Een man met een angst- en dwangstoornis

Dit is het ervaringsverhaal van Heleen
Auteur: Elvira van der Laan
Publicatiejaar: 2026

Heleen vertelt openhartig over haar leven met haar partner Alexander, die een angst- en dwangstoornis heeft. Ze deelt hoe de klachten ontstonden, wat dit betekende voor hun gezin en hoe zij als naaste en mantelzorger haar weg vond. Een eerlijk en hoopvol verhaal over liefde, draagkracht en het belang van steun.

Het begin

“Sinds onze tienerjaren ben ik samen met Alexander. Wat mij zo aansprak in hem, was zijn lieve en zorgzame karakter. De eerste jaren waren heel fijn: we deelden dezelfde interesses en voelden elkaar goed aan.

Achteraf gezien was zijn onzekerheid er toen al. Hij wilde het graag ‘goed doen’ en zocht daarin bevestiging bij mij. Ook merkte ik later pas dat hij mij bijvoorbeeld altijd de deur op slot liet doen en dat hij dubbelcheckte of het gas wel uit was.

Een zekere angstige aanleg heeft altijd in hem gezeten, maar destijds ervaarde ik dat niet als dwangmatig. Uiteindelijk is zijn perfectionisme doorgeslagen en werd het wel dwangmatig.”

Badend in het zweet wakker

“Op een gegeven moment had Alexander een stagiair op zijn werk die niet goed functioneerde en er een beetje met de pet naar gooide. Tegelijkertijd had onze tweejarige dochter een levensbedreigende zeldzame auto-immuunziekte.

Opvallend genoeg maakte Alexander zich daar minder zorgen om dan ik. Bij mij lag de focus juist volledig op haar. De situatie verhoogde wel zijn stressniveau, maar zijn dwanggedachten richtten zich vooral op iets anders: de stagiair op zijn werk.

Hij voelde zich zó verantwoordelijk voor die jongen dat hij op een ochtend badend in het zweet wakker werd. Hij had een zware paniekaanval. Ik dacht alleen maar: ‘Hoe laat gaat de huisarts open? Dit gaat echt niet zo.’

Die ochtend ben ik met hem naar de huisarts gegaan, want er moest iets veranderen. Normaal gesproken kon ik hem nog wel geruststellen als hij bevestiging zocht, maar deze keer kwam ik niet meer bij hem binnen.”

Dubbele zorgen

“De huisarts schreef oxazepam voor om hem te kalmeren en verwees hem door naar de specialistische GGZ. Gelukkig stond Alexander direct open voor hulp; hij wilde er echt mee aan de slag.

Tegelijkertijd had ik de zorg voor onze ernstig zieke dochter en ging mijn werk gewoon door. Dat wilde ik ook graag volhouden, omdat ik behoefte had aan iets ‘normaals’.

Ik heb mijn schoonvader gebeld en in overleg is Alexander een paar weken bij zijn ouders gaan logeren. Ik kon niet alleen blijven zorgen voor zowel mijn depressieve man als mijn ernstig zieke dochter. Onze dochter had op dat moment prioriteit. Met alle liefde die we hadden, hebben we toen deze keuze gemaakt.”

Draagkracht

“Alexander kwam vrij snel weer naar huis. Door de oxazepam sliep hij veel en was hij rustiger. Hij wilde zelf graag terug, en dat wilden wij natuurlijk ook.

Samen hebben we gekeken naar wat hij aankon. De zorg voor onze dochter lukte nog niet volledig, dus waar nodig kreeg ik hulp van familie en vrienden. In overleg met zijn werkgever is hij ook weer gaan werken en is hij gedeeltelijk ziek gemeld. De druk werd verminderd, maar het contact met zijn werk bleef. Dat was voor beide partijen fijn.”

Dwangmatig piekeren

“Omdat Alexander door de medicatie niet mocht autorijden, ging hij met de bus naar zijn werk. Soms had ik hem de hele busrit aan de telefoon. Er lag een pen op de stoel naast hem in de bus en dan kon hij dwangmatig piekeren over die pen. Dan kwamen er allerlei doemscenario’s: ‘Moet ik die pen weghalen? Maar misschien is hij van iemand. Als ik hem laat liggen, pakt een kind hem misschien op en stikt erin.’

Door dit met mij te delen, nam zijn angst weer af.

Je ziet bij Alexander meteen wanneer hij in zijn hoofd zit. Zijn blik verandert en hij wordt onrustig. Onze dochter is inmiddels elf en herkent dat ook. Hij is dan fysiek aanwezig, maar mentaal ergens anders.”

Hoop en vertrouwen

“In de heftigste periode heb ik veel hulp ingeschakeld. Ik wilde blijven werken en was net gestart met een opleiding. Dat gaf me houvast.

Het broertje van Alexander heeft ook een angst- en dwangstoornis en heeft eerder een vergelijkbaar traject doorlopen. Dat proces is een voorbeeld voor ons geweest, ook juist in hoe we het niet verder wilden laten escaleren. Mijn gedachte was vooral: we moeten door, en het draait nu even niet om mij.

