“Wanneer kom je nu eens naar Amsterdam?” vraagt mijn dochter. Ik weet dat ik het bezoek niet weer kan en wil uitstellen. In een overmoedige bui zeg ik dat ik volgende week kom. Na die moedige toezegging begint het grote piekeren.

Om te beginnen de vraag: “Hoe ik vanuit de provincie naar de hoofdstad zal reizen? Met de trein of met de auto? De trein heeft een hoop nadelen. Bijvoorbeeld: een behoorlijk volle trein zal sowieso het angstmonster wakker maken waarna het gevecht in mijn hoofd zal losbarsten. Verder heb ik niet zelf in de hand wanneer ik kan uitstappen als het angstmonster zijn overwinning ruikt. Toch kies ik dit keer voor de trein.

In het begin valt het nog wel mee. De trein stopt praktisch iedere 10 km bij een plaats en ik zou er dus uit kunnen. De escape! Met die gedachte kan ik het angstmonster nog wel de baas. Gesterkt door de nodige therapieën en de zekerheid van een pilletje in mijn broekzak brengt de trein mij tot Arnhem, waar ik de intercity naar Amsterdam Amstel moet nemen.

Gesterkt met de gedachte dat het eerste traject goed is verlopen, stap ik in de intercity die uiteraard redelijk vol is. Ik vind gelukkig een plaats aan het raam en dat is goed. Naar buiten kijken geeft afleiding en dringt het angstmonster verder terug. Dan denk ik toch: veronderstel dat ik “niet lekker wordt” of dat ik het benauwd krijg, duizelig wordt, steken op mijn borst krijg of ga hyperventileren? Iedereen zal wel zien dat ik een paniekaanval heb. Brullend rent het angstmonster op me af!

Het beest heeft me bijna te pakken als ik onderdelen van het geleerde tijdens de vele therapiesessies naar voren haal. Denk aan je ademhaling! Wat is het ergste wat je nu kan overkomen? Ook pak ik mijn telefoon om een afleidingspel te spelen. Heel langzaam merk ik dat mijn gedachten niet meer aan de haal gaan met de vreselijke scenario’s die ik voor me zag. Het angstmonster loopt langzaam terug naar zijn hok en kijkt af en toe nog achterom. Ik voel me sterker, doordat ik deze aanval heb afgeslagen. Toch weet ik dat het beest constant op me blijft loeren om me aan te vallen.

Gespannen, maar voldaan kom ik aan in Amsterdam. Op naar het volgende avontuur….

Gerrit Bosboom

Triggerwarming: deze column kan confronterend zijn voor mensen met angst of dwang omtrent de dood.

Een nieuwe column van mijn hand heeft lang op zich laten wachten. Ik had volop ideeën in mijn hoofd, maar door mijn drukke leventje lukte het me maar niet om ze op papier te zetten. Nu heb ik eindelijk weer de rust gevonden om in de pen te klimmen, want schrijven is en blijft toch wel een van mijn favoriete bezigheden. Ooit hoop ik mijn droom om een autobiografie uit te brengen te verwezenlijken. Na jaren van schaamte- en schuldgevoelens over mijn dwangstoornis ben ik me er inmiddels van bewust hoe zinvol het is om mijn kwetsbaarheid te tonen. Dit blijkt ook uit de vele reacties die ik krijg van mensen die zich herkennen in mijn blogs en daar ook steun uit putten. Dit motiveert mij om het schrijven weer op te pakken. Tevens wil ik laten zien dat wij “dwangers” meer zijn dan alleen onze dwangstoornis. Dat wordt nog wel eens vergeten.

Bewogen jaar

Wanneer ik terugdenk aan vorig jaar dan kan ik alleen maar zeggen dat het een heel bewogen jaar is geweest met niet alleen mooie maar ook minder mooie momenten waarbij mijn intrusies (in mijn geval agressieve dwanggedachten over de dood) weer even om de hoek kwamen kijken. Op de momenten dat de dwang zich weer aandiende, was ik echt bang dat ik weer verstrikt zou raken in een eindeloze dwanggedachtenstroom. Ik ben niet gelovig, maar ik denk echt dat er een beschermengeltje op mijn schouders heeft gezeten om me ervoor te behoeden dat ik me weer zou gaan identificeren met mijn dwanggedachten.

Kitty

Eerder schreef ik over Kitty, een lief klein poesje dat vorig jaar bij ons kwam wonen. Kitty was een beestje met een bijzonder verhaal. Ze kwam uit een nestje bij onze 7-jarige pleegdochter thuis. Terwijl ik en mijn parter aan het nadenken waren over een toepasselijke naam kwam onze pleegdochter met de naam Kitty op de proppen. Kitty werd dikke vriendjes met ons Bulgaarse hondje Avi. Die twee waren onafscheidelijk tot de dag waarop Kitty in geen velden of wegen meer te bekennen was.

Samen met onze pleegdochter en onze naaste buren zochten we de hele omgeving af, maar Kitty leek wel van de aardbodem te zijn verdwenen. Die onzekerheid over waar ze zou kunnen zijn was vreselijk. Tijdens een van onze zoektochten zag mijn partner in de verte iets op het treinspoor liggen. Onze woning is gelegen aan een spoor waarop elke dag een boemeltreintje langsrijdt. Meteen vloog ik naar boven om mijn fotocamera te pakken in de hoop dat ik daarmee kon inzoomen op de plek waar mijn partner iets wits had zien liggen. Maar toen ik niets vermoedend door ons slaapkamerraam naar buiten keek, zag ik onze kat dood op de rails liggen. Die aanblik staat nog steeds op mijn netvlies gebrand.

Ik trilde over mijn hele lijf, terwijl mijn pleegdochter me meteen probeerde te troosten door te zeggen dat zij ervoor zou zorgen dat wij weer een kitten zouden krijgen als er weer een nestje bij hun thuis zou zijn. Dit kleine dappere meisje plengde geen traan, maar was vooral boos op de treinmachinist. Elke keer wanneer er weer een trein langsreed schreeuwde ze “Stomme rot trein!”Aangezien ik het niet aandurfde om te gaan kijken, is mijn partner met onze naaste buren naar het spoor gegaan. De buurvrouw vertelde dat er langs het spoor een hek openstond waardoor ze makkelijk bij Kitty konden komen. Dit hek zou later een rol gaan spelen in mijn intrusies. Toen mijn partner terugkwam met Kitty in haar armen kon ik niets anders doen dan huilen. In de loop der tijd was zij echt mijn maatje geworden. Hoe vaak zij wel niet naast mij heeft gezeten wanneer ik weer druk aan het werk was voor de ADF. Ik noemde Avi en Kitty wel eens gekscherend mijn collega’s. Samen met onze pleegdochter hebben we haar een mooi afscheid gegeven.

