Einde oefening

Ik sta op van de ontbijttafel. De pijn in mijn rechterbeen is bijna niet te verdragen, zitten kan ik niet.
Dan eet ik mijn yoghurt met muesli maar staand. Maar als ik sta, neemt de pijn nauwelijks af. Ik word
misselijk en duizelig. Frisse lucht heb ik nodig en strompelend loop ik naar buiten. De frisse lucht
helpt niet en er verschijnen vlekken voor mijn ogen.
Dit is onzin. Waarom hier? Waarom nu? Ik zit niet eens in een vliegtuig of bus.
Het komt goed Arlen, het komt goed, zeg ik tegen mezelf. Het komt goed Arlen. Rustig ademhalen.
Maar het mantra helpt niet, de vlekken voor mijn ogen worden groter en uit voorzorg kniel ik neer op
de stoep voor het hotel. Ik ga zitten en leun met mijn rug tegen de gevel. De pijn in mijn rechterbeen
is verdwenen.

Het is donker. Ik probeer uit bed te stappen, maar dat lukt niet. Iets houdt me tegen. Krampachtig
probeer ik mijn benen uit bed te krijgen. Het is aardedonker en ik moet uit bed komen. Waarom
weet ik niet, maar het is belangrijk dat ik uit bed kom.
Dan hoor ik stemmen. Een mannenstem en een vrouwenstem. De stem van Jeannette.
‘Arlen, hoor je mij? Arlen?’
Waarom wil Jeannette weten of ik haar hoor?
Drie, vier keer hoor ik Jeannette vragen of ik haar hoor, voordat ik bedenk dat ik ook iets terug kan
zeggen.
‘Ja, ik hoor je.’
Het wordt een beetje licht en voor mij zie ik het silhouet van een staande man. Ik lig niet in bed. Ik lig
buiten op een stoep.
‘Gaat het, Arlen?’ vraagt Jeannette.
‘Ik zie bijna niks.’
‘Do you want an ambulance?’ vraagt de man.
‘No. No.’
Een ambulance is het laatste wat ik wil. Laten we de commotie alsjeblieft niet groter maken.

Gisteren kwamen we aan in Dillon, Montana, na vier weken fietsen. Maar sinds ongeveer twee
weken fietste ik met een stekende pijn in mijn rechterbeen. Eerst vooral ’s ochtends en dan trok
tijdens het fietsen de pijn wel weg. Maar gaandeweg bleef de pijn. Afstappen en opstappen werd een
moeilijke opgave. Zitten op een stoel werd al snel pijnlijk. Gelukkig had ik in bed nauwelijks ergens
last van en sliep ik goed. Tot vandaag.

De volgende dag brengt Jeannette mij naar de eerste hulp van het Barrett Hospital in Dillon. Bij de
ingang hangt een bordje: iedereen die hulp nodig heeft, krijgt deze. Verzekerd of niet. Hoewel we
een reisverzekering hebben afgesloten, is dit een bemoedigend teken.
Het is rustig bij de eerste hulp en we worden meteen naar een behandelkamer gebracht. Een
verpleger meet mijn bloeddruk, hartslag, zuurstofgehalte. Een verpleegster bepaalt mijn BMI, luistert
naar mijn hart en longen en doet enkele reflextesten. Dan komt Dr. Gregory Moore binnen. Hij voelt
aan mijn onderrug, drukt op een hele vervelende plek (daar zit het) en meet ook mijn reflexen. Zijn
diagnose: de enkelreflex in het rechterbeen is vertraagd. Dat betekent een serieuze aantasting van
de zenuwbaan en een dringende medische indicatie voor een spoed-MRI. Binnen een half uur lig ik in
de MRI met jaren tachtig muziek in mijn oren.
Een uurtje later volgt de uitslag: de scan laat een duidelijk uitstulping van een tussenwervelschijf zien
die stevig tegen de zenuwbaan drukt. Ik heb een hernia. Ik mag geen zware dingen tillen en ik moet
rust houden. Ik mag voorlopig niet hardlopen en niet meer fietsen. Als ik dat wel doe, is de kans
groot dat de uitstulping van de tussenwervelschijf kapot gaat en dan heb ik een groot probleem. Mijn
rechterbeen kan dan zelfs verlamd raken.

Niet meer fietsen. Mijn Trans America Bicycle Trail www.gafietsen.wordpress.com, zevenduizend
kilometer lang, eindigt al na vier weken, 1895 kilometer fietsen, in Dillon, Montana.

Zoeken
X