geholpen om hiermee te kunnen dealen.

Enkele verhalen zetten me aan het denken over mijn eigen traumatische jeugd, worsteling met mijn dwangstoornis en depressieve klachten, en welke hulpbronnen mij hebben geholpen en nog steeds helpen om hiermee om te kunnen gaan. Dit sluit aan bij wat Coppens beschrijft als een traumasensitieve benadering.

Een traumasensitieve benadering

Coppens heeft bijgedragen aan het bevorderen van een traumasensitieve benadering in zowel de zorg als het onderwijs. De term ‘traumasensitief’ wil zeggen dat opvoeders en leraren rekening houden met ingrijpende en traumatische gebeurtenissen die kinderen hebben meegemaakt, en dat zij begrijpen welke effecten dit kan hebben op hun dagelijks functioneren.

Veerkracht staat hierin centraal: het helpt kinderen om zich op een positieve manier aan te passen aan stressvolle en traumatische gebeurtenissen. Daardoor kunnen zij zich gezond blijven ontwikkelen en mentaal goed functioneren. Een kind kan dan op een effectieve manier eigen hulpbronnen en steun uit de omgeving mobiliseren (Coppens, 2024, p. 11).

Een veilige hechting is een belangrijke beschermende factor in de ontwikkeling van een kind en vergroot veerkracht. Gehechtheid verwijst naar de relatie tussen een kind en de volwassene die voor hem zorgt. Een kind kan met verschillende mensen verschillende gehechtheidsrelaties ontwikkelen, en de aard en kwaliteit daarvan kunnen in de loop van de tijd veranderen. Door positieve ervaringen die het kind opdoet in de relatie met de volwassene die voor hem of haar zorgt, kan een onveilige hechtingsstijl zich ontwikkelen tot een veilige hechtingsstijl. Hierdoor kan een kind ook op een later tijdstip vertrouwen ontwikkelen in anderen en in zichzelf, zelfs nog in de volwassenheid (Coppens, 2024, p. 28-30)!

In haar boek definieert Coppens veerkracht als het proces waarbij iemand, ondanks ingrijpende ervaringen, kan terugveren of zelfs kan groeien door gebruik te maken van persoonlijke en omgevingsbronnen. Ze benadrukt dat veerkracht geen aangeboren persoonlijkheidskenmerk is, maar een dynamisch proces dat kan groeien of afnemen in een mensenleven.

De vier pijlers van veerkracht

Coppens beschrijft vier pijlers van veerkracht, gebaseerd op onderzoek van de universiteit van Harvard, die helpen om veerkracht te versterken. Dit zijn:

  1. Sociale steun, in het bijzonder relaties met ondersteunende volwassenen en leeftijdsgenoten
  2. Een gevoel van controle en geloof in eigen kunnen
  3. Zelfregulatie- en positieve copingvaardigheden
  4. Bronnen van geloof, culturele tradities, hoop en zingeving

Pijlers 1 en 4 zijn externe hulpbronnen en pijlers 2 en 3 zijn interne hulpbronnen. Deze hulpbronnen beïnvloeden elkaar wederzijds. Door een positieve bijdrage te leveren aan deze hulpbronnen kan de veerkracht van een kind worden vergroot (Coppens, 2024, p. 211 e.v.).

Leven in plaats van overleven

Totdat ik het huis uitging om te gaan samenwonen met mijn toenmalige vriendin, was ik bang voor mijn vader. Zijn narcistische persoonlijkheid drukte een grote stempel op ons gezin. Hij zocht zijn toevlucht in zijn werk en bij zijn ouders, waardoor mijn moeder er grotendeels alleen voor stond.

Al op jonge leeftijd kreeg ik in de gaten dat mijn moeder niet tegen hem opgewassen was. Ik zag het als mijn taak om haar te beschermen. Het liefst had ik gezien dat mijn ouders uit elkaar waren gegaan, maar dat is nooit gebeurd. Achteraf besef ik dat ik als kind nooit belast had mogen worden met dit soort volwassen zaken, maar dat is achteraf gepraat. 

Mijn pestverleden op de basisschool zorgde ervoor dat ik een laag zelfbeeld ontwikkelde, en vanaf mijn veertiende kwamen daar ook nog dwanggedachten bij. Ondertussen had mijn vader mijn hele leven al uitgestippeld: ik moest slagen voor het VWO en een universitaire opleiding volgen.

