Ervaringsverhalen

Lees hier de verhalen van Nienke en Liesbeth die onlangs in het magazine Mijn Geheim is verschenen.

Mw. de Boer

Nieuwe situaties zijn spannend voor de meeste mensen. Een sollicitatiegesprek, de eerste schooldag
in een nieuwe klas waar je niemand kent, een presentatie geven of je rijexamen. Lukt het om dat
gevoel van spanning even voor de geest te halen? Ja? Oké, hou dat vast.

Dan zal ik je nu vertellen waarom; dit soort spanning voel ik namelijk in meer of mindere mate in bijna alle sociale situaties. In een groep, op een feestje, op school, op het werk, soms zelfs als ik over straat loop. Ik vorm gedachten in mijn hoofd waarmee ik mezelf deze spanning bezorg, daar ben ik me van bewust.
Gedachten als ‘Ben ik wel leuk genoeg?’, ‘Nu moet ik iets gaan zeggen, anders vinden ze me te stil en saai’ en ‘Die persoon is zo leuk, waarom ben ik niet zo?’. Het is een opeenstapeling van vergelijkingen met anderen, onzekerheden en het constante naar beneden praten van mijn zelfbeeld. In gesprekken één op één is het nog erger. Dan komt het namelijk helemaal op mij aan om leuk en
interessant te zijn, niemand om me achter te verschuilen.

Waarom ik mezelf deze druk opleg, snap ik niet. Ik kan prima bedenken dat een gesprek van twee
kanten moet komen; het is niet alleen mijn ‘schuld’ als het niet loopt. Daarbij; ik vind het zelf helemaal niet vervelend als er af en toe een stilte valt. Dus wat is dan eigenlijk het probleem? Toch lukt het me nog niet om de knop om te zetten. Toch raak ik nog vaak in paniek als ik ineens alleen met iemand kom te zitten. Toch gebeurt het me nog regelmatig dat de spanning eruit komt in de vorm van tranen.

Inmiddels heb ik al meerdere malen cognitieve gedragstherapie gehad. Deze sessies waren echter kort en ik bleek goed in staat om te doen of het na een tijdje weer goed ging en ik zelf verder kon. Misschien was ik nog niet klaar om er echt wat aan te gaan doen. Misschien durfde ik de strijd nog niet aan.

Sinds kort ben ik toch weer actief bezig met het ‘werken aan mezelf’. Ik heb de ADF-stichting gevonden en doe nu eens per maand mee met de lotgenotengroep. Heel prettig om de verhalen van anderen te horen, om te leren wat je diep van binnen al wel wist; je bent niet de enige. Ik voel me
ontzettend angstig van tevoren, maar de groep geeft me zoveel begrip en steun. Ik krijg het gevoel dat het oké is als ik moet huilen door de spanning en vooral het gevoel dat ik er mag zijn.

Naast de lotgenoten groep ben ik weer gestart met therapie, zowel voor mijn angststoornis als voor de eetstoornis (anorexia nervosa) die ik sinds mijn 16e heb. Natuurlijk wordt er veel gepraat, maar ik moet het vooral zelf toepassen. Dat is eng, heel eng. Het dat zorgt ervoor dat ik regelmatig door al mijn energie heen ben, dat ik zit te huilen op mijn kamer en dat ik ermee wil stoppen. Maar stoppen is geen optie, want dan kom ik er niet. Ik wil weer genieten, weer leven in plaats van overleven. Ik wil mijn studie Verpleegkunde afronden en dan aan het werk, plezier hebben met mijn vrienden en familie, weer gezond worden en kunnen genieten van eten, een lieve vriend vinden om mijn leven mee te delen… ik wil weer gelukkig worden.

Ik heb nog regelmatig een dip, zoals vandaag bijvoorbeeld, maar ik heb geleerd dat dat oké is. Zolang ik niet stop met vechten en ik kan zien dat ik stapjes maak, hoe klein dan ook, dan ga ik er komen.
Echt waar.

