De afgelopen maanden stond het schrijven van columns even op een heel laag pitje, maar dat heeft een reden. In augustus van dit jaar is een dierbare vriend van mij op 51-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Het was een hele intensieve, maar ook waardevolle periode waarin schrijven voor mij even geen prioriteit had. Het was een periode van weerzien, waardevolle herinneringen creëren en weer loslaten.
Weerzien
In december vorig jaar kreeg ik een appje van mijn vriend. Hij wilde graag eens bijpraten. Ik werd meteen enthousiast. Ik had hem al zo lang niet meer gesproken. Ik was zo benieuwd hoe het met hem ging. Ik wist wel dat hij een leuke vrijwilligersfunctie had gevonden en dat hij het daar erg naar zijn zin had. Ik was zo blij voor hem, want lange tijd lukte het hem maar niet om passend vrijwilligerswerk te vinden. Een betaalde baan was voor hem al helemaal geen optie. Zijn autisme spectrum stoornis had elke keer tot gevolg dat hij tegen een muur van onbegrip aanliep met vele frustraties tot gevolg. Eindelijk had hij een plek gevonden waar hij werd geaccepteerd als persoon en helemaal zichzelf kon zijn.
Toen mijn mobiel ging en zijn naam oplichtte in het display nam ik enthousiast op. Maar al gauw maakte mijn enthousiasme plaats voor verslagenheid. Mijn vriend vertelde me dat hij in 2023 de diagnose darmkanker met uitzaaiingen had gekregen en dat hij daarvoor al vele behandelingen had ondergaan. Ik was verbijsterd en wist even niets uit te brengen. We spraken af dat we elkaar maar snel moesten zien.
Tweede Kerstdag ging ik naar hem toe. Het eerste wat we deden toen we elkaar weer zagen, was elkaar een dikke knuffel geven. Beiden voelden we weer die diepe verbondenheid en warmte die zo kenmerkend was/is voor onze vriendschap. Al die tussenliggende jaren waarin we elkaar door onze drukke leventjes een beetje uit het oog waren verloren, hadden daar niets aan veranderd. Mijn vriend vertelde me dat hij gestopt was met chemotherapie. Hij was helemaal klaar met alle ellendige bijwerkingen en de vele ziekenhuisbezoeken. Een eventuele nieuwe behandeling zou zijn leven statistisch gezien hoogstens met een jaar kunnen verlengen. Hij besloot te kiezen voor kwaliteit van leven en ik begreep zijn keuze. Vanaf dat moment besloten we verder te gaan met het maken van waardevolle herinneringen.
Waardevolle herinneringen creëren
Een van onze uitstapjes was een bezoekje brengen aan de Leidse Hortus Botanicus. Daar kwamen we beiden tot de conclusie dat de tuin van mijn vriend wellicht nog mooier was. Zijn achtertuin had hij omgetoverd tot een prachtige idyllische plek. Een watervalletje door hem zelf aangelegd, verschillende paadjes waar je over kon wandelen, een paar grote rotsblokken rond de vijver waar je even op kon zitten en mijmeren. Tot en met de laatste keer dat ik hem thuis opzocht, hebben we hier samen intens van genoten.
We hadden diepgaande gesprekken over ons leven, onze psychische kwetsbaarheid, het verloop van zijn ziekte, spirituele dingen en hoeveel het vrijwilligerswerk voor ons beiden betekende. Onze gesprekken wisselden we af met momenten van stilte waarin we gewoon met elkaar in het moment konden zijn. Ik beloofde hem dat ik bij hem zou blijven wanneer hij het einde voelde naderen. Het stond voor mij vast dat ik er ook op dat moment voor hem wilde zijn, ook al vond ik de gedachte dat hij mogelijk in mijn bijzijn zou komen te overlijden best heftig. Gelukkig kon ik hier goed over praten met mijn partner die zelf als verpleegkundige werkzaam is op de afdeling Oncologie in het streekziekenhuis en een goede vriendin van ons die daar palliatief consulent is. Zo kon ik me een beetje voorbereiden op wat me mogelijk te wachten stond.
Stroomversnelling
Gedurende de eerste vijf maanden na onze eerste ontmoeting in december was mijn vriend mentaal en fysiek nog in goede doen. Dagelijks fietste hij naar een recreatieplas in de buurt om daar een duik te nemen in het koude water. Het water was zijn tweede thuis. Ik noemde hem weleens gekscherend mijn zeemeerman.
En tot ieders verbazing stapte hij in mei van dit jaar nog bepakt en bezakt op de fiets om een begin te maken met zijn fietstocht naar Santiago de Compostella, een reis die al langere tijd op zijn to-do-lijstje stond. Hij had alles tot in de puntjes voorbereid. Hij kwam tot het Franse stadje Tours. Technische mankementen aan zijn fiets en een vervelende uitstralende pijn die hij met pijnmedicatie onder controle probeerde te houden, maakten dat hij moest afhaken. De teleurstelling was groot, maar hij was vastbesloten om deze tocht in september weer te vervolgen.
