Karin Bloemen over haar trauma’s én veerkracht

Karin Bloemen

Karin Bloemen (59) beschrijft in haar boek Mijn Ware Verhaal, haar traumatische jeugd getekend door seksueel misbruik, angst en geweld. Meer dan duizend keer werd ze verkracht door haar stiefvader. Interviewer Jeroen Mei praat met Karin over de gevolgen van haar jeugd en over haar veerkracht.

Interview: Jeroen Mei. Fotografie: Mark Uyl.

Is jouw jeugd alles bepalend geweest voor hoe jouw leven zich gevormd heeft?

“Nee, toch niet. In eerste instantie ben je daar heel bang voor. Maar er zit iets anders, iets sterkers, onder mijn vervormende ervaringen en trauma’s. Dat is het kind dat ik was voor ik vanaf mijn vroegste jeugd misbruikt werd door mijn stiefvader. Ik was een heel open, vrolijk en extravert meisje. En dat kind heeft opnieuw de kans gekregen om naar buiten te komen, want een kind wil alleen maar spelen. En ‘spelen’ is precies wat ik later alsnog ben gaan doen. Ik zeg ook nooit dat ik ga werken; ik ga spelen. Vanaf mijn 16e ben ik gaan zingen en dat gaf me een enorm gevoel van vrijheid, dat maakte me altijd zo gelukkig. Dat is denk ik heel helend geweest voor het beschadigde kind in mij. Zoals ik in mijn boek ook zeg: geluk is de zoetste wraak.”

‘Er is geen escape, je moet de confrontatie met het verleden aangaan’

Jouw talent is je redding geweest?

“Voor een deel zeker. Het gevaar is wel dat je de neiging krijgt om heel veel te gaan werken. Want het is een manier om ‘eruit’ te stappen. Ja, uit de pijn. Maar in je privé leven krijg je de klap altijd dubbel terug. Er is geen escape, je moet de confrontatie met het verleden aangaan, hoe lang je dat ook probeert uit te stellen.”

Je moet het monster in de bek kijken?

“Ja. En hoe inzichtelijker het wordt, hoe beter je jezelf begrijpt. En wat er gebeurd is, kunt kaderen en plaatsen. Dan leer je ook hoe je jezelf moet beschermen. Want als incestslachtoffer ben je grenzeloos, omdat je grenzen nooit gerespecteerd zijn, want ‘nee’ betekende niets. Mijn ‘nee’ was gecorrumpeerd.”

‘Het belangrijkste is opnieuw vertrouwen krijgen in de wereld, want dat is in je kern beschadigd’

Mensen met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) ontwikkelen klachten als disproportioneel reageren op situaties omdat een oude pijn getriggerd wordt, dissociatie van het gevoelsleven, nachtmerries, gevoelens van ontreddering, somberheid, angstigheid, snel schrikken, hyper alert zijn. Zijn dat dingen waar je tegen aan liep, die je herkent?

“Ja, allemaal. En tegelijk ook dat je in acute stresssituaties optimaal functioneert. Hoe gek het ook klinkt: dat is bijna vertrouwd. Als er rust is kan ik daarentegen lethargisch worden, lam slaan. Soms schrik ik van mijn eigen alertheid en roekeloosheid. Ik heb een keer een heel grote zwarte hond die de tuin inliep in zijn nekvel gepakt en weggeslingerd, omdat het baby’tje van mijn nichtje over de grond kroop. Zo ben ik ook een keer een inbreker achterna gegaan. Toen ik jong was en misbruikt werd, kon ik mezelf niet beschermen. Nu wel en als ik iets moet beschermen dan reageer ik heel primair.”

‘Ik heb geleerd om bij mijn gevoel te komen, om mijn schaamte los te laten … dat het niet mijn schuld was’

Karin Bloemen

Zit jouw trauma alleen bij de incest?