Annelies, angststoornis:

Hé, die leuke man … ook hier? En die mooie jonge vrouw … zou zij ook …? Nee, dat kan toch niet. Ze zien er allemaal heel ‘normaal’ uit”. Dat was mijn eerste indruk jaren geleden toen ik voor het eerst deelnam aan een lotgenotengroep van de ADF-stichting. Nog vele keren zou het me verbazen dat zulke ‘normale’ mensen, net als ik, gebukt gingen onder angst of dwang. Ik voelde me minder eenzaam door deze ontmoetingen. “Ik ben dus niet de enige die geplaagd wordt door angsten.

In de groep leerde ik over mijn angsten en ervaringen te praten. Erkenning en begrip zijn voor mij kernbegrippen van de lotgenotengroep. Ik dacht: “Ik ben niet gek en ik ben niet alleen mijn angsten”. En is het niet heerlijk om je triomfen te delen met lotgenoten die snappen wat je doormaakt? Het is fijn dat er mensen zijn die met je meejuichen omdat je zo moedig bent geweest om naar een receptie te gaan, waar je als een berg tegenop zag. De lotgenotengroep geeft het gevoel dat je niet alleen staat. Ook de begeleiders van de lotgenotengroep schromen niet om over hun verdriet en moeilijkheden te vertellen. Uiteraard ontbrak de koffie en thee niet en ook niet onbelangrijk: de humor.  Lachen om jezelf omdat je tot ver voorbij je pensioen wil blijven werken omdat je angstig wordt van de gedachte aan een afscheidsreceptie. 

Manon, angststoornis:

Angsten werken verlammend, beïnvloeden de wereld hoe jij het ziet op een negatieve manier. Stoppen je energie en maakt je klein. Als klein meisje droeg ik angst bij me. Op mijn 8e dacht ik dat ik ongeneeslijk ziek was van de ziekte AIDS. Ik wist als kind teveel en daardoor had ik bedacht dat ik langs een zwerver in Amsterdam liep en dat ik een wondje had. Dat dat onmogelijk was, kwam niet in me op. Dit hielp ik voor mezelf. Daarna dacht ik dat ik niet oud zou worden omdat het zusje van mijn vader dat ook niet is geworden. Telkens stelde mijn vader mij gerust. Een soort verslaving kan je het noemen. Telkens weer.

Maar het was niet alleen angst voor ziek worden maar elke stap die ik zette in het leven deed ik met angst: wat als… en stel dat… Alles van te voren regelen en tot de puntjes uitzoeken, dat alleen datgene wat ik niet onder controle kon krijgen een enorme olifant. Ook wat mensen van me vonden gaf me angst. Wat als ze me niet aardig vonden? Overal zat angst. En zo ging ik de pubertijd in. Gecombineerd met mijn overgevoeligheid ging ik regelmatig kopje onder. Ik liep totaal vast en zocht ik mijn heil in verdovende middelen. Dat bracht voor mij even ontspanning en rust om, als het uit werkte, nog dieper weg te zakken. Ik kreeg op een middag bij de psychiater even de stempel ADHD en kreeg dat mee. Dit resulteerde in een verslaving aan ritalin. Zo erg dat een de strippen voor een hele maand binnen 2 weken al op was. Gelukkig zat daar nog een greintje gezond verstand in en belde ik de apotheek en vertelde hun de waarheid.

Ik studeerde verder richting MBO laboratorium techniek en HBO moleculaire biologie. In 2004 hoorde dat mijn vader kanker had. Weer kreeg de angst me nog verder in zijn greep. Ik dacht steeds dat ik het ook had. Liep de deur bij de dokter plat. Nog geen half jaar later overleed hij in 2005 aan longkanker. Puur op kracht, ritalin en angst haalde ik deze opleiding. Ik vroeg teveel van mezelf. Ik ging in Utrecht ziekenhuis werken, de lat lag zo hoog, dat ik hem geen eens zag. Daar liep ik totaal vast. Zat in burn-out en ging werken bij een ander ziekenhuis. Daar hield ik het ook niet lang vol. Het ergste was dat ik op de afdeling infectieziektes terecht kwam en moest werken met besmet bloed….. je raad het al, mijn grootste angst HIV besmet bloed. Tijdens dit proces liep ik al bij mijn spiritueel leraar. Ik was al volop bezig met werken aan mezelf. Maar dit was superheftig en confronterend, Ik durfde niet eens meer met mijn eigen partner intiem te zijn, bang dat ik hem ook zou besmetten. Zo overtuigd van je eigen angsten. Tijdens het werken aan mezelf werd ik ook bewust van gevoeligheid. Ik ben zo gevoelig dat ik precies voelde wat een ander voelde. En dat heeft erg veel effect op je angsten. Je voelt de angsten van een ander, wat je eigen angsten ook nog eens versterkt. Als ik bijvoorbeeld wat vertelde en iemand had daar een negatieve reactie op, voelde ik hun angst. Ik dacht dat het mijn angst was en zo versterkt het elkaar, waardoor ik ging twijfelen. Terwijl het niet eens mijn eigen angst was. Dus dubbel op