 

Het hek

Het hek waar mijn buurvrouw het over had was bij het veldje waar ik onze hond Avi altijd uitlaat. Nooit had ik er op gelet, maar nu werd ik me er ineens heel erg bewust van. Elke keer als ik langs het openstaande hek liep, kon ik het niet laten om er een blik op te werpen. Al gauw kwam de gedachte in mijn hoofd op dat ik door het hek zo het spoor op zou kunnen lopen en zo een einde aan mijn leven zou kunnen maken. Ondanks dat ik me realiseerde dat het mijn dwangstoornis was die weer een gemeen spelletje met me speelde als gevolg van de dood van Kitty, maakte het me toch bang want de mogelijkheid om het spoor op te stappen lag voorhanden. Iedere keer maar weer.

Mijn angst om het spoor op te stappen leidde er uiteindelijk toe dat ik ProRail maar gebeld heb met de vraag of ze het hek konden sluiten onder het mom van dat het gevaarlijk zou zijn voor de kinderen uit de buurt. Dat was het natuurlijk ook, maar eigenlijk gebruikte ik de medewerker van ProRail alleen maar om mezelf gerust te stellen. Dit sloeg natuurlijk nergens op, maar dit is wat mijn dwangstoornis met mij doet. Op zo’n moment vergeet ik gewoon even dat ik juist heel erg aan het leven hang en dat ik het niet in mijn hoofd zou halen om mijn leven voortijdig te beëindigen. Ik zou het niet eens durven. Maar de dwang en de daarmee gepaard gaande angst hebben dan de overhand.

Pas nadat de ProRail werklui het hekwerk hadden voorzien van een stevig slot, keerde bij mij de rust weer terug en kon ik mijn hond weer uitlaten zonder bang te zijn. Ook al kan ik vandaag de dag mijn dwang redelijk het hoofd bieden, dit soort gebeurtenissen laten zien dat de dwang toch altijd op de loer ligt waardoor ik geneigd ben om weer terug te kruipen in mijn eigen veilige bubbel. Het is en blijft een wankel evenwicht.

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Door in therapie te gaan hou je de angst in stand.” Weet je wel waar je het over hebt?! Ik heb te dealen met heftige paniekaanvallen die mij plotseling kunnen overvallen, waardoor ik geen controle meer heb over mijn lichaam. Mijn benen trillen en ik krijg ze niet stil. Op een gegeven moment voel ik de verzuring, maar het blijft doorgaan tot de paniekaanval voorbij is. Daarna kom ik terecht in de nasleep en hebben mijn benen een aantal dagen nodig om te herstellen. Dit proces is heel zwaar. Bij iemand in een rolstoel vraag je toch ook niet “Wanneer kan je nou eindelijk weer eens lopen?” Niemand die aan mij ziet waar ik mee worstel, als ik ze het niet vertel en dat maakt het heel lastig. In mijn volgende column wil ik hier dieper op in gaan.

Die lieve buurvrouw, die gekke collega, die grappige oom, die zorgzame kennis… Zij kunnen net als ik last hebben van een psychische aandoening. En dit zie je meestal niet aan de buitenkant. Door het taboe dat heerst op psychische aandoeningen houden veel mensen het voor de buitenwereld geheim. Ik heb dat zelf ook jaren gedaan en sinds dit jaar besloten het niet meer geheim te houden. Ik hoop dat ik daarmee andere mensen kan inspireren, want door onze angsten te delen met de maatschappij laten we zien dat het iets is waar we ons niet voor hoeven te schamen.

Het is volkomen begrijpelijk dat mensen met psychische aandoeningen het geheim houden. Dat vreselijke taboe wat er (nog) op rust. Hoe de maatschappij denkt over psychische aandoeningen doet mij pijn. Het is al zo zwaar en dan voelen we ook nog niet de ruimte om het te delen, omdat er zoveel vooroordelen zijn.

Toen ik op 31 december 2021 aan het nadenken was over mijn goede voornemens besloot ik meer te willen gaan doen voor de Angst, Dwang en Fobie stichting. Een stichting die zich inzet voor de belangen van mensen die worstelen met psychische aandoeningen zo als ik. Vooral het taboe wat anno 2022 nog steeds rust op psychische aandoeningen raakt mij enorm. Door mijn verhalen te delen hoop ik het de aandacht te geven wat het verdient!

Door de vooroordelen is het twijfelen aan jezelf extreem. Terwijl we sterker zijn dan we denken. En wij mogen ons laten zien. Laten zien zoals we zijn. Onze angsten mogen er zijn en met een maatschappij die ons daarin serieus neemt wordt het voor ons alleen nog een gevecht tegen de angst en niet meer tegen de maatschappij. Ik geloof dat een hele hoop mensen, net als ik, lucht krijgen. We hoeven ons niet meer te schamen voor onze psychische aandoening,  als het taboe wat rust op psychische aandoeningen verdwijnt.

Deze column schrijf ik daarom niet alleen aan mijn lotgenoten, maar ook aan de maatschappij. Geloof mij: ook in jouw directe omgeving zijn er mensen die iedere dag vechten tegen hun angst en jij kan een positief verschil maken in zijn of haar leven door anders te kijken naar psychische aandoeningen.

Liefs,

Frederike

Heb je na het lezen behoefte aan contact met iemand die net als jij worstelt met dezelfde angst? Neem dan contact op met de ADF stichting. We hebben een telefonische hulpdienst, lotgenotengroepen en twee online platforms waarop je lotgenoten kunt ontmoeten: MeetMyFear en OCDcafé

Het is december 2019 wanneer mijn man en ik op zoek zijn naar een nieuw huisdier. Kort daarvoor was onze poes Ted overleden. Tijdens het zoeken viel een foto met twee bang kijkende kittens ons op. De tekst er onder: “Twee extreem angstige kittens opzoek naar een huisje”. De tekst sprak ons meteen aan. Niet alleen omdat ik graag huisdieren wil die minder makkelijk een nieuw huisje kunnen vinden, maar ook omdat het woordje “angstige” mij aansprak. Hier later meer over!

Samen besloten wij om het asiel te bellen. Ik werd doorgeschakeld met een pleeggezin voor dieren. Lola en Luna bleken zo ontzettend angstig te zijn dat zij zich niet konden aarden in het asiel. Het pleeggezin had de kittens in huis genomen om te helpen met hun angsten. Aan de telefoon met het pleeggezin begon ik te beseffen dat Lola en Luna alleen met de beste zorg, aandacht en liefde een fijn leven konden krijgen. Ik ben geen psycholoog. Ik heb ook geen ervaring met dieren socialiseren. Wel heb ik veel ervaring met het hebben van angst, dus weet ik als geen ander hoe je angsten kunt overwinnen.

