Tessa Mol over de lastige zoektocht die ze aflegde

Tessa Mol

Ze is DJ bij KINK en had de afgelopen jaren te maken met onder andere een burn-out en angstaanvallen. Aan VIZIER vertelt Tessa Mol (27) over de lastige zoektocht die ze aflegde.

Interview: Jeroen Mei. Foto’s: KINK.

In de zomer van 2020 was je een aantal maanden van de radio, wegens overspannenheidsklachten. Is daar een hele geschiedenis aan voorafgegaan?

”Als kind had ik al last van hyperventilatie, later kwamen daar paniekaanvallen bij. Als kind begrijp je dat nog niet. Bovendien had ik last van astma, dus dan gooi je het al snel daarop. Toen ik op mijn achttiende Kunst, Media en Cultuur ging studeren in Groningen kwam ik het eerste half jaar vaak huilend en met paniekgevoelens terug in mijn studentenkamertje. Je moet wennen, je plekje vinden, zeg je dan tegen jezelf. Na een half jaar ging het wat beter, maar er was natuurlijk al wel iets aan de hand. Na mijn studie kreeg ik een baan waarin ik totaal niet werd gewaardeerd en mijn klachten verergerden. Toen ik niet meer kon functioneren, ging ik naar de huisarts. Ik vertelde dat ik last had van hyperventilatie, paniek en stress en dat ik op mijn werk in tranen was uitgebarsten. Ik ben toen echt geknakt en heb drie maanden thuisgezeten. De huisarts stuurde me door naar de praktijkondersteuner die me een e-training liet doen met modules over mindfulness en ademhalingsoefeningen. Dat hielp aanvankelijk wel, maar door teveel stress – ik had twee banen – ben ik drie jaar later in 2020 alsnog ingestort. Ik hyperventileerde, had druk op mijn borst, was doodmoe en kon niets meer.”

”Ik heb ‘nee’ leren zeggen, ook tegen leuke dingen.”

Wat deed je?

”Ik wilde dolgraag hulp, begreep ook wat er aan de hand was, alleen die kreeg ik niet van mijn huisarts. Die wilde me weer doorverwijzen naar de praktijkondersteuner! Ik heb toen op eigen kosten psychologische hulp gezocht. Dat traject ben ik nu aan het afronden, het heeft goed geholpen. Ik merk dat ik het nu minder nodig heb.”

Waaraan merk je dat?

”Als zich nu stressvolle situaties voordoen, kan ik er veel beter mee omgaan, zonder te gaan hyperventileren. Ik sla nog steeds aan op bepaalde situaties, maar ik verkramp niet meer. Ik probeer angstgevoelens niet meer weg te drukken. Als je ze rustig toelaat, ze gaat voelen, zakken ze weg. Waar ik me voorheen schrap zette en probeerde weg te komen, weet ik nu: je kunt de leeuw maar beter in de bek kijken.”

Heb jij tijdens je psychologische sessies ook geanalyseerd waarom je dit soort klachten
ontwikkelde?

”Ja, ik moet bijvoorbeeld te veel van mezelf, ben altijd heel perfectionistisch geweest en wil het voor iedereen goed doen en door iedereen leuk gevonden worden. Dat vrienden mij vroeger op school een keer keihard hebben laten vallen, heeft daar onder meer mee te maken. Ik ben ook wel gepest. Ik was een super leergierig meisje, dat altijd haar hand opstak in de les. Een beetje een nerd. Ook thuis was het niet altijd fijn door spanningen tussen mijn ouders, die een tijdje op het punt stonden om te scheiden. Dat zijn wel dingen die sporen achterlieten.”

Je huisarts nam je niet serieus genoeg, hoe reageerden je ouders op de klachten waar je steeds meer mee naar buiten kwam?

”In het begin was er veel onbegrip. Die generatie is heel erg van ‘niet lullen maar poetsen’. Je gaat toch niet op je werk staan huilen?! Doe eens even normaal! Terwijl huilen op je werk natuurlijk het laatste was wat ik wilde, maar ik kón gewoon niet meer. Later snapten ze overigens wel beter dat er echt iets aan de hand was. Grappig genoeg – althans ‘grappig’ – heb ik veel vrienden die in dezelfde situatie zitten of zaten met burn-out klachten.”

Angst-, paniek-, burn-out-klachten. Is jouw generatie, de millennials, daar extra gevoelig voor denk je?

”Mijn generatie is opgegroeid met veel meer mogelijkheden. De wereld lag letterlijk voor ons open, overal valt wat te kiezen en alles lijkt bereikbaar. Dat geeft tegelijkertijd een enorme druk om te presteren. Er is geen excuus om te falen, dan ligt het namelijk aan jou. Ook de studiedruk is in mijn tijd enorm omhooggegaan. Een zesje? Nee! Het moet minimaal een acht zijn. Haal je je studiepunten niet dan moet je van je opleiding af. Naast je studie moet je dan nog een bijbaantje hebben, uitgaan, er verschillende vriendengroepen op na houden en leuk op sociale media staan.