Toen stapte ik uit de wereld van de laboratorium en ging ik aan het werk op kantoor. Het leven prive kwam in rustiger vaarwater, maar de angst bleef op de achtergrond aanwezig. Ik werkte nog steeds aan mezelf met behulp van spiritualiteit, meditatie. Dit deed ik samen met mijn partner eelco. Ik ontwikkelde mijn liefde voor yoga, ging opleidingen doen en ging steeds meer lesgeven. Dit groeide en groeide en ik maakte de keuze om mijn werk op te zeggen en daar was de angst weer. Nu zelf na een aantal jaren, blijft angst op de achtergrond. Maar ik heb het gedaan. Het is mijn passie

Afgelopen voorjaar, na 10 jaar , stopte onze leraar ermee. Onbewust was ik op hem gaan leunen, alsof hij mijn vader was. En het is goed dat hij stopte, want ik kreeg dat deel terug wat hij (onbewust) uit liefde heeft gedragen, mijn angst. En dat resulteerde dat de hyphoclondrie terug kwam: Ik was gestopt met hardlopen en pakte het afgelopen zomer pakte ik dat weer op. Ineens piepte ik, hoestte en kreeg het benauwd. En zo ineens zat ik vol weer in de angst. Daardoor werd het weer erger. Ik dacht gelijk aan mijn vader en het leek alsof ik weer helemaal terug was bij af. Ik dacht dat ik COPD had en ik voelde me ook steeds benauwder worden. Belde de longarts op. Tijdens dit

proces ben ik steeds thuis yoga gaan doen. Met mijn angsten stapte ik ook mijn mat. Met het idee: ik ga de “strijd” met mijn angst aan. En ineens was er geen angst meer. Ik zakt in mijn ruimte en rust en voelde hoe moe ik was van de angsten en de geconditioneerde gedachtes die daarbij horen. Het was een verademing hoe yoga mijn rust punt werd in dit proces. Als je in de angst zit, dan geloof je jet het ook echt. Ena ls je eruit stapt, dan denk je:” hoe kan ik zo gedacht hebben”? Het is wel dat in het begin dit gevoel ver weg is, en steeds maar kort blijft. Het is wel dat je 30 jaar geconditioneerd denken moet omzetten. En niemand anders kan dat voor je doen. Je bent zo verslaafd aan de bevestiging van een ander. Dat van de dokter,, mijn vader, mijn leraar. Het is een verslaving aan geruststelling, net zoals het een verslaving aan drugs is. Je blijft rondjes lopen. Als je bewust word dat niemand het voor je kan doen, kan je niet anders dan naar je zelf gaan. En ik weet als geen ander dat dit proces tijd nodig heeft, om als je iets hebt, naar de dokter te gaan, uit laten zoeken en jezelf niet te verliezen maar vertrouwen wat de uitkomst is op dat moment.