Angsten kunnen je leven volledig beheersen. Dit was dan ook meteen een reden om een kennismakingsafspraak te maken en zo zijn wij een week later naar Uden gereden om de kittens te zien. Mijn hart brak toen ik ze zag. De angst in hun ogen. Ik herkende mezelf. We hadden geen twijfel meer en hebben de kittens diezelfde dag nog mee naar huis genomen.

Nu zijn we twee jaar verder en ik had nooit durven dromen wat voor een goede keuze het was om deze dametjes in huis te nemen. Het was een heel lang proces en de vooruitgang ging met mini stapjes. Ik heb mijn eigen ervaringen, therapieën en oefeningen ook op hun toegepast en met een prachtig resultaat!

Op dit moment zijn ze af en toe nog wat angstig, maar het is leefbaar. Voor mij zelf vind ik dat nog niet. Ik heb angsten die mijn leven nog te veel beïnvloeden en mijn leven beperken. Gelukkig heb ik een lieve man naast mij en twee katten die mijn angsten als geen ander begrijpen.

Durf jij te dromen dat jouw angsten ook minder kunnen worden? Ik wel! Lola en Luna zijn voor mij het levende bewijs dat het echt mogelijk is.

Hou hoop!
Veel liefs,

Frederike

Viervoeters kunnen trouwe vrienden zijn in moeilijke tijden. In de eerste editie van ons blad Vizier staan interviews met drie mensen die lief en leed delen met hun behaarde vrienden. Wil jij Vizier ook lezen? Kijk dan hier hoe je Vriend kunt worden van ADF, dan ontvang je het blad 4x per jaar digitaal of door de brievenbus.

Mijn moeder vroeg me gisteren wat ik van ‘dat gebeuren bij The Voice’ vond. ‘Schandalig, respectloos en beschadigend’ was mijn reactie. Dit blog gaat niet over de vermeende daders van seksueel grensoverschrijdend gedrag, dit gaat ook niet over de meiden die nu in het openbaar vertellen wat hen is overkomen.  Ik was er niet bij, ik kan en wil er niet over oordelen. Het gaat over de media en de reacties van mensen daarop. In elke talkshow, nieuwsprogramma, of krant gaat het over wie wat gedaan heeft en of het strafbaar is of niet.

Niemand staat stil bij de gevolgen voor ons. Wij kijken er ook naar.

Slachtoffer/survivor

Met ‘wij’ bedoel ik alle slachtoffers/survivors van seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland, inclusief mezelf, ik was ook slachtoffer. Naar schatting 22 procent van de vrouwen en 6 procent van de mannen heeft een vorm van seksueel misbruik meegemaakt. Dat wil zeggen dat je seksueel contact (manueel, oraal, vaginaal, anaal) met iemand hebt gehad tegen de eigen wil, al dan niet onder bedreiging. Even omrekenen: bijna 2 milioen mensen in Nederland. Een op de vijf vrouwen en een op de twintig mannen. Denk maar eens aan alle vrouwen en mannen die je kent…

Triggers

De helft van deze slachtoffers loopt psychisch vast in hun leven door PTSS, angststoornissen, slaapproblemen, verslaving, seksuele problematiek en ga zo maar door. De berichten in het nieuws, de opmerkingen op social media, thuis, in de klas en bij de sportschool veroorzaken triggers die beschadigend werken. Discussies als deze horen niet thuis aan een talkshowtafel om kijkcijfers te scoren met emotionele oneliners en juridisch gebrabbel. De opmerkingen die ik hoor en lees zijn verschrikkelijk. Iedereen vindt er wat van en deelt overal zijn of haar mening. Een greep uit de opmerkingen die ik de afgelopen week opving:

  • Er moet een pittig gesprek gevoerd worden met vrouwen die geen melding maken…
  • Die meiden zijn uit op geld.’
  • Dan hadden ze eerder aan de bel moeten trekken. Oh nee, ik kan niet slagen als artiest, dan trek ik de beerput maar open
  • Het is showbiss, alles is overdreven, als je al een opmerking maakt over seks, dan is het al verkrachting.’

Weet je wel wat je zegt? Heb je door welke triggers dit voor anderen oplevert? Hou je vooroordelen lekker bij je! 70 procent van de slachtoffers bevriest of werkt zelfs mee. Achteraf voelen ze zich schuldig en schamen ze zich dat ze niks hebben gedaan om hun grenzen aan te geven. Het heeft voor mij maanden geduurd voor ik durfde te praten over wat er gebeurt was. Een tijd lang heb ik als een zombie in overlevingsmodus de dagen doorgebracht. Het heeft me flink wat therapie en persoonlijke ontwikkeling gekost voor ik weer een beetje mezelf was. Het is logisch dat je als slachtoffer tijd nodig hebt om te overwegen of je wel of niet meldt wat jou overkomen is.

En dan nog de juridische uitglijer van Meike Lubbers aan tafel bij Beau; ‘Het is niet zomaar aanranding. Als er niet sprake is van een dwang op een bepaalde manier…’ wat een blunder was dat! Zij noemt zichzelf advocaat? Hier klopt niks van. Ik heb meegewerkt aan de campagne ‘Let’s talk about YES’ van Amnesty International. De verkrachtingswet is aangepast, alle vormen van onvrijwillige seks zijn strafbaar. Twijfel je of er sprake is van instemming (consent) bij seks? Kijk dan eens naar dit filmpje, daarin wordt het haarfijn uitgelegd aan de hand een kopje thee: Consent

Victim blaming

Wat mensen zich niet realiseren is dat iedere opmerking een trigger kan zijn voor de ellende die wij zelf hebben meegemaakt. En ‘victim blaming’ is bijna net zo beschadigend als de daad zelf. Iva Bicanic vertelt daar meer over in haar keynote lezing bij het Act4Respect congres op 27 november 2020: Victim blaming . Met tranen in mijn ogen heb ik gekeken en geluisterd. Tranen van herkenning, helaas heb ik veel van deze vormen van victim blaming gehoord.

Van talkshow tafel naar keukentafel

Hoe moet het dan wel? Ik denk dat de gesprekken over dit onderwerp niet thuis horen aan de talkshowtafel, maar thuis aan de keukentafel. Op school met vrienden. Bij familie die je vertrouwd. Het is zo’n kwetsbaar onderwerp en er heerst zoveel taboe op het bespreekbaar maken, dat we voorzichtig moeten zijn met wat we zeggen en hoe we het zeggen.

Eigen ervaring

Van de week was ik gastspreker bij een MBO school in Utrecht. Een paar leerlingen hadden een presentatie gemaakt over PTSS en ze hadden mij gevraagd om te vertellen over mijn eigen ervaring en mijn werk bij ADF. Terwijl ik vertelde over de gewelddadige verkrachting die ik heb meegemaakt kon je een speld horen vallen in de klas. Kippenvel voelde ik over mijn rug en zweet in mijn handen. Het voelde spannend en tegelijk heel goed om met deze leerlingen in gesprek te gaan. Ze stelde zulke mooie vragen en ik had het gevoel dat ik echt contact met ze had. Dit is de manier waarop ik met mensen in gesprek wil zijn over dit onderwerp. Respectvol, open en oordeelvrij.

