Eind 2018 kreeg ik de diagnose emetofobie: een irrationele angst om zelf over te geven of om anderen te zien overgeven. Beide scenario’s zijn natuurlijk allesbehalve prettig, maar voor mij ligt de angst vooral bij dat eerste. Nu, bijna 8 jaar later, weet ik hoe een paniekaanval voelt en dat het je compleet kan overvallen. Ja, ook na al die jaren.
Toch staat die eerste paniekaanval mij nog goed bij. Die vond plaats op een warme zomeravond in juli, terwijl ik onderweg was naar een feestje dat leuk had moeten zijn. Destijds had ik geen flauw benul van wat emetofobie was, laat staan dat het beestje überhaupt een naam had. Waarom ik daar nu op terugkom? Omdat ik zo’n eerste aanval onlangs weer ervaarde, en alles op z’n kop zette.
Aan de grond genageld
Paniekaanvallen kende ik voorheen alleen uit films, series en boeken. Er kwam weleens een scene voorbij waarbij beschreven werd dat één van de personages heftig hyperventileerde, instortte of zelfs flauwviel. Ik wist toen nog niet dat paniek zich op zoveel verschillende manieren kan uiten, laat staan dat ik er ooit zelf mee te maken zou krijgen.
Ik was een stuk jonger en ik had een drukke tijd achter de rug gehad. Afgestudeerd, stage gelopen, een bijbaantje op zaterdag en volop bezig met het onderhouden van mijn sociale contacten. Je kent het misschien wel. Ondanks dat ik in de maanden daarvoor steeds vaker bezig was met misselijkheid en overgeven, schonk ik daar weinig aandacht aan. Zolang je het er niet over hebt is het er niet, dacht ik. Het leven draaide immers op volle toeren.
Toen ik die bewuste avond op de fiets stapte, merkte ik dat zich een vreemd gevoel in mijn lichaam begon te verspreiden. Je zou het kunnen vergelijken met een olievlek die zich langzaam maar zeker steeds verder uitbreidde. Ik kon het gevoel niet helemaal thuisbrengen, maar ik merkte wel dat ik ineens hyperalert werd op alles wat ik voelde of dacht te voelen. Nu weet ik dat dit opbouwende spanning was. Ik zou tenslotte van huis gaan. ‘Boeien, dat gaat straks wel over,’ dacht ik nog.
Eenmaal onderweg begon ik heftig te zweten, kreeg ik hartkloppingen en voelde het alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Daarnaast werd ik heel erg misselijk, iets waar ik het meest van schrok. Want ja, met emetofobie is dat je allergrootste nachtmerrie! Van schrik sprong ik van mijn fiets, begon te huilen en stond ik van het ene op het andere moment midden op het fietspad, aan de grond genageld.
De vloedgolf
Eenmaal naast mijn fiets sloeg de paniekaanval over me heen als een grote vloedgolf. Ik werd overspoeld door angstgedachten. Dit kon toch niet goed zijn? Wat als dit gevoel niet over zou gaan? En, erger nog: wat als ik hier en nu zou moeten overgeven? Ik was nog niet heel ver van huis, maar voor mijn gevoel zou het uren duren om weer terug te fietsen.
Gelukkig was ik op dat moment niet alleen. Diegene hielp mij om weer rustig te worden. Na een paar minuten keerde de rust terug en stapten we op de fiets om tóch naar het feestje te gaan.
Leven naast angst
Je kunt je misschien wel voorstellen dat ik na al die jaren met een angststoornis wel wat gewend ben als het gaat om angst- en paniekaanvallen. Na die eerste aanval volgden er meer, en iedere keer weer schrok ik me rot, ook al voelde ik het vaak aankomen. Daarmee wil ik niet beweren dat geen big deal is of dat je het moet wegwuiven.
Maar gaandeweg vond ik steeds meer manieren om ermee om te gaan. Dit lukte mede dankzij therapieën die ik volgde, maar vooral door het te ervaren en mijn eigen weg erin te vinden. Het lukte me letterlijk en figuurlijk om een paniekaanval uit te zitten, ook al blijft het absoluut een rotgevoel.
Uiteindelijk kreeg ik het voor elkaar om mijn leven en emetofobie naast elkaar te laten bestaan. Gewoon door er oké mee te worden. Ik accepteerde mijn angst en het feit dat ik daar last van kon hebben. Daardoor ging ook de frequentie van de aanvallen omlaag. Wekelijkse aanvallen werden maandelijks, en uiteindelijk zelfs jaarlijks. Angstgedachten waren er nog steeds, maar het volume daarvan ging aanzienlijk omlaag.
Toen de paniek terugkwam
In de jaren die volgden ging het steeds beter. Ik werd niet langer tegengehouden door angstgedachten en paniek. Ik ging weer met plezier de deur uit en ondernam van alles. Heftige paniekaanvallen kwamen zelden voor, maar mijn lichaam gaf wel waarschuwingen af wanneer het ‘te veel’ was. In zulke periodes kon ik last krijgen van hartkloppingen of klopten die angstgedachten weer even aan de deur. Dan wist ik: even rustig aan Kim. Soms was het nodig om iets af te zeggen of te verplaatsen, maar daar kon ik mee leven. Dat hoort tenslotte bij het leven.
De frustratie was dan ook groot, toen ik begin 2025 wéér zo’n eerste, klassieke paniekaanval kreeg. En die was niet mals. Er waren dingen veranderd in mijn leven en ik merkte dat ik daar aan moest wennen. Maar dat ik tijdens een diner in een restaurant in paniek zou raken, had ik op dat moment niet zien aankomen. Vooral omdat ik tijdens die aanval in paniek raakte van de paniek zelf.
Wat mijn angst mij wil vertellen
Daarna bleef ik achter met vraagtekens, maar ook met een flinke dosis frustratie. Zeker toen ik in de maanden die volgden weer wekelijkse, en zelfs dagelijkse paniekaanvallen kreeg. Waarom gebeurde me dit opnieuw? Ik wist inmiddels toch alles van emetofobie en angst?
Misschien wel. Maar steeds vaker kom ik erachter dat mijn angst mij ook iets probeert te vertellen. Bijvoorbeeld dat ik veel hooi op mijn vork neem, van alles moet van mezelf en mezelf ook vaak wegcijfer. Dat is natuurlijk niet realistisch. Als ik dan niet de rust neem die ik nodig heb, of niet durf stil te staan en in de spiegel te kijken, is het eigenlijk niet zo vreemd dat mijn lichaam dat op een bepaalde manier van mij gaat eisen.
Paniekaanvallen zijn er nog steeds en ook nu probeer ik daar opnieuw mijn weg weer daarin in te vinden. Vooral omdat de aanvallen en hun aanleiding anders zijn dan 8 jaar geleden. Vreemd? Zeker. Frustrerend? Absoluut! Maar ik probeer het ook te zien als een waardevol leerproces, waarin ik een nieuw stukje van mezelf en angst in het algemeen leer kennen. Juist omdat ik dit proces al eerder heb doorlopen, weet ik dat er licht is aan het einde van de tunnel.
Kimberly van Kesteren



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!