“Nee, dat zit ook bij het verlies van mijn echte vader met wie ik vanaf mijn vierde geen contact meer had doordat mijn stiefvader dat blokkeerde. Hij overleed toen ik veertien was. Mijn zussen en ik waren niet welkom op de uitvaart. Ja, bittere ervaringen. Het begon er al mee toen ik geboren werd en er gezegd werd; alweer een meid. Ik had een jongen moeten zijn. Mijn eerste echte pijn. Tijdens therapie realiseerde ik me dat ik altijd enorm mijn best heb gedaan, in werk, in alles…. Om mijn echte vader te laten zien; kijk eens wat ik kan en hoe goed ik mijn best doe. Altijd over grenzen heen gaan om te laten zien dat ik wel de moeite waard ben. Overpresteren om te compenseren dus.”

Op welk moment in je leven besloot je in therapie te gaan?

“Ik was pas 27. Ik werkte met Adelheid Roosen bij Purper aan een theatervoorstelling en zij herkende, vanuit haar eigen trauma, mijn gedrag, mijn vluchtroutes …

Zij: ‘Vrouw, jij moet gewoon eens naar een psychiater.’ Ik reageerde woedend: dan ben je gek! Dat was mij altijd ingeprent door mijn stiefvader. Adelheid vertelde over haar ervaring met psychiaters, psychologen en therapie en dat hielp. Heel langzaam kwam het besef dat een psychiater een gesprekspartner is die je nodig hebt om inzicht te krijgen in je pijn, je verdriet en je angst. Dus ga er eens mee aan de slag, trut! Terwijl ik de eerste keer mijn verhaal vertelde, zaten er twee psychiaters tegenover me te huilen. En ik werd alleen maar kouder. Nou, zo erg is het toch ook weer niet, dacht ik. Ik was alweer die hele muur aan het opbouwen, één blok ijs. Volledig gedissocieerd! De week erop weer gegaan en de week daarop … en alles kwam er uit; huilen, huilen, huilen.”

Wat zijn de belangrijkste dingen die je geleerd hebt dankzij therapie?

“Ik heb geleerd om bij mijn gevoel te komen, om mijn schaamte los te laten… dat het niet mijn schuld was.

Maar ook dat ik het niet alleen kan. Om hulp vragen en mensen leren vertrouwen, dingen uit handen geven. Het kan niet allemaal perfect zijn, accepteren wat is. Het belangrijkste is opnieuw vertrouwen krijgen in de wereld, wat dat is natuurlijk in je kern beschadigd. En ook jezelf vergeven en van jezelf leren houden, want dat is eigenlijk opdracht nummer één.”

‘Het was helend om te zien hoe mijn Marnix met onze kinderen omging.

Ooh, zo kan het dus ook!’

Heb je uiteindelijk ook de mensen die verantwoordelijkheid droegen voor wat jou is overkomen vergeven, zoals je moeder die het liet gebeuren?

“Ja. Ze is trouwens in 2015 overleden. Heel hard heb ik haar aangepakt, die was niet blij, maar tot het laatst heb ik voor haar gezorgd. Blijven hangen in wrok, daarmee deed ik alleen mezelf pijn; altijd met die kaken strak op elkaar. Het is zinloos, je verbrandt jezelf, het maakt je leeg en vreet je op. Vergeven doe je ook voor jezelf. Mijn stiefvader is al langer dood, dat was gewoon een heel zieke geest, daar kan je verder niets mee.”

Heb je in dat hele proces ook medicatie gebruikt?

“Nee, ik heb een aversie tegen antidepressiva. Ik ben bang dat je daarmee iets wegdrukt dat gehoord, gezien en gevoeld moet worden. Dáár moet je mee aan de slag gaan. Toen ik echt depressief was tijdens een burn out die ik eind jaren negentig kreeg, ben ik gezonder gaan eten, vastenkuren gaan doen – ik zag het vuil uit mijn poriën komen – dagelijks gaan wandelen en in psychotherapie gaan analyseren wat er allemaal speelde op dat moment. Daarmee ben ik eruit gekomen.
Er zijn natuurlijk situaties waarin medicatie een uitkomst en noodzaak is. Zoals het verhaal van Mike Boddé (cabaretier, bekend van o.a. de Mike & Thomasshow, red.) die zwaar depressief was. Door de juiste medicatie is hij er nog steeds en eindelijk gelukkig. Heel gaaf. Maar soms denk ik wel eens dat er iets te snel een pilletje wordt voorgeschreven. Eén tot anderhalf miljoen mensen slikt antidepressiva. Mijn hemel, dat is toch veel te veel!”