In gesprek met slachtoffers

Uit eigen ervaring weet ik dat het heel lastig is om in gesprek te gaan met slachtoffers/survivors. Ik heb 18 jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt en heel wat van dit soort gesprekken gevoerd. In een mooi artikel op de website van NPO3 kwam ik een paar tips tegen die je kunnen helpen:

  • Laat de ander praten en luister. Een luisterend oor kan zoveel betekenen.
  • Push het slachtoffer niet om hulp te zoeken en/of aangifte te doen. Respecteer het proces waar diegene in zit en ondersteun hem of haar daarbij.
  • Toon begrip voor de ‘overlevingsmodus’ waarin iemand verkeerd.
  • Oordeel niet over de mentale impact, trauma wordt door iedereen anders ervaren.
  • Wees geen victim blamer (zie ook de lezing van Iva Bicanic)

Wil je meer informatie? Lees dan het hele artikel op NPO 3: Zo kun je er zijn voor een slachtoffer van seksueel geweld

Dankjewel dat je de tijd hebt genomen om dit te lezen. Heb je zelf last van psychische klachten (nachtmerries, herbeleving, angst) vanwege seksueel misbruik? Praat er dan over met iemand die je vertrouwt. Wil je hulp? Neem dan gratis, vrijblijvend en anoniem contact op met een van deze instanties. Als je de instantie aanklikt, kom je gelijk op hun website:

Slachtofferhulp Nederland

Centrum voor seksueel geweld

MIND Korrelatie

Sterkte en liefs, Ellemieke

Ellemieke is coördinator voor lotgenotencontact en trainingen bij de ADF Stichting. Verder houdt zij zich bezig met de begeleiding van vrijwilligers, voorlichting, communicatie en het schrijven van blogs. 

 

Vorig weekend is mijn zoektocht definitief geëindigd. Het was mijn laatste Tao weekend. Ik was met Tao training begonnen als zoektocht naar meer innerlijke rust en leven vanuit mijn kracht. Drie jaar lang heb ik gemediteerd, Chi Kung oefeningen gedaan, energie laten stromen, ‘soulsearching’ gedaan om mijn ‘destiny’ te vinden… om uiteindelijk te ontdekken dat ik moet STOPPEN MET ZOEKEN!!

Zoeken impliceert dat je iets moet vinden. Iets vinden betekent dat je het eerst kwijt was, zoals je sleutels kwijt kunt raken. En als je ‘het’ (in dit geval de sleutels) hebt gevonden, ben je dan klaar met zoeken? Als het gaat om jezelf zoeken, dan betekent dat dus dat je nu jezelf kwijt bent. Maar, zo heb ik ervaren, je kunt jezelf niet kwijt zijn. Ergens diep van binnen, onder een hoop beschermingslagen van kwaliteiten, vaardigheden, valkuilen, normen, waarden, rollen en patronen ben je jezelf. Altijd.

Het is dus geen zoektocht, maar eerder een ontdekkingsreis. Het leven is een proces van ont-dekken, ont-wikkelen en ont-moeten. Innerlijke rust ga ik niet vinden door dwangmatig elke dag te mediteren. Mijn kracht ga ik niet ontdekken door ernaar op zoek te gaan. Alles zit al in mij. De kunst is om de lagen af te pellen waaronder mijn kracht en rust verborgen zitten.

Toen ik in mijn pubertijd de angst had om ziek te worden, was ik vooral bang om dood te gaan. De angst om iets verkeerd te doen, waardoor ik uiteindelijk in een donker gat zou verdwijnen was zo intens verlammend. Ik verzette me heftig tegen dit gevoel, ik ging uit, dronk, blowde en deed er alles aan om dat gat maar niet te voelen. Het leek erop dat ik dit gat kon vullen met spanning en sensatie, maar eigenlijk voelde ik me alleen maar meer leeg van binnen.

Mijn angst voor de dood was eerder een angst om voluit te leven.

In therapie, opleiding, dans, meditatie en Tao training pelde ik langzaam de lagen van mezelf af en er bleef steeds minder over van alle beschermlagen die ik voor mezelf had opgebouwd. Ik ervaar mijn innerlijke rust en kracht meer, omdat ik weet wat ik ben: angst en vertrouwen, kwetsbaar en kracht,  storm en rust. Eigenlijk zijn we dat allemaal. Het doet me denken aan het nummer wat ik vroeger keihard meezong: ‘I’m a bitch’ van Meredith Brooks:

Meredith Brooks – I’m a bitch i’m a lover (with Lyrics) – YouTube

Mediteren, Chi Kung, dansen, zijn voor mij een onderdeel geworden in mijn dagelijks leven. Niet omdat het moet, maar omdat het goed voelt en mij helpt in mijn ontwikkeling. Bovendien mis ik het, als ik het niet doe. Ik wens iedereen een mooie ontdekkingsreis, waarin je steeds meer ont-wikkelt en ont-moet.

Hartelijke groet, Ellemieke

Met knikkende knieën zette ik de laatste stap op de ladder. In de afgelopen weken heb ik al meerdere keren op de steiger gestaan om de kozijnen in onze vier-en-een-halve meter hoge woonkamer op te schuren, schoon te maken en te schilderen, dus ik ben al heel wat gewend, maar dat ene kozijn… Ik kon er net niet bij met de steiger, dus die moest met de trap en dat was toch een stuk spannender. Met lichte paniek in mijn stem roep ik ‘Ronald, kan je even komen?!’ en het volgende gesprek vindt plaats:

Ronald onderaan de trap: ‘Ja lieverd, ik ben er. Zeg het eens’
Ik: ‘Kun je alsjeblieft onderaan de trap blijven staan, ik vind dit wel een beetje spannend zo hoog.’
Ronald ‘Dat is toch helemaal niet nodig, de trap staat stevig en hij is geblokkeerd met de steiger, er kan niks gebeuren.’
Ik: ‘Ja maar het voelt gewoon niet fijn, ik moet me helemaal uitrekken op het puntje van de trap. Ik mis houvast’
Ronald: ‘Zal ik het dan doen? Ik kan het wel even van je overnemen.’
Ik ‘Nee dat wil ik niet, ik wil het zelf doen.’
Ronald: ‘Oké, prima, maar wat doe ik hier dan? Ik kan je echt niet opvangen als je valt…’
Ik ‘Het geeft me gewoon een veilig gevoel dat je daar staat.’
Ronald: ‘Fijn dat ik jou dat gevoel kan geven.’
Dit gesprek is me zo bijgebleven, omdat er zoveel inzit… Ronald wil graag helpen, hij stelt me gerust, biedt aan om het van me over te nemen en is blij dat hij iets voor me kan doen. Helpen zit in onze aard, we doen het graag voor de mensen van wie we houden, dat geeft voldoening.