Nu voel ik een groei naar volwassenheid. Niet meer te laten leiden door angst , van het ergste uitgaan, zodat het allemaal meevalt. Juist niet uit te gaan van het ergste , dat kan altijd nog. Het is omzetten van een onbewust, hardnekkig patroon/overleving mechanisme . Het heeft even geduurd om in te zien dat ik niet dit deel BEN. Dit is niet hoe ik ben, maar een onbewust patroon die ik voor WAAR heb aangenomen. Je hebt een keuze om op te gaan staan en te zeggen tegen jezelf: “ik laat me niet meer leiden door dit deel van me zelf”. En waarschijnlijk moet je het een aantal keer blijven herhalen zodat je de ruimte gaat voelen. Dat je gaat voelen. Want wij mensen willen graag een “quick fix”, maar zo is het niet. Een proces van transformatie heeft tijd nodig en gaat niet in 10 weken. Je hebt te maken met een. Angst heeft te maken dat je constant de strijd met jezelf aangaat. Yoga heeft me bewust gemaakt juist 1 te worden met de angsten die er zitten

Janneke, sociale angststoornis:

Ik had altijd al moeite met telefoontjes aan te nemen. Ik liet het meestal mijn man doen, of ik liet hem gewoon overgaan. Ik kreeg een stress reactie als ik alleen al dat geluid hoorde. Op straat voelde ik me bekeken. Alsof ik iedere keer afgekeurd werd. Op een gegeven moment kreeg ik zelfs angsten als ik bezoek had gehad. Ik ging ieder gesprek na, of ik wel de goede dingen had gezegd, of mensen me nog wel als vriend zouden zien… Het voelde alsof ik steeds meer in een isolement kwam te zitten. Ik ging steeds minder afspreken maar miste ook de warmte, de steun en de gezelligheid van mensen. Zomaar iemand die een keer spontaan op bezoek komt. Ik zat de hele dag maar binnen en de televisie leek mijn enige vorm van gezelschap.

Toen ik me steeds eenzamer voelde en ook steeds angstiger, kwam de behoefte in me op iets te gaan veranderen aan de situatie. Maar ik wist niet hoe. Uiteindelijk heeft mijn buurvrouw me overgehaald in therapie te gaan. Ik volgde de training sociale angst. Het kostte me enorm veel moeite maar wat enorm hielp is dat ik andere mensen op de training ontmoette die dezelfde problemen hadden. Het gaf me een soort veiligheid en ik voelde me minder snel afgewezen. Ik mocht fouten maken, ik mocht zijn wie ik ben. Nu ben ik trots op mezelf. Ik voel me sterk dat ik het allemaal aangegaan ben. De zenuwen komen soms nog wel eens op me af, maar ik weet er nu vaak heel goed mee om te gaan. Ze hebben minder grip meer op me.

Anne, piekerstoornis:

Voortdurend voelde ik de stress. De hele dag door maakte ik me zorgen over wat ik ook maar zou kunnen bedenken. Ik wilde dat mijn partner niet meer met de auto reed maar met de trein naar het werk ging. Nog steeds was ik er niet echt gerust op en daarom belde ik hem iedere keer als hij op zijn werk aangekomen zou moeten zijn.
Ook mijn kinderen mochten niet zelf naar school fietsen. Ook al konden ze allang zelf gaan, ik moest en zou hen blijven begeleiden. Spelen bij anderen was een probleem. Was er water in de buurt? Hoe was daar de verkeerssituatie? Ik betrapte mezelf erop dat ik ging kijken; zorgde dat niemand me zag.

Als ik op de tv een stukje zag over MS, hartfalen of een andere ernstige ziekte dan sloeg de angst toe en leek het alsof ik ook die symptomen had. Op een gegeven moment was er geen minuut meer zonder stress. Nergens kon ik meer van genieten. Dat was het moment waarop ik besloot hulp te zoeken.

Gelukkig vond ik een aardige psychotherapeut die me een heel eind verder heeft geholpen. Zij wees mij op de lotgenotenavonden. Hier heb ik veel waardevolle contacten opgedaan. Ik kan mijn verhaal kwijt en krijg veel bemoediging. Het helpt mee te voorkomen dat ik in mijn oude patroon schiet. Gelukkig ziet mijn leven er nu een stuk comfortabeler uit. De stress slaat zo nu en dan nog wel eens toe, maar is beheersbaar; ik kan zelfs zo nu en dan weer genieten!