Je bent al ruim 25 jaar samen met Marnix met wie je twee dochters (Eliane, 20, Iona, 21) hebt gekregen. Hoe heb je dat ervaren?

“Dat voelde voor mij alsof de kosmos zei: je hebt je lichaam geaccepteerd, jij kan dit. Heel lang was aan kinderen beginnen een absolute no go. Een te groot risico. Kan ik hen wel beschermen?! Dat vertrouwen, dat ik dat wél kon, is een enorm cadeau geweest. Vervolgens is het natuurlijk heel helend om te zien hoe het ook kan. En om te zien hoe mijn Marnix met ze omging. Ooh, zo kan het dus ook!”

‘Eten is voor mij altijd troost geweest en iets waar ik controle over had’

Hoe hard je ook aan jezelf gewerkt hebt, blijft er altijd een litteken op je ziel?

“Het gaat nooit, nooit, helemaal weg. Je blijft altijd dat litteken voelen. En dat trekt en zeurt soms een beetje en zal je altijd blijven herinneren aan wat fout was.

In 2018 kreeg ik twee nieuwe knieën en mijn opname in het ziekenhuis was een enorme trigger. Ik voelde me totaal gevangen, volledig machteloos en compleet afhankelijk. Er was een fysiotherapeut die met me wilde oefenen en dat dan doodeng vinden. Helemaal in paniek raken en huilen als een baby, trillen, shaken, ik kan het echt niet!”

Je was terug in de gevangenis?

“Ja, enorm. Ik ben uit de gevangenis van mijn jeugd ontsnapt, maar wat als die gevangenis nog steeds in jou zit? Dat was voor mij de aanleiding om aan het boek te beginnen dat ik al wilde schrijven. Alles nog een keer op een rijtje zetten om me daarna lichter en vrijer te voelen. Je krijgt ook overzicht, het verheldert, verduidelijkt en als het op papier staat wordt het ook onontkoombaar.”

Je bent ook letterlijk lichter geworden en 25 kilo afgevallen.

“Tijdens het schrijven van het boek heb ik een afslankkuur gevolgd. Bizar genoeg ging dat bijna gelijk op; ik voelde me bevrijd van ballast in mijn hoofd, maar ook van ballast in mijn lichaam. Eten is voor mij altijd troost geweest en iets waar ik controle over had; ik heb ontbeten met karamelblokken en dan voor de lunch glacékoeken. Veel mensen die misbruikt zijn, bouwen een beschermlaag om zich heen; een buffer tussen zichzelf en de buitenwereld. Van Kooten en De Bie zeiden het vroeger al: fysiek is altijd psychisch.”

Jij hebt het gered ondanks misschien wel de meest heftige vorm van beschadiging die er is.

“Ik zie mezelf ook liever als overlever dan als slachtoffer. Dat is ook wat ik in mijn boek probeer te laten zien; je kunt herrijzen uit de narigheid. Maar er zijn ook mensen die het niet redden en die voor de trein zijn gesprongen. Of de mensen die er nog wel zijn en het heel moeilijk hebben. Die moeten we helpen en heel veel liefde geven en ze laten praten, praten, praten. Net zo lang tot het klaar is. Sowieso altijd praten, want als je dat niet doet is de enige die je beschermt de dader.”

Wist je dat?

Dit interview verscheen als eerst in het magazine de Vizier van de ADF stichting. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom angst en dwang en wil je de meest recente interviews en ervaringsverhalen lezen? Dat kan! Help mee als Vriend van de ADF stichting en ontvang Vizier voortaan viermaal per jaar in een neutrale envelop. Of Klik hier om het magazine gratis aan te vragen.

Uitgelezen?

Lees hier ook het interview met neuropsycholoog Erik Scherder waarin hij praat over zijn angsten. Of klik hier voor meer ervaringsverhalen en interviews.