In gesprek met naasten
Regelmatig spreek ik naasten die vertellen over hun dagelijks leven. Een moeder die haar zoon met smetvrees helpt bij het openen van een deur en het wassen van zijn handen. Een volwassen zoon, die boodschappen doet voor zijn moeder, omdat zij de deur niet meer uit durft. Een vrouw die geen mensen meer thuis uitnodigt, omdat het teveel is voor haar man. Op zich lijken het ‘kleine dingetjes’ die je even voor een ander doet, maar als de angst- of dwangklachten van je partner, of kind langer aanhouden en als de zorg steeds intensiever wordt, kan dit druk op je relatie geven.

Het doet me denken aan de ziekenhuis serie ‘New Amsterdam’. In deze serie wordt Dokter Max Goodwin de nieuwe directeur van het ziekenhuis. Hij voert een nieuw beleid in waarbij hij zelf veel op de werkvloer is: het personeel spreekt hem voortdurend aan en vraagt hem van alles. Zijn standaard antwoord: “Hoe kan ik helpen?” In het begin is het inspirerend om te zien hoe deze ‘hands on’ directeur het ziekenhuis draaiende houdt, maar in de loop van de serie zie je langzaam aan hoeveel energie het hem kost. Ook Dokter Goodwin is maar mens en heeft zijn beperkingen.

Zo werkt het ook met naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Wanneer smetvrees ervoor zorgt dat er weerstand komt tegen lichamelijk contact, komt de intieme relatie met je partner onder druk te staan. Aan de ene kant wil je rekening houden met je partner, aan de andere kant heb je ook je eigen behoefte aan contact en kun je het gevoel hebben dat je leeg loopt.
Als je kind je elke avond uren nodig heeft om handelingen uit te voeren voor het slapen gaan (controleren, tikken, tellen, woorden herhalen) komt de relatie met je andere kinderen en je partner onder druk te staan. De aandacht gaat vaak naar het kind waar je je zorgen om maakt en je hebt minder tijd en energie voor je andere kind(eren), je partner en jezelf.

‘Ik gun hem zoveel beter’
Van de week sprak ik een man die vertelde dat zijn broer een angststoornis heeft. Hij vertelde me: “Ik gun hem zoveel beter, omdat ik weet hoe het leven ook kan zijn”. Dat is het ook vaak hè, als naaste gun je de ander zoveel meer en beter en zie je heel veel oplossingen. Het voelt dan zo machteloos om van de zijlijn toe te kijken hoe de ander verder in de put komt.

Totdat we er zelf bij neervallen.
Dus gaan we helpen. Helpen door te luisteren, te praten, gerust te stellen, dingen over te nemen. Helpen vanuit empathie, we voelen mee met de ander. Helpen om ons eigen gevoel van onmacht weg te nemen. Helpen totdat we er zelf bij neer vallen. En wie vangt ons dan op? Er is een grens aan wat je als naaste voor de ander kunt betekenen en laat dat nou net een van de lastige dingen zijn waar je als naaste tegenaan loopt: het voelen van je eigen grenzen en bewaken van je eigen grenzen.

We hebben dan ook bij de ADF Stichting besloten om een groep voor naasten op te starten om dit soort thema’s te bespreken. In het najaar start de supportgroep. Lijkt het jou ook fijn om met anderen in contact te komen die ook een naaste hebben met psychische problemen? Stuur dan een mail naar; lotgenotencontact@adfstichting.nl .

Ellemieke is moeder van twee puberende zoons en ze werkt als coördinator voor lotgenotencontact en trainingen bij de ADF Stichting. Zelf heeft ze ervaring met angstklachten en PTSS in haar jeugd en haar man heeft last van dwang. 

Wij Nederlanders zien onszelf graag als open en spontaan. We zeggen wat we denken, vrijheid van meningsuiting is erg belangrijk. Toch lijkt er een taboe te heersen op het praten over je gevoelens, dat voelt kwetsbaar. Brene Brown zegt in haar boek ‘De kracht van kwetsbaarheid’ het volgende: ‘Kwetsbaarheid vormt de kern van alle emoties en gevoelens. Als we voelen, zijn we kwetsbaar. Als we geloven dat kwetsbaarheid hetzelfde als zwakte is, geloven we in feite dat voelen hetzelfde is als zwakte. Als we ons gevoelsleven afsluiten uit angst dat de prijs te hoog is, lopen we weg voor datgene wat ons leven juist richting en zin geeft’

Hoe open zijn wij hier in Nederland echt? Hoe open zijn we over psychische klachten, zoals een angststoornis, burn-out, verdriet en depressie? Hoe open ben ik zelf? Wat wil ik daarmee bereiken?

‘Hoe open ben je?’ vroeg ik een paar weken geleden tijdens een online thema bijeenkomst over angst en dwang bij een bedrijf. ‘Hoe open ben je? Hoe open ben je over je psychische klachten zoals angst, dwang, depressie, stress? En wat zijn de voor- en nadelen?’ Samen met twee ervaringsdeskundige vrijwilligers vertelde ik over de ADF Stichting en gingen we met medewerkers, leidinggevenden en bedrijfsmaatschappelijk werkers in gesprek over hun ervaringen.

Op het beeldscherm zag ik wat handen omhoog gaan van mensen die wilden reageren. Er werden mooie verhalen verteld van mensen die van hun kwetsbaarheid hun kracht hebben gemaakt. Iemand vertelde dat hij last heeft van controledwang en dit kon hij goed inzetten op zijn werk, omdat hij gedegen de boekhouding op orde kreeg. Een ander vertelde dat openheid over haar angst klachten ervoor zorgde dat ze ander werk kreeg wat beter bij haar paste. En er werden ook nadelen besproken, zoals het omgaan met vooroordelen en het gevoel dat je toch niet helemaal voor vol word aangezien door je collega’s. Een collega reageerde door te zeggen dat ze het juist heel fijn vond als mensen open waren, want dan kon ze er rekening mee houden. Mooie gesprekken die zeker nog een vervolg gaan krijgen.

En ik dan? Hoe open ben ik zelf?