In de periode hierna probeerde ik hem zo vaak mogelijk thuis op te zoeken. Elke keer dat ik hem zag was hij weer een stukje verder afgetakeld. Hij werd magerder, moest steeds vaker rusten en had moeite om zijn eten binnen te houden. Het deed me pijn en verdriet om hem zo te zien worstelen. Hij had zo’n sterke wil om in leven te blijven.
Op een gegeven moment kwam zijn ziekte in een stroomversnelling terecht. Aangezien hij alleenstaand was en steeds meer zorg nodig had, was thuis wonen niet langer verantwoord. Dit leidde ertoe dat hij in augustus moest worden opgenomen in een hospice.
Loslaten
Mijn vriend vroeg of ik gedurende de eerste paar dagen van zijn verblijf in het hospice bij hem wilde komen logeren. Dat zou voor hem de overgang wat makkelijker maken. Van tevoren pakten we thuis ieder onze tassen in. Tussendoor appten we elkaar over wat we mee zouden nemen. Het leek alsof we samen op reis gingen, alleen zou dit voor hem de laatste keer zijn.
In het hospice kreeg hij een mooie, lichte en ruime kamer. De vrijwilligers en de verpleegkundigen waren stuk voor stuk heel behulpzaam en zorgzaam. Hij was in goede handen.
Als zijn gezondheid het toeliet, gingen we wandelen in de bosrijke buurt waarin het hospice was gelegen. Aangezien lopen voor hem steeds moeilijker werd, pakten we geregeld de rolstoel om zo de omgeving te verkennen. We genoten van de zonnestralen op ons gezicht, het omringende groen en de fladderende vlinders om ons heen, de stilte en de gesprekjes die we af en toe hadden. Zwemmen in het buitenwater ging op dat moment nog wel en dat deed hem ook goed. In het water voelde hij zich licht en vrij.
Met Stichting Vaarwens maakten we een onvergetelijk mooie boottocht over het IJmeer en het Markermeer. Zijn grootste wens was om daar nog een keer te zwemmen en die wens kon die dag gelukkig worden vervuld. De mensen aan boord wisten niet wat ze zagen toen ze hem met een perfect staaltje borstcrawl door het water zagen voortbewegen.
Een paar weken daarna ging het steeds slechter met hem. Ik hielp hem met douchen, omdat ik wist hoe intens hij genoot van stromend water op zijn lichaam. Dan keken we elkaar altijd even in de ogen. Dan zag ik zijn lieve en innemende blik en voelde ik van binnen zoveel liefde voor hem.
Op een mooie zomerse zaterdagmiddag eind augustus was het moment aangebroken dat we hem moesten loslaten. Tot op de dag van vandaag ben ik hem zo ontzettend dankbaar dat hij me toeliet op zijn meest kwetsbare momenten en dat ik tot het einde bij hem kon blijven.
Tot slot
Ik heb veel van hem geleerd, zoals dat schoonheid in hele kleine dingen kan zitten, zoals een Atalanta vlindertje dat om je heen vliegt, een prachtig bloemetje dat heen en weer beweegt op een zacht briesje of een aalscholver die het luchtruim kiest. Dat je alle dingen die je doet met aandacht moet doen, dat je moet proberen om je niet te laten overprikkelen door de hectische maatschappij waarin we leven, en dat je praat met je dierbaren wanneer je ergens mee zit.
De titel van deze column komt uit een boekje met citaten dat we vonden in een boekenkast in het hospice. Ik heb niet kunnen achterhalen van wie dit citaat afkomstig is. Het leidde tot een uitgebreid gesprek tussen ons waarin we al snel tot de conclusie kwamen dat onze diepgaande verbondenheid altijd zou blijven bestaan, ook als mijn vriend er straks niet meer zou zijn.
Uit ervaring weet ik dat levensbepalende gebeurtenissen dwangklachten opnieuw kunnen uitlokken. Toch heeft me dit er nooit van weerhouden er tot het laatst voor mijn vriend te zijn. De innerlijke kracht die ik toen voelde en nu nog steeds voel, maakt dat er voor dwang in mijn leven momenteel geen ruimte is. En ik hoop van harte dat dat zo blijft. En zo niet, dan sla ik me daar ook wel weer doorheen.
Désirée (48 jaar) schrijft over haar leven met een dwangstoornis en welke impact dat op haar leven heeft. Ze is getrouwd, heeft twee pleegdochters en woont in Friesland. Haar missies zijn het wegnemen van vooroordelen met betrekking tot psychische kwetsbaarheid en steun en herkenning bieden aan mensen die hier nog in stilte mee worstelen.
Eerdere columns van Desirée:


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!