Michiel, dwangstoornis:

Ik was ongeveer tien jaar oud toen mijn oudere broer mij een batterij gaf. Niets mis mee zou je denken, maar deze batterij zag er verroest uit en lekte. Mijn broer vertelde mij dat ik hier ziek van kon worden. Hij had geen idee wat hij met deze ogenschijnlijk onschuldige opmerking in gang had gezet. Ik was bang dat ik ziek zou worden, of nog erger dat ik iemand anders ziek zou maken. Onmiddellijk ging ik naar de keuken om mijn handen te wassen. Ik boende en boende met veel zeep. Maar hoeveel ik ook boende het voelde nog niet goed. Pas na een keer of tien mijn handen wassen zakte de angst voor besmetting weg.

Het ging een tijdje goed totdat ik gedachtes kreeg over bacteriën die overal op konden zitten. Ik moest en zou mijn handen nog meer wassen want alleen dan kreeg ik die gedachtes uiteindelijk weer weg. Zeep was niet meer voldoende en ik ging schuurmiddel gebruiken. Toen ook dat niet meer hielp was chloor de opvolger en als laatste gebruikte ik spiritus en verwarmde mijn handen met het gasfornuis. Ik wist dat ik belachelijk bezig was, maar net als een verstokte roker ondanks zijn hoest toch een sigaret opsteekt kon ik niet stoppen met deze dwanghandeling.

De dwanghandelingen veranderden wel, ik begon mij rond mijn 20e minder druk te maken over mijn handen maar meer over of ik besmet kon raken met het HIV-virus. Ik was een verschrikkelijke vriend voor mijn toenmalige vriendinnen. Ik zat om de haverklap bij de dokter voor een HIV test en verplichtte hun daar ook toe. De HIV test was voor 99,9% betrouwbaar maar ik vond dat niet genoeg en deed voor de zekerheid nog een test. Weer wist ik zelf ook dat het onzin was, maar ik kon me er maar moeilijk tegen wapenen.

Zo rond mijn 25e veranderde ik weer van (dwang)gedachte en begon ik te twijfelen over bijvoorbeeld mijn geaardheid of kalmte. Van de één op andere dag twijfelde ik om mijn relatie uit te maken en als ik dat dan deed, pas dan besefte ik dat ik weer geleid werd door een niet realistische gedachte. De gedachtes werden steeds erger en enger van aard. Ik werd bang dat ik iemand iets ergs aan zou doen en werd bang van bijvoorbeeld scherpe messen. Alles moest wijken voor mijn dwanggedachte.

Hulp zoeken deed ik pas toen ik erachter kwam dat anderen mensen ook met dezelfde gedachtes worstelden. Ik kreeg een goede therapeut die mij diagnosticeerde met OCS wat staat voor Obsessieve Compulsieve Stoornis. Sindsdien heb ik erg veel aan contacten met andere patienten om ervaringen uit te wisselen.

Om anderen te helpen heb ik besloten open te zijn over mijn stoornis, op die manier kan ik hopelijk anderen inspireren om ook hulp te zoeken. Je staat niet alleen!

Daaf, Angststoornis met dwangklachten:

‘Als je nu iedere avond een minuut langer boven blijft lukt het je dan van falen succes te maken? Deze vraag van psycholoog Mirjam luidde een beslissende fase in.’

‘Waakzaam en Dienstbaar’ dat motto bracht de politie in februari 2013 in de praktijk. Dienstbaar aan de burger liet zij op grote matrixborden weten dat diezelfde burger waakzaam moest zijn. Waakzaam omdat het inbrekersgilde zeer actief was.

Dit sloeg bij mij in als een bom.

Natuurlijk kende ik mijzelf. Ik had de afgelopen jaren last van angsten gehad. Angst om de straat op te gaan, te reizen of gewoon de angst om zomaar flauw te vallen of dood te gaan ergens op straat of in de trein. Een jaar van gesprekken met de psycholoog had gemaakt dat ik dit onder controle had. Ik voelde mij sterk.

En toen: dat bord, die tekst, het deed mijn wereld wankelen.
Vanaf de eerste dag stond het woord inbreker gelijk aan geluid en tevens hadden alle inbrekers besloten mijn huis als doelwit te kiezen. Er zitten goede sloten op mijn huis. Ik had nog 1 extra grendel die ik op de voordeur kon doen. En dat deed ik. Maar dan dacht ik: ‘als er iets met mij gebeurt dan kan de buurvrouw niet met de sleutel naar binnen’. En wat bij brand? Kortom: grendel erop, grendel eraf en dat vele malen per avond of nacht.