‘Hoe open ben ik zelf’ vroeg ik me twee weken geleden af, toen ik naar de fysiotherapeut moest en hij mijn pijnlijke beenspieren los masseerde. We hadden het over mijn werk bij ADF en hij vroeg me of ik zelf bekend was met angst of dwangklachten. Ik kom al jaren bij hem als ik een blessure heb en ik besloot om open te zijn. ‘In mijn jeugd heb ik last gehad van de angst om ziek te worden. Ik was een rebelse puber, maar van binnen was ik een heel onzeker meisje. Na een trauma kreeg ik last van PTSS klachten, daarvoor heb ik therapie gehad. Deze behandeling heeft me ook geholpen bij mijn angstklachten…’ Gespannen wachtte ik zijn reactie af. Hij leefde mee en vroeg naar de therapie die ik gevolgd had, terwijl mijn spieren verder ontspanden onder zijn professionele handen.

Eigenlijk ben ik altijd wel open. Als het ter sprake komt, vertel ik open over wat ik heb meegemaakt en waar ik last van heb (gehad). De reacties van mensen zijn heel verschillend; sommige mensen schrikken van mijn eerlijkheid; anderen leven mee en vragen door en veel mensen vertellen hun eigen verhaal. Wanneer ik me kwetsbaar opstel, geef ik onbewust toestemming aan anderen om dat ook te doen. Vriendschapsbanden verdiepen, familie voelt hechter en op mijn werk heb ik echt het gevoel dat ik mezelf kan zijn.

Op mijn werk bij de ADF Stichting kan ik open zijn. Open over mijn angstklachten en PTSS van vroeger, over mijn kwetsbaarheden nu en over Ronald zijn OCD. Het doet iets met mijn gevoel nu ik zo open ben. Het is alsof er een soort last van mijn schouders is, ik hoef niet meer ‘te doen alsof’. De gesprekken die we hebben op mijn werk hebben een diepere laag, zijn eerlijk, puur. En niet alleen op mijn werk ben ik opener geworden, ook bij vrienden, familie, op de sportschool, bij verjaardagen, overal waar angst of dwang ter sprake komt, ben ik open.

Naar schatting krijgt een derde van de Nederlanders ergens in zijn leven te maken met psychische kwetsbaarheid. Veel mensen hebben het gevoel dat ze de enige zijn en dat voelt heel eenzaam. Toen ik mij als puber terugtrok in mijn eigen angstige wereld en als een zombie door het leven ging, dacht ik echt dat ik de enige was en dat er niemand was die me begreep. Totdat ik voor het eerst iemand in vertrouwen nam.

De eerste keer…

De eerste keer dat ik echt open was in mijn leven zal ik nooit vergeten. Op mijn 17de werd ik smoorverliefd op een jongen en we kregen verkering. We waren een maand of vier samen toen ik het tijd vond om meer over mezelf te vertellen. Het voelde alsof ik mijn eigen huid eraf schraapte en mezelf op een presenteerblaadje aan hem gaf. Tijdens een wandeling vertelde ik hem over mijn pittige jeugd en het trauma wat ik had meegemaakt. Ik zei tegen hem dat ik ‘gebroken’ was, ik had therapie gevolgd en de stukken aan elkaar gelijmd, maar zou de littekens blijven voelen. Ik wilde dat hij wist waar hij aan begon als we verder wilden gaan met de relatie en ik vroeg hem of hij echt met mij samen wilde zijn, ook al had ik zoveel meegemaakt….Dit was een van de meest kwetsbare momenten in mijn leven….

Wat ik wilde bereiken met ‘open zijn’? Het kwetsbare moment dat ik hierboven omschrijf was om te checken of de verkering uit kon groeien tot een serieuze relatie. Het resultaat: We hebben vorige week gevierd dat we 25 jaar samen zijn. Mijn ontwikkeling ging van ‘gebroken en kwetsbaar’ naar ‘authentiek en open’. Wat ik nu wil bereiken met ‘open zijn’? Ik hoop daarmee de taboe en schaamte te doorbreken. Als ik kwetsbaar mag zijn, mag jij dat ook. Samen zijn we sterk in onze kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid creëert verbondenheid. Als iemand jou in vertrouwen neemt en open verteld over zijn of haar kwetsbaarheid, hoop ik dat je het kunt beschouwen als een compliment en een mogelijkheid om de relatie te verdiepen.

Foto van Eline van Rijn

Sinds ik me kan heugen ben ik bang om mensen die me dierbaar zijn kwijt te raken. De oorsprong van deze angst ligt denk ik in mijn jeugd. Wanneer mijn ouders achter de gesloten deur van hun slaapkamer ruzie aan het maken waren, zat ik als meisje van een jaar of 5 altijd bovenaan de zoldertrap ingespannen naar hen te luisteren, klaar om in te grijpen wanneer het beneden uit de hand dreigde te lopen. Dan hoorde ik mijn vader de meest verschrikkelijke dingen schreeuwen tegen mijn moeder, waarop zij dan weer in huilen uitbarstte en hem tevergeefs smeekte om ermee op te houden. Ik was doodsbang dat hij mijn moeder wat zou aandoen. Die angst was niet helemaal ongegrond, omdat mijn vader mijn moeder ook wel eens geslagen heeft. Zo ben ik er als kind een keer getuige van geweest dat hij een oorbel uit mijn moeders oor sloeg. Daar ben ik toen ontzettend van geschrokken. Van jongs af aan zag ik het als mijn taak om mijn moeder tegen hem te beschermen. Dan rende ik de zoldertrap af, stormde hun slaapkamer binnen en trachtte ik tussenbeide te komen. Meestal begon mijn vader zich dan op mij af te reageren, waarop mijn moeder huilend probeerde om de boel te sussen. Maar daar trok hij zich niets van aan. Na zo’n woede-uitbarsting trok mijn vader zich altijd terug in zijn studeerkamer en brak er weer een lange periode van stilzwijgen aan. Dan liep hij zwijgend door het huis en was de spanning om te snijden. Ruzies werden nooit uitgepraat. En als de rust weer enigszins teruggekeerd was, deed hij net alsof er niets was gebeurd, kocht hij een bloemetje voor mijn moeder en daarmee was de kous af. Nog nooit heeft hij zijn excuses aangeboden. Zijn onvoorspelbare gedrag heeft bij mij en de rest van ons gezin – ik heb ook nog een vijf jaar jongere broer – zijn sporen nagelaten. Het heeft me gevormd tot de persoon die ik nu ben, een persoon met een dwangstoornis en trekken van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis (dit houdt kort gezegd in dat ik confrontaties het liefst uit de weg ga, omdat ik niet voor mezelf durf op te komen en bang ben om gekwetst te worden) plus posttraumatische stressklachten. De afgelopen jaren heb ik er hard aan gewerkt om hiermee te kunnen dealen en als wonder boven wonder ben ik redelijk goed uit de strijd gekomen en sta ik vandaag de dag aardig mijn mannetje. De tijd dat ik nog over me heen liet lopen, is voorgoed voorbij. Maar goed, de angst om dierbaren kwijt te raken, maar ook om zelf dood te gaan, is er nog steeds.

