Ik zal het nooit vergeten: het verdriet om het dilemma of ik mijn jongste broertje uit de box wilde tillen. Het werd mij gevraagd en hoewel mijn hart heel hard ‘ja’ riep, hield mijn hoofd me tegen.

Of die keer dat mijn oudste broertje een knuffel op mijn bed legde die mijn moeder had gespaard en die ík mocht hebben. Ook al was het heel lief dat mijn broertje de knuffel kwam brengen, meteen sloeg ook de schrik toe: een knuffel uit een winkel!

Net als dat ik me herinner hoe vies ik het vond op de middelbare school. Binnenkomend in een walm van stinkende sigarettenrook en de geur van frikandellen. Waarna ik vervolgens aan een tafel zat waaronder kauwgom was geplakt.

Ook een ogenblik van paniek in de pauze staat me nog bij als de dag van gisteren. Alsof ze een mes in mijn rug stak, trok een meisje met wie ik omging, mijn elastiek uit mijn haar. Iedereen die bij me stond wilde zien hoe ik eruit zag met los haar, maar de tranen stonden in mijn ogen. Hoe kreeg ik mijn haar ooit nog goed?

En dan de schaamte die ik kon voelen. Bijvoorbeeld toen ik op een feestje zei dat ik verkouden was – dus het niet verstandig was als ik de mensen zou begroeten met kussen – en één van mijn ooms zei: ‘Alweer?!’. Hij had me vast door.

En al die keren dat ik niet later dan een bepaald tijdstip mijn avondeten op kon hebben. Als dat lukte had ik nog precies genoeg tijd – te weten 1,5 uur (!)- om te douchen en alles wat daarbij hoorde, voordat het programma begon wat we altijd met z’n allen keken.

Op mijn werk kreeg ik het benauwd als iemand voor wie ik zorgde een arm om mijn nek sloeg. Dan moest ik me daarna echt weer herpakken om de rest van de dag nog ‘normaal’ voor de mensen op de groep te zorgen.

In mijn herinnering ook bijna hartverscheurend was het moment waarop bleek dat, binnen een jaar na mijn opa, ook mijn oma snel zou overlijden. Terwijl we om de beurt afscheid namen door bij haar te zitten en de tranen over mijn wangen stroomden, aaide mijn tante mij over mijn haar om me te troosten. Zij stond daar logischerwijs niet bij stil maar ik zag zelfs de schrik in de ogen van mijn broertje: ze kwam aan mijn haar.

Maar in tegenstelling tot die onvergetelijke ‘pijnlijke’ momenten, waren er ook mooie onvergetelijke momenten.

Bijvoorbeeld de keren dat ik wél vanuit mijn hart met mijn broertjes om kon gaan. Dat ik ze knuffelde of zij juist mij en we samen dansten, zongen en eindeloos buiten speelden.

Dat ik met mijn oom, tante, neefje en nichtje mee mocht op vakantie. Heen en terug met het vliegtuig, zwemmen in het zwembad en zelfs in de zee. En van dingen die ik vies zou vinden kan ik me niks meer herinneren.

En misschien wel de laatste echte knuffel die ik mijn opa gaf. Niet uit gewoonte maar uit liefde. Omdat ik hem zo had gemist na twee weken vakantie op Ameland.

Ook zorg ik al heel wat jaren op dezelfde werkplek voor de mensen die dat nodig hebben en houd ik ze vast, geef ik ze knuffels en laten ze merken dat ze me lief vinden.

Verder heb ik sinds een paar jaar zelfs een eigen appartementje/studio! Ook al ben ik er niet zo vaak als ik zou willen (want heb ik het (extra) moeilijk, dan logeer ik bij mijn moeder), ik ben erg blij dat ik er mag wonen.

En ondanks alles zegt mijn moeder dat ze het nog steeds leuk vindt als ik kom en zijn mijn broertjes (op wat ‘broer-en zusgekibbel na) altijd lief tegen mij en accepteren ze mij zoals ik ben.

Ik weet niet precíes sinds wanneer, op welke datum of welke dag, maar ik weet wél dat ik dit jaar een jubileum heb.

En hoewel het natuurlijk niet echt iets om te vieren is, denk ik dat ik na al die jaren toch ook een beetje trots kan zijn. Op wat ik – ondanks alles – toch heb kunnen bereiken. Op dat niet alleen de nare momenten maar misschien juist daardoor ook veel leuke, mooie en bijzondere herinneringen in mijn geheugen gegrift staan.

En omdat het me meer heeft leren waarderen en laten nadenken over wat ik écht wil en leuk vind in het leven. Zoals het schrijven van columns. Want zonder die 20 jaar angst, dwang en smetvrees had ik ze nooit kunnen schrijven.

Misschien dat ik dan toch maar iets koop om te trakteren. Niet omdat ik al zó lang last heb van al die mentale ‘issues’ maar om de leuke dingen die er ook zijn in het leven, te vieren!

Mara Felicia schrijft over haar leven met een angst-/ dwangstoornis (OCD), smetvrees en bijbehorende ‘issues’. Ze schreef vroeger verhaaltjes en gedichtjes voor bekenden, tot iemand zei: “Daar moet je wat mee doen.” “Ik hoop hier anderen (op een positieve manier) mee te steunen als lotgenoot, maar ook anderen zonder dwangstoornis, een inkijkje in mijn leven te geven.”

Lees ook haar eerdere columns:

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Are you human? Please solve:Captcha