We kregen veel steun van familie en vrienden uit onze omgeving. Kleine dingen maakten een groot verschil, zoals vrienden die Alexander meenamen voor een kop koffie zodat ik even kon opladen.

Na een paar maanden nam de ergste heftigheid af, dankzij cognitieve gedragstherapie en medicatie. Alexander zette zich daar volledig voor in, en dat gaf mij vertrouwen.”

Betrokkenheid vanuit de hulpverlening gemist

“Wat ik wel gemist heb is de betrokkenheid naar mij toe vanuit de hulpverlening. Ik ben wel mee geweest naar afspraken, maar ik kreeg weinig uitleg over wat moet je nou eigenlijk als naaste wel of juist niet doen.

Er is mij bijvoorbeeld nooit gevraagd: ‘Hou jij het nog vol?’ Terwijl dat juist zo belangrijk is. Als de draagkracht van de mantelzorger wegvalt, ontstaat er een groot probleem. Daar zou wat mij betreft meer aandacht voor moeten zijn.”

Kindereren

“Naast dat we een dochter hebben, hebben wij een paar jaar later ook een zoon mogen verwelkomen. Gek genoeg heeft Alexander nooit angst- en dwanggedachten gehad als het om de kinderen gaat. Wel kan hij gevoelig zijn voor prikkels, zoals geluid. Als ik merk dat het hem te veel wordt, neem ik de kinderen even mee naar buiten.

Naar onze kinderen toe zijn we heel erg open over de stoornis van Alexander. Onze dochter lijkt qua gevoeligheid op hem en is ook wat angstiger aangelegd. We leren haar dat angst geen graadmeter is: het mag er zijn, maar het mag je niet tegenhouden.

Gelukkig is ze heel open naar ons toe en vertelt ze altijd alles. Die openheid waardeer ik enorm in ons gezin, ik vind het ook een hele mooie eigenschap. Wat dat betreft ben ik heel blij dat ze op haar vader lijkt.”

‘Zorgen voor’ staat centraal in mijn leven

“Ik werk in de jeugdzorg en wist daardoor al dat je niet mee moet gaan in dwanggedachten. Ik kan er voor Alexander zijn en hem steunen, maar zijn angst kan ik niet overnemen.

Daarnaast ben ik mantelzorger voor mijn verstandelijk beperkte zus. Zorgen voor anderen zit al van jongs af aan in mij. In moeilijke periodes schakel ik over op een soort overlevingsstand: praktisch en doelgericht.

In de moeilijke periodes haal ik veel voldoening uit mijn moederschap, daar geniet ik enorm van. Ik heb lieve vriendinnen en ik speel graag piano, dat is altijd een belangrijke uitlaatklep geweest.”

Communicatie

“In onze relatie is alles altijd bespreekbaar geweest. Door alles wat we hebben meegemaakt, is onze communicatie alleen maar sterker geworden, vooral op gevoelsniveau.

Er is veiligheid binnen onze relatie om alles te delen, ook de moeilijke en dwangmatige gedachten horen daarbij. Dat vertrouwen is een belangrijke basis in onze relatie.”

ADF Stichting

“In het kader van ‘alles aangrijpen wat maar kan helpen’ is Alexander als vrijwilliger bij de ADF Stichting begonnen. In het verlengde van zijn behandeling wilde hij ook graag met lotgenoten in contact komen om te kijken of hij daar iets uit kon halen voor zichzelf.

Hij vond het zo erg om te merken hoeveel mensen er last hebben van een angst- en/of dwangstoornis, dat hij andere mensen, middels een lotgenotengroep, met zijn kennis wilde gaan helpen. Het werd zijn missie!

Ik vind het fantastisch dat hij deze stap genomen heeft, dit is helemaal zijn ding. Ik geniet ervan om hem met zoveel passie voor zijn werk te zien. Hij draagt volledig uit ‘ik heb ook niet gekozen voor deze stoornis’, en terecht, niemand kiest hiervoor. Alles komt samen in zijn huidige werk: zijn ervaring, zijn talent en zijn betrokkenheid. Ik ben enorm trots op hem, het maakt voor mij het plaatje rond!”

Hier en nu

“De angst- en de dwangstoornis is op de achtergrond nog aanwezig. Mede door de antidepressiva is het overmatig piekeren afgenomen. Op de momenten dat zijn dwanggedachten de overhand nemen weet hij de gedachten nu te verdragen en te accepteren: ‘Dit is wat het is, het gaat nooit helemaal weg en hoort bij mij’. Ik zie de toekomst heel positief in. De angst- en dwangstoornis hoort bij Alexander, hij gaat er nu zo goed mee om.

Mijn tip voor andere naasten; ‘Wees open naar elkaar en vraag hulp. Dat zou ik iedereen gunnen. Heb geen schaamte, want dat helpt je niet verder. Hulp vragen maakt je niet kwetsbaar, maar juist sterk.”

__________

Wil je ook je verhaal delen? Stuur dan een bericht naar redactie@adfstichting.nl. We komen graag met je in contact.

Meer ervaringsverhalen en interviews >>>