Bobbeltje

Een maand geleden ontdekte mijn partner met wie ik nu ruim zeven jaar samen ben een bobbeltje boven haar sleutelbeen. Op dat moment had ze net haar eerste vaccinatie tegen corona gekregen en dacht ze dat het misschien daarmee te maken had, dat er iets ontstoken was of zo. Maar het bobbeltje ging maar niet weg, waarop mijn partner een afspraak bij de huisarts maakte. Deze constateerde behalve het knobbeltje boven haar sleutelbeen ook nog een verdikking bij haar rechterborst. Hij dacht aan een ontstoken melkklier, maar besloot haar toch door te verwijzen naar het plaatselijke ziekenhuis om een echo en foto’s te laten maken voor de zekerheid. Vrijwel meteen sloeg bij mij de schrik toe, want stel dat het foute boel is. Die verschrikkelijke gedachte laat me de afgelopen paar weken maar niet los. Ik moet er niet aan denken om haar kwijt te raken en alleen over te blijven in het grote huis waar we nu met onze twee huisdieren wonen. Die angst is zo groot dat ik de afgelopen dagen meerdere keren in huilen ben uitgebarsten. De onzekerheid over wat er met haar aan de hand is, is killing! Tegelijkertijd voel ik me hier ook schuldig over, omdat ik mijn partner niet met mijn schrikbeelden wil opzadelen. Maar goed, het liefste wil ik nu meteen 100 procent zekerheid hebben dat ze niets ernstigs mankeert, maar dat kan niet. Er is ook niemand die die onzekerheid bij mij kan wegnemen. Er zit niets anders op dan te wachten tot en met de afspraak op 28 april aanstaande. Als het goed is krijgt ze na de foto’s en de echo meteen de uitslag. Ondertussen probeer ik maar afleiding te zoeken in mijn vrijwilligerswerk voor de ADF en wandelen met mijn hond Avi, wanneer mijn partner aan het werk is in het ziekenhuis. Dat lukt op zich aardig, maar wanneer ik even niets aan het doen ben komen die schrikbeelden weer opzetten en slaat de schrik me om het hart.

Verlamming van Bell

In 2016 werd ik van de een op andere dag geconfronteerd met een aangezichtsverlamming. Mijn partner kwam thuis na een tandartsafspraak en zag dat mijn mond scheef stond. Ik had het zelf nog niet eens in de gaten, totdat ik in de spiegel keek en zag dat de hele rechterzijde van mijn gezicht verlamd was. Ik zag er niet uit. Toen ik de doktersassistente belde, moest ik meteen naar de praktijk komen. In eerste instantie werd gedacht aan een beroerte, maar daar was volgens mijn huisarts waarschijnlijk geen sprake van. Hij dacht aan de ziekte van Bell, een tijdelijke aangezichtsverlamming waarbij de oorzaak buiten de hersenen ligt,namelijk in de zevende hersenzenuw (zie voor meer informatie https://www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/eenzijdige-aangezichtsverlamming-ziekte-van-bell). Voor de zekerheid verwees hij me door naar het ziekenhuis. Ook de neuroloog vermoedde dat daar sprake van was, maar hij sloot ook niet uit dat er iets in mijn hersenen zou kunnen zitten dat dit veroorzaakte. De gedachte dat ik een hersentumor zou kunnen hebben, deed me tijdens het gesprek met de neuroloog meteen in huilen uitbarsten. Alsof mijn wereld verging. Dezelfde week kreeg ik nog een MRI-scan om een en ander uit te kunnen sluiten. De uitslag zou ik pas een week later krijgen. Een week lang heb ik tussen hoop en vrees gezweefd. Hoewel ik ontzettend veel steun van mijn partner en bezoekjes van dierbaren kreeg, konden zij die verschrikkelijke angst niet wegnemen. Ik vreesde echt dat ik het einde van het jaar niet zou halen en ik zag ook steeds voor me hoe mijn partner en vrienden bloemen legden op mijn graf en vervolgens de begraafplaats weer verlieten. Op een gegeven moment trok ik het niet meer en besloot ik het ziekenhuis te bellen met de vraag of ik de uitslag eerder kon krijgen, omdat mijn angst zijn tol begon te eisen. Gelukkig was dat toen mogelijk en kreeg ik al gauw te horen dat het inderdaad een aangezichtsverlamming van Bell was. Meteen kreeg ik een stootkuur Prednison toegediend en na drie weken had ik eindelijk mijn normale gezicht weer terug. Restverschijnselen zijn gelukkig uitgebleven.

Niets is zeker

Als ik een ding moeilijk vind in het leven, is dat niets in het leven blijvend is. We krijgen allemaal op een zeker moment in ons leven te maken met het verlies van dierbaren en ook wijzelf blijven niet eeuwig op deze aardkloot rondlopen. Aangezien dit me best wel parten speelt, ben ik aan het rondkijken wat mij zou kunnen helpen om met deze onzekerheid om te gaan. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar zeker is wel dat ik iets moet ondernemen, zodat mijn leven weer draaglijker wordt.

Positieve ontwikkelingen

Al geruime tijd gaat het heel goed met mij. De dwang houdt zich koest, zodat ik met volle teugen kan genieten van alle mooie en bijzondere dingen die ik doe. Zo mocht ik onlangs voor vrijwilligersorganisatie Stjoer (Stjoer staat voor eigen regie en het stuur in eigen handen nemen als je te maken hebt met een psychische/sociale kwetsbaarheid) een online presentatie geven over mijn herstel aan een gebiedsteam in Friesland. In een van mijn eerdere blogs heb je kunnen lezen dat het begrip herstel niet dezelfde betekenis heeft als genezing, maar inhoudt dat je je leven ondanks je psychische beperking weer hebt weten op te pakken. De bedoeling van deze ervaringsbijeenkomsten is om onder andere gebiedsteams voor te lichten hoe ze het beste kunnen omgaan met cliënten met een psychische/sociale kwetsbaarheid, zoals bijvoorbeeld dwang, autisme of  verslavingsproblematiek. Natuurlijk vond ik het van tevoren heel spannend, omdat het de eerste keer was dat ik mijn ervaringsverhaal ging presenteren aan een groter publiek. Maar de zenuwen verdwenen al snel toen ik begon met het vertellen van mijn verhaal. Ik vond het een geweldige ervaring. De positieve feedback die ik na afloop kreeg geeft mij kracht en stimuleert mij om hiermee door te gaan.