Overigens denk ik dat niet alleen mijn generatie gevoeliger is voor psychische klachten. Er komt nu gewoon meer aan het licht. De generatie van boven de vijftig praatte veel minder over gevoelens. Mijn generatie doet dat vaker. Niet dat het nu vanzelfsprekend of gemakkelijk is om het over dit soort klachten te hebben. Het blijft moeilijk om te zeggen: ‘Het gaat niet zo goed met me’. Toen ik zelf naar buiten kwam met mijn klachten, kwamen er ineens meer mensen in mijn omgeving ‘uit de kast’. Een vriendinnetje vertelde dat zij anderhalf jaar daarvoor hetzelfde had meegemaakt. Ook overspannen geweest en bij de dokter gelopen. Daar wist ik niks van! Zo waren er meer vrienden die ineens vertelden over hun psychische klachten. En die, net als ik, een stap terug moesten doen. Ik dacht: ‘Jongens, dit kunnen we toch gewoon bespreken!!! Waarom hoor ik dit nu pas?!’ Iedereen gaat natuurlijk zelf over
hoeveel je vertelt, en hoe open je bent. Maar ik schrok wel van het feit dat veel mensen zich hiervoor schamen en er daardoor niks over durven te zeggen. Zelf had ik veel aan de wetenschap dat ik niet de enige ben met psychische problemen en dat ik altijd bij vrienden mag aankloppen.”

Is dat de reden dat je er ook open over bent in je radioshows?
”Klopt. Als ik op de radio vertelde wat er met me aan de hand was, zeiden mijn ouders wel eens: ‘Doe dat nou niet, dan krijg je nooit meer een baan’. Terwijl ik het in mijn positie juist essentieel vind om dat wél te doen. Er is veel herkenning onder luisteraars. Toen ik in 2020 twee maanden niet op de radio was geweest en bij terugkomst vertelde dat ik overspannen thuis had gezeten, kreeg ik bijvoorbeeld heel veel reacties van mensen. Dan weet ik; openheid helpt om het taboe verder te beslechten.”

In hoeverre is er in jouw generatie een stille pandemie gaande van psychische problematiek?

”Als ik zie hoeveel mensen, vaak ook jonger dan ik, alle ballen hoog proberen te houden. Die te maken hebben met een studieschuld. Die niet aan betaalbare woonruimte kunnen komen. Die aan alle hooggespannen verwachtingen proberen te voldoen. Ik krijg het ene na het andere berichtje van vriendinnen waarin ze vertellen dat ze thuis zitten omdat ze het niet meer trekken. En ik vrees echt dat er een tsunami aan psychische klachten aankomt, als we zo doorgaan. Ons is nooit geleerd om psychisch goed voor jezelf te zorgen. Daaraan zouden we meer aandacht moeten besteden.”

Hoe gaat het nu met je?

”Best goed. Ik heb een schriftje naast mijn bed liggen en daarin schrijf ik elke dag waarvoor ik dankbaar ben en wat er goed is gegaan die dag. Eens in de zoveel tijd lees ik dat terug. Als ik dan zie hoe ik er een half jaar geleden voor stond, is dat echt een wereld van verschil.”

Wat is het belangrijkste verschil?
”Dat ik naar mijn lichaam heb leren luisteren. Waar ik vroeger riep: ‘Help ik ben aan het hyperventileren, het gaat niet meer!’, daar pak ik signalen nu eerder op. Ik weet nu dat ik moet oppassen als ik misselijk ben, meer hoofdpijn heb, of vaker ruzie maak met mijn vriend. Dan ga ik bijvoorbeeld een middag thuis werken of zeg ik een afspraak af en doe ik even niks. Sowieso wandel en mediteer ik heel veel. En als het nodig is, bel ik mijn coach en plannen we een sessie in.”

Ben je als persoon ook veranderd, bijvoorbeeld in de zin dat je de lat lager legt, minder perfectionistisch bent en minder probeert te pleasen?
”Ja, maar het blijft een uitdaging. Daar zal ik de komende jaren nog wel mee bezig zijn. Soms wil ik in mijn enthousiasme juist weer teveel gaan doen. Dan moet ik mezelf echt terugfluiten. Maar ik ben wel echt minder streng voor mezelf geworden. Ik heb ook ‘nee’ leren zeggen, óók tegen de leuke dingen. Vroeger durfde ik, zelfs als mijn agenda al helemaal vol zat, geen ‘nee’ te zeggen als een vriendin gezellig wilde afspreken. Nu zeg ik: ‘Ik vind het heel leuk om met je af te spreken, maar mijn agenda is al vol. Dus liever een andere keer’. Op mijn werk geldt hetzelfde. Een fout maken vind ik nu niet meer zo erg. Het hoort erbij. Door fouten te maken, leer je. En kun je juist groeien. Dus inderdaad, ik heb best grote stappen gezet.”

Wist je dat?

Dit interview verscheen als eerst in het magazine de Vizier van de ADF stichting. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom angst en dwang en wil je de meest recente interviews en ervaringsverhalen lezen? Dat kan! Help mee als Vriend van de ADF stichting en ontvang Vizier voortaan viermaal per jaar in een neutrale envelop. Of Klik hier om het magazine gratis aan te vragen.

Uitgelezen?

Lees hier ook het interview met politica Caroline van der Plas waarin zij praat over zijn angsten. Of klik hier voor meer ervaringsverhalen en interviews.