Kijkje in mijn leven

Vanaf vandaag zal ik jullie maandelijks een inkijkje geven in mijn leven met een dwangstoornis. Ik schrijf voor mededwangers, hun naasten en iedereen die meer wil weten over deze veelal verborgen ziekte. Door open te zijn over mijn psychische kwetsbaarheid hoop ik het taboe dat nog steeds rust op OCD en psychische aandoeningen in het algemeen te doorbreken en meer begrip te creëren voor onze kwetsbare doelgroep.

Mijn naam is Désirée. Ik ben veertig jaar en ik heb een dwangstoornis. Toen ik veertien jaar oud was, werd ik van de een op andere dag in beslag genomen door de akelige gedachte dat ik een eind aan mijn leven zou kunnen maken. Ik dacht het niet alleen, maar zag het ook voor me. Het was een horrorfilm met mezelf in de hoofdrol. Daarnaast begon ik van alles te controleren bijvoorbeeld of ik de voordeur wel op slot had gedaan (uit angst voor inbraak) en of ik de kraan niet had laten lopen (uit angst voor overstroming). De gedachten over zelfdoding hadden tot gevolg dat het beetje zelfvertrouwen dat ik had vanaf dat moment tot nul werd gereduceerd. Ik werd bang voor mezelf, omdat ik dacht dat ik echt zelfmoord wilde plegen. Ik durfde niemand in vertrouwen te nemen, omdat ik me schaamde voor mijn gedachten en omdat ik de mensen die me dierbaar zijn geen schrik wilde aanjagen. Bovendien verkeerde ik in de veronderstelling dat ik de enige was met dat soort rare gedachten. Ik werkte mentale rijtjes af om mezelf ervan te weerhouden zelfmoord te plegen. Dan dacht ik bijvoorbeeld aan het verdriet dat mijn nabestaanden zouden hebben wanneer ik er niet meer zou zijn of de trauma’s die zij zouden oplopen wanneer zij mij zouden vinden. Daarnaast begon ik situaties die in mijn ogen gevaarlijk waren te vermijden. Zo durfde ik tijdens scheikundeles niet bij het open raam te gaan zitten, omdat ik bang was dat ik naar beneden zou springen. Verlaten treinstations vond ik ook heel eng want ik zou wel eens voor de trein kunnen springen.

Mijn leefwereld werd door mijn vermijdingsgedrag steeds kleiner. Ik leed een teruggetrokken bestaan. Dit kwam ook omdat ik geen aansluiting kon vinden bij mijn klasgenoten. Ondertussen probeerde ik te voldoen aan de eisen die thuis aan mij werden gesteld. Na jaren hard ploeteren slaagde ik in 1996 voor mijn Atheneum opleiding. Er werd van me verwacht dat ik hierna een universitaire studie zou gaan volgen. Dit deed ik dan ook plichtsgetrouw. Ik schreef me in voor een rechtenstudie aan de Universiteit Leiden. Ook gedurende mijn hele studententijd werd ik maandelijks overspoeld door destructieve gedachten en beelden over mezelf. Er waren periodes dat ik zo bang was, dat ik niet alleen thuis durfde te blijven. Voor de buitenwereld wist ik mijn angsten goed te verbloemen. Maar ondertussen raakte ik uitgeput van al die mentale rijtjes en mijn vermijdingsgedrag. Bovendien gaven deze handelingen altijd maar even rust, want daarna waren die vreselijke gedachten er weer. Ondanks mijn angsten ben ik er in 2002 in geslaagd om mijn bul in ontvangst te nemen. Een baan als griffier in de strafrechtspraktijk lag in het verschiet.

Mijn eerste baan
In 2003 ging ik aan de slag als griffier in de strafrechtspraktijk. Een interessante maar ook veeleisende baan. De werkdruk was enorm. Daarnaast moest je je goed kunnen profileren en laat ik daar nou net helemaal niet goed in zijn. Ondertussen gingen de nare beelden en gedachten ook gewoon door. Door mijn vermijdingsgedrag en het aflopen van mijn mentale rijtjes kon ik ze enigszins het hoofd bieden. Later zou ik te horen krijgen dat al deze handelingen (dwanghandelingen of compulsies genoemd) de angst alleen maar in stand houden, maar dat wist ik toen nog niet. Ik heb het relatief lang volgehouden in de strafrechtspraktijk, maar in 2006 zou daar verandering in komen.

Neerwaartse spiraal
In 2006 begon mijn carrière als jurist barsten te vertonen. Het kostte me steeds meer moeite om de gedachten en beelden in bedwang te houden. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed. Mijn werk begon eronder te lijden. Dat was de eerste keer dat ik ziek thuis kwam te zitten. Er zouden nog vele keren volgen. Mijn toenmalige partner was de eerste die ik toen in vertrouwen durfde te nemen over de akelige gedachten die mij kwelden. Op haar aanraden zocht ik hulp voor mijn psychische problemen. De psychiater bij wie ik toen terechtkwam, vertelde mij dat de opdringerige gedachten en beelden horen bij een dwangstoornis oftewel OCD en dat deze veelal veroorzaakt worden door stress. Het was voor mij een hele opluchting te horen dat ik niet de enige ben met deze aandoening. De wekelijkse gesprekken met de psychiater en de antidepressiva die ik kreeg voorgeschreven, maakten dat ik mijn leven weer enigszins op de rit kreeg. Ondertussen bleef de werkdruk maar toenemen, hetgeen tot gevolg had dat mijn leven in een neerwaartse spiraal terechtkwam. In 2012 raakte ik mijn baan kwijt en verklaarde het UWV mij gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Aan mijn toekomstplannen om rechter te worden en een proefschrift te schrijven kwam definitief een einde. Er zou een rouwproces volgen van vele maanden voordat ik met hulp van dierbaren en aangepaste medicatie weer uit het dal kon kruipen. Vele terugvallen zouden nog volgen. Maar ik heb nooit de hoop opgegeven.

Mijn leven vandaag de dag
Ik ben me ervan bewust dat een terugval altijd op de loer ligt. Dit besef maakt dat ik de mooie dingen van het leven – hoe klein ook – meer ben gaan waarderen en dat ik meer leef in het moment. Door het trouw innemen van mijn medicatie en door een zo’n gestructureerd mogelijk leven te leiden, probeer ik mijn dwangstoornis het hoofd te bieden. Tevens heb ik met GGZ een signaleringsplan en een terugvalpreventieplan opgesteld. Hierdoor sta ik stabieler in het leven en kan ik me inzetten voor belangrijke organisaties, zoals de ADF stichting en de International OCD Foundation (IOCDF).

Zoeken
X