Rubensvrouw met een medicijnbuikje

Ik ben zo ontzettend dankbaar voor het feit dat ik na jaren in stilte strijd te hebben geleverd tegen mijn dwangstoornis mijn leven weer op de rit heb weten te krijgen. Toch zijn er nog een paar dingen in mijn leven waar ik vandaag de dag nog mee worstel. Ten eerste is dat mijn overgewicht. Sinds dat ik begonnen ben met het slikken van medicatie voor mijn dwang ben ik tientallen kilo’s aangekomen.  Aanvankelijk kreeg ik allerlei antidepressiva voorgeschreven, maar toen dat niet afdoende bleek werden daar in 2012 nog antipsychotica aan toegevoegd en die combinatie werkt op zich goed tegen dwang, alleen is het me sindsdien niet meer gelukt om op een gezond gewicht te blijven en daar baal ik af en toe stevig van, vooral als ik naar mezelf in de spiegel kijk. Dan zie ik dat de slanke meid die ik ooit was gedurende de jaren is veranderd in een  Rubensvrouw met een medicijnbuikje (de term medicijnbuikje heb ik overigens niet zelf bedacht. Een therapiegenoot in het AMC ziekenhuis die met hetzelfde worstelde, kwam met deze term ooit op de proppen .). Kon ik aanvankelijk mijn fraaie rondingen nog redelijk appreciëren, vooral omdat ik nu eindelijk volle borsten heb, nu zitten ze me in de weg.

Ik sta al een tijdje onder controle van een diëtiste, maar op de een of andere manier slaag ik er maar niet in om me te houden aan het koohydraatarme dieet dat zij mij heeft voorgeschreven. Elke keer zwicht ik weer voor lekkere dingen, waardoor ik me schaam om op haar spreekuur te verschijnen en de neiging heb om onze afspraken dan maar te verzetten. Maar dit schiet natuurlijk niet op!

Rookverslaafd

Behalve mijn problemen met mijn gewicht heb ik sinds mijn baanverlies ook nog te kampen met een rookverslaving. Voordat ik definitief thuis kwam te zitten, rookte ik af en toe voor de gezelligheid wel eens een sigaretje op feestjes en daar bleef het dan bij. Maar toen ik zonder werk op straat kwam te staan, werd de sigaret mijn beste vriend. Roken gaf mij de rust waar ik zo naar verlangde. Inmiddels weet ik wel dat dit nergens op slaat. Roken geeft juist stress, want zodra je je peuk hebt uitgedrukt voel je al gauw ontwenningsverschijnselen die je weer een nieuwe sigaret doen opsteken.  Ondanks dat ik weet dat ik verkeerd bezig ben, is het me nog niet gelukt om de dag door te komen zonder een pakje Lucky Strikes. Wat ook nog meespeelt is het feit dat ik tijdens twee eerdere halfslachtige stoppogingen weer veel last begon te krijgen van mijn dwang. Het stoppen met roken leverde toen zoveel stress op dat ik binnen no time weer van de ochtend tot de avond in beslag genomen werd door dwanggedachten en levendige beelden over een einde aan mijn leven maken. Ik werd er heel verdrietig en somber van. Uiteindelijk raakte ik zo in paniek dat ik besloot om maar weer aan de bel te trekken bij mijn oude behandelaar. Uit de vragenlijsten die ik toen moest invullen, kwam naar voren dat ik op dat moment balanceerde op het randje van een depressie. Toen heb ik samen met mijn behandelaar besloten dat het voor mij nog niet het juiste moment was om met het roken te stoppen. Dus ging ik maar weer door met het kopen en verslinden van vele dure pakjes sigaretten, me ondertussen erbij neerleggend dat het me toch nooit zou lukken om hiervan af te komen. En inderdaad toen ik weer begon met roken, verdween de dwang ook weer naar de achtergrond en keerde de “rust” weer terug.

Vicieuze cirkel

Ik ben nu op een punt gekomen dat ik mijn oude gewoontes van het nuttigen van te grote maaltijden, snoepen en teveel roken wil doorbreken. Ik ben me ervan bewust dat dit niet gemakkelijk zal zijn, omdat stoppen met roken in de meeste gevallen ook weer kan leiden tot gewichtstoename plus dat ik uit ervaring weet dat mijn dwang hierdoor getriggerd kan worden. Vooral dat laatste vind ik beangstigend, omdat het bij mij nooit een kwestie is van maar een beetje last hebben van dwang. Als ik een terugval heb, raak ik altijd meteen volledig in de greep van mijn dwangstoornis. Dan lopen de dwanggedachten en beelden over een zelfgekozen dood en mijn eigen gezonde gedachten in elkaar over, waardoor ik ze niet meer zo goed van elkaar kan onderscheiden en ik een heel bang wezentje word. Hier zit ik natuurlijk niet op te wachten. Tegelijkertijd hangt de angst om ernstig ziek te worden door het roken en mijn overgewicht steeds als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Deze vicieuze cirkel zal ik moeten doorbreken, wil ik nog wat langer mee kunnen draaien op deze aardbol.

De doorslag

Een paar weken geleden kreeg ik van de een op andere dag last van oorsuizen. Het leek wel alsof er de hele dag krekels in mijn oren zaten te tjirpen. Ik werd er niet goed van en besloot na lang wikken en wegen toch maar even een bezoekje aan de huisarts te brengen. Ik zat er best wel over in, want stel dat het tinnitus was (de wetenschappelijke benaming van oorsuizen terwijl er geen geluidbron in de buurt is) dan kwam ik hier misschien nooit meer van af. Ik was ook bang dat het geluid almaar harder zou worden en dat ik dan helemaal gek zou worden. Allerlei worst case scenario’s flitsten door mijn hoofd, waardoor het me moeite koste te focussen op leuke dingen. In zekere zin heb ik toch ook wel wat last van ziektevrees. Ik zie er altijd tegenop om naar de huisarts of wat voor arts dan ook te gaan. Ik ben altijd bang dat ik dan misschien wat ernstigs onder de leden heb. Uiteindelijk heb ik toch maar een afspraak gemaakt en wat bleek tijdens mijn bezoek aan de huisarts…de veroorzaker van mijn oorsuizen is het feit dat ik rook. Roken tast onder andere de bloedvaten aan in het oor, waardoor de doorbloeding vermindert in het slakkenhuis. Hij adviseerde me om te stoppen met roken en dan niet cold turkey, maar door elke week een sigaretje minder te roken. Door te stoppen met roken kunnen mijn tinnitusklachten weer verminderen. Toen ik hem vertelde dat ik dan ongetwijfeld weer last zal krijgen van mijn dwang, vertelde hij me dat dat helaas een afkickverschijnsel is, maar dat ik me ook moet realiseren dat ook dat weer overgaat. Opgelucht dat mijn oorsuizen slechts van tijdelijke aard is, keerde ik vol goede moed weer huiswaarts. Daar wierp ik mijn blik op mijn pakje peuken en besloot om in plaats van de algemene dagelijkse hoeveelheid van ongeveer twaalf sigaretten er nu elf klaar te leggen.