Bij de schemering begon mijn gevecht.
Gespitst luisteren. Hoor ik boven iets of als ik boven was hoor ik beneden iets?Lag ik in mijn bed en hoorde ik iets dan stond ik 20 minuten boven aan de trap te luisteren. Alsof de inbreker, zo hij er al mocht zijn, mijn krakende zolderplanken niet gehoord zou hebben. Uiteindelijk ging ik niet meer boven slapen. Ik kleedde mij niet meer uit en probeerde op mijn tweezitsbank wat te slapen. Maar ik kon ook al halverwege de avond, na een geluid, mijn huis uitvluchten en de nacht bij een van mijn kinderen doorbrengen.

Samen met de psycholoog probeerde ik mijn niet helpende gedachten – ze komen binnen, ze doen mij pijn, ze vermoorden mij – om te zetten in helpende.

Dit ging steeds beter. De tijd tussen schemer en krantenjongen, want als hij er was waren de inbrekers weer thuis, werd iets rustiger. Ik hoefde niet meer te vluchten en sliep soms een paar uur op mijn tweezitsbank.
De laatste stap gewoon in mijn bed slapen, toch 63 jaar mijn gewoonte, lukte maar niet.

En toen die vraag! Ik reageerde nog half grappig met weet je wel hoe lang een nacht duurt? Maar ik ben het gaan doen. Natuurlijk was ik soms eigenwijs en wilde er gelijk 5 minuten bij doen. Dat werd direct afgestraft. Weer naar beneden.

Toen ik avond aan avond er een minuut bij deed viel ik op de avond dat ik ongeveer 25 minuten boven kon zijn in slaap en werd 4 uur later wakker. Er was iets doorbroken. Zo sliep ik na een aantal dagen weer de hele nacht in mijn bed.

De vraag die psycholoog Mirjam stelde heb ik omgedoopt tot:
‘De 1 minuut therapie’
Mijn laatste stap op een zeven maanden durende weg naar herstel.

Wilmie, angststoornis

Leven met een angst- en dwangstoornis is een taboe, vindt Wilmie. “Als je een been breekt en in het gips moet, dan zien mensen dat en wordt het geaccepteerd. Maar bij psychische problemen denken velen dat het aanstellerij is en zeggen ze bijvoorbeeld dat ik beter moet eten en eerder naar bed moet gaan. Het komt dan vanzelf wel goed. Ik heb zoveel onbegrip bij mensen gemerkt en je gaat ook aan jezelf twijfelen.”

De Reekse heeft zelf een angststoornis. “Ik ben bang dat ik niet wegkom uit plekken. Als ik bijvoorbeeld een vreemde ruimte binnenkom, scan ik direct de deuren en de nooduitgang. Deze angststoornis zorgde ervoor dat ik bijvoorbeeld niet op vakantie ging, maar ook niet naar de bioscoop of schouwburg kon. Mijn leven werd er door beïnvloed. Regelmatig kreeg ik paniekaanvallen. Dan kreeg ik hartkloppingen, ging ik hyperventileren en had ik het ontzettend warm.” Ze heeft er een intensieve behandeling opzitten en het gaat met stapjes de goede kant op. Ze staat nog steeds onder behandeling bij het GGZ en daarnaast begeleidt ze volgende maand dus de lotgenotengroep. Ze vervolgt: “In de therapie leer je dat het niet erg is als je angstig bent, je moet het over je heen laten komen. Als je bijvoorbeeld ergens uit angst weggaat, wordt het in de toekomst alleen maar erger.” Tegenwoordig durft ze weer bijvoorbeeld naar de schouwburg te gaan, maar de angst zal nooit helemaal verdwijnen. “Ik durf bijvoorbeeld ook nog niet alleen de snelweg op. Te bang ben ik om in de file terecht te komen en nergens heen te kunnen. De snelweg wordt mijn volgende doel.”

Zoeken
X