Door deze hele gang van zaken heb ik nooit stilgestaan bij wie ik nu eigenlijk ben en wat ik wil in het leven. Begrijp me niet verkeerd: ik ben heel trots op wat ik heb bereikt, maar het heeft veel van me gevraagd. In plaats van leven, was ik aan het overleven.

Wat zijn nu mijn bronnen van veerkracht?

Tijdens mijn herstel, en ook nu nog, put ik uit verschillende hulpbronnen die mij veerkracht geven.

Allereerst is er de onvoorwaardelijke liefde en steun van mijn moeder. Zij is ontzettend trots op hoe ik, ondanks alle tegenslagen, nu in het leven sta. Daarnaast heb ik een hechte en fijne band met mijn jongere broer. Elk jaar gaan we samen een paar dagen weg. Hij weet van mijn dwang en is er altijd voor mij.

Dat geldt ook voor mijn partner met wie ik al bijna dertien jaar samen ben. In 2013 verhuisde ik naar Friesland om samen met haar een leven op te bouwen. Als ik daarop terugkijk, is dat de beste stap geweest die ik had kunnen zetten. De rust, de ruimte en de prachtige natuur, ver weg van het hectische westen, doen me ontzettend goed. Ik heb een lieve schoonfamilie die me met zoveel warmte ontvangt dat het voor mij echt als een thuis voelt. Ook het feit dat wij deeltijd-pleegmoeders zijn van twee lieve en dappere jonge meiden, heeft mijn leven op een prachtige manier verrijkt. 

In een eerdere periode in mijn leven heb ik veel steun gehad aan mijn toenmalige partner. Toen ik mijn strijd tegen die ellendige dwanggedachten niet langer aankon, adviseerde zij mij om psychische hulp te gaan zoeken. Zo kwam ik erachter dat ik een dwangstoornis heb. De verschillende therapieën die ik daarna heb gevolgd, van cognitieve gedragstherapie en exposure tot psychomotorische therapie hebben me inzicht gegeven in mezelf en mijn aandoening. Ook heb ik geleerd beter mijn grenzen aan te geven en voor mezelf op te komen. Daardoor ben ik een sterker en onafhankelijker persoon geworden.

Bovendien heeft de wetenschap dat mijn dwang een genetische component heeft (mijn vader heeft ook dwang, zij het in een andere variant) en hoogstwaarschijnlijk is ontstaan door de omstandigheden waarin ik ben opgegroeid, mij eindelijk antwoord gegeven op mijn vraag waar die afschuwelijke gedachten en beelden toch vandaan kwamen. Nu ik weet dat ze niets zeggen over mij als persoon, kan ik eindelijk rust ervaren. 

Gaandeweg heb ik ook geleerd hoe belangrijk een goede structuur voor mij is. Een duidelijke dagindeling geeft mij houvast en overzicht. Ik maak bewust ruimte voor dingen die mij goed doen, zoals afspreken met goede vrienden, mijn vrijwilligerswerk voor de ADF, het maandelijks bijwonen van mijn ADF lotgenotengroep, schrijven, muziek luisteren, lezen, creatief bezig zijn en samen met mijn partner werken op ons landje met onze twee schaapjes.

Naast alles wat ik zelf doe, merk ik dat een goed afgestemde medicatie mij helpt om stabiel te blijven. Inmiddels is het alweer zes jaar geleden dat ik voor het laatst een grote terugval had. Ik zal niet ontkennen dat ik af en toe nog last heb van dwangklachten, maar ik weet dat dat een teken is dat ik het rustiger aan moet doen.

Tot slot

Het is goed om bewust stil te staan bij de bronnen die jouw veerkracht geven. Maak voor jezelf eens een lijstje aan de hand van de hierboven genoemde vier pijlers. Wanneer je merkt dat je dwang weer opspeelt, kun je dit er even bij pakken.

Het maakt je bewust van je steun en kracht, vergroot je zelfvertrouwen en helpt je om sneller terug te grijpen op je hulpbronnen wanneer het moeilijk wordt. Realiseer je bovendien dat er meer hulpbronnen zijn dan je denkt. Je staat er niet alleen voor!

 

 

Désirée (48 jaar) schrijft over haar leven met een dwangstoornis en welke impact dat op haar leven heeft. Ze is getrouwd, heeft twee pleegdochters en woont in Friesland. Haar missies zijn het wegnemen van vooroordelen met betrekking tot psychische kwetsbaarheid en steun en herkenning bieden aan mensen die hier nog in stilte mee worstelen.

Eerdere columns van Desirée: 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *