In therapie voor emetofobie
Ervaringsverhaal Kimberley (23 jaar)
Auteur: Kimberley
Publicatiejaar: 2025
Mijn naam is Kimberley, ik ben 23 jaar en heb de angststoornis emetofobie: angst voor overgeven. Ik ben hiervoor opgenomen geweest in een kliniek en deel graag mijn ervaringen van voor, tijdens en na de opname.
Voor
Voordat ik in de kliniek terecht kwam, was mijn leven volledig uit balans. Ik had last van ernstige angstaanvallen die waren ontstaan door mijn thuissituatie. Wanneer ik als kind moest overgeven, werd ik in de steek gelaten en stond ik er helemaal alleen voor. Ik vond dit zo beangstigend dat ik uiteindelijk zelfs naar medicatie greep, puur om niets meer te hoeven voelen.
De angst had een enorme impact op mijn leven. Ik mocht niet alleen zijn, werd van school weggehouden en verloor uiteindelijk alle controle over mezelf en mijn omgeving. Uit pure angst probeerde ik dwangmatig op alles grip te krijgen, en dan met name op de tijd.. Ik hield strak bij wanneer ik mijn medicatie kon nemen, zodat ik mijn angstaanvallen kon onderdrukken.
Deze periode heeft ongeveer 10 jaar geduurd. In die tijd raakte ik mijn vrienden kwijt omdat mijn angststoornis te overheersend werd. Ik ontwikkelde dwangmatige controle over voedsel. Ik checkte bijvoorbeeld obsessief de houdbaarheidsdatums. Want wat als ik ziek werd en opnieuw de controle verloor? Mijn hele leven draaide om angst, vermijding en controle.
Op een gegeven moment besefte ik dat ik zo niet verder wilde. Ik besloot te verhuizen en een veilige plek te zoeken om aan mezelf te werken. Mijn huisarts vertelde mij in die tijd dat ik geluk had dat mijn hart het nog deed, gezien de hoeveelheid middelen die ik gebruikte. Dat was het moment dat ik wist; ik wil een nieuw begin. Ondanks jaren van therapie, praten en EMDR bleef mijn angst voor overgeven te groot en wist ik dat andere hulp nodig was om echt vooruit te komen.
Tijdens
Op 11 maart 2024 begon ik aan een klinische opname. Een grote stap, maar noodzakelijk om niet langer weg te vluchten voor mijn angsten. De eerste week was enorm wennen. Ik werd omringd door mensen, terwijl ik daarvoor bijna niemand zag. Ik moest praten in groepen, terwijl ik het liefste alleen was. Ook het slapen en de constante begeleiding was wennen. Maar ik wist; dit heb ik nodig om beter te worden.
Na een tijdje begonnen de zware weken. Ik werd geconfronteerd met mijn grootste angsten door middel van exposuretherapie. Mijn oefeningen bestonden uit; boven de wc hangen, met een emmer voor mezelf zitten, filmpjes van overgeven kijken en controle loslaten door overal ‘ja’ op te zeggen. Ik moest mijn telefoon voor langere tijd wegleggen en later naar bed gaan. Iets wat voor mij doodeng was, omdat ik als kind vaak in de nacht moest overgeven en me dan totaal verlaten voelde.
De eerste maand leek het alleen maar slechter te gaan. Mijn angstaanvallen werden erger en mijn gemoedstoestand ging ook snel achteruit. Ik voelde me ellendiger dan ooit. Mijn behandelaar verzekerde mij dat dit een normaal proces was, maar op dat moment voelde het uitzichtloos.
Na een maand merkte ik voor het eerst een kleine verandering. Ik begon meer contact te maken met de groep, durfde vaker exposure aan te gaan en stond open voor nieuwe vriendschappen. Halverwege kreeg ik toch weer een terugval met meer angstaanvallen, maar die duurde gelukkig niet lang.
Langzaam maar zeker begon ik echt vooruitgang te boeken. Mijn angst nam af, ik leerde genieten van het moment en kreeg een stukje rust terug. Iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Waar ik vroeger alles tot in de puntjes wilde plannen en herhaaldelijk bevestiging zocht om controle te behouden, durfde ik nu spontaner te zijn. Ik heb geleerd dat geen controle hebben niet per se iets negatiefs is. Sterker nog, het kan juist vrijheid en mooie momenten opleveren!
Na
Na mijn afscheid van de kliniek had ik een moeilijke periode. De eerste maand was zwaar, mijn angstaanvallen kwamen terug en ik voelde me neerslachtig. Ik dacht, hoe dan? Ik heb een half jaar in een kliniek gezeten en nu gaat het weer zo slecht? Maar gelukkig krabbelde ik op. Dankzij gesprekken met vrienden en familie, schrijven en mezelf dwingen om weer gewone dingen te gaan doen. Ik deed het niet altijd omdat ik er zin in had, maar wel omdat het mij even afleidde van mijn hoofd en wist dat het mij uiteindelijk zou helpen. Ik vond langzaam mijn kracht terug.
Toekomst
Op dit moment voel ik mij sterker dan ooit. Ik durf grenzen aan te geven, check geen houdbaarheidsdatums meer en heb zelfs in mijn eentje een huis gekocht! Mijn angst voor overgeven is er nog steeds, maar ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan. Ik vermijd het leven niet meer, maar ga de uitdagingen juist aan.
In de kliniek heb ik wel iets belangrijks geleerd: rust is het beste medicijn. En als die er niet is tel ik tot 10 en weer terug. Dit geeft mij de ruimte om even na te denken. Ik kan nu met trots zeggen: ik ben gelukkig. Het leven is soms zwaar, maar er is altijd licht aan het einde van de tunnel.
Voor diegene die ook in behandeling en/of herstel zit: jij komt er ook, hoe moeilijk het soms ook voelt. Vertrouw op jezelf en het proces, maar wees vooral trots op jezelf, want dat mag je echt voor 1000 procent zeker zijn.

