‘Ik heb geleerd te accepteren dat ik er ook mag zijn’

Mara (26) kampte op school met extreme faalangst en had altijd het idee dat mensen negatief over haar dachten. Toen ze het huis uit ging, kwamen er nog veel meer angsten bij. Ze zorgde niet goed voor haarzelf en op haar werk begon ze fouten te maken. Tot ze besefte dat het tijd was om zichzelf een spiegel voor te houden.     

‘Ik groeide op bij mijn moeder en zorgde wegens medische complicaties al op jonge leeftijd voor haar. Mijn vader was niet in beeld en heeft mij ook nooit erkend als zijn kind. Om mijn verdriet hierover te compenseren, legde ik de lat voor mijzelf hoog. Ik mocht niet falen en maakte me continu druk om wat anderen van mij vonden. Na mijn MBO-opleiding wilde ik een nieuwe opleiding starten en ging ik op mijzelf wonen. Door die ingrijpende verandering stortte ik helemaal in. Ik voelde me alleen en kreeg herbelevingen van nare ervaringen uit mijn verleden.’  

 ‘Ik stopte met mijn studie en ging fulltime werken. Ik deed alles om mijn angsten weg te stoppen. Op mijn werk werd ik achterdochtig en dacht ik dat collega’s over mij aan het roddelen waren. Ik werd onzeker en raakte het vertrouwen in mezelf en anderen kwijt. Langzaam veranderde ik in een kluizenaar. ’S ochtends werd ik wakker met duizenden gedachten in mijn hoofd en ’s avonds kon ik om diezelfde reden amper in slaap komen. Ik zat tot diep in de nacht in de kroeg om die nare gedachtes weg te drinken. Het vele werken was een enorme afleiding, maar ik ging fouten maken en daar werd ik ook op aangesproken. Ik kwam met een burn-out thuis te zitten en besefte dat het zo niet langer ging. Na vele vormen van hulp, kwam ik terecht bij een therapeut van vroeger. Daar leerde ik regie nemen en vanuit mijn gevoel te reageren in plaats van vanuit mijn verstand en te accepteren dat ik er ook mag zijn.’  

‘Lang durfde ik niet eens boodschappen te doen, omdat ik bang was dat mijn partner de keuze die ik maakte niet goed zou vinden. We besloten samen te gaan en op onzekere momenten elkaar te knuffelen. Dat werkte goed. Ik overwon langzaamaan steeds meer angsten, maar er is nog een lange weg te gaan. Ik durf bijvoorbeeld geen auto te rijden, omdat ik bang ben dat andere weggebruikers mijn auto niet zien. Ik leer met behulp van de therapie langzaam mijn plekje in de wereld te vinden. Vaak worden, zowel lotgenoten als ik, aangezien alsof we maar ‘gekkies’ zijn. Door mijn verhaal te delen, hoop ik het gesprek te openen en meer begrip en openheid te creëren voor mensen in de omgeving.’  

Zoeken
X