Met knikkende knieën zette ik de laatste stap op de ladder. In de afgelopen weken heb ik al meerdere keren op de steiger gestaan om de kozijnen in onze vier-en-een-halve meter hoge woonkamer op te schuren, schoon te maken en te schilderen, dus ik ben al heel wat gewend, maar dat ene kozijn… Ik kon er net niet bij met de steiger, dus die moest met de trap en dat was toch een stuk spannender. Met lichte paniek in mijn stem roep ik ‘Ronald, kan je even komen?!’ en het volgende gesprek vindt plaats:

Ronald onderaan de trap: ‘Ja lieverd, ik ben er. Zeg het eens’
Ik: ‘Kun je alsjeblieft onderaan de trap blijven staan, ik vind dit wel een beetje spannend zo hoog.’
Ronald ‘Dat is toch helemaal niet nodig, de trap staat stevig en hij is geblokkeerd met de steiger, er kan niks gebeuren.’
Ik: ‘Ja maar het voelt gewoon niet fijn, ik moet me helemaal uitrekken op het puntje van de trap. Ik mis houvast’
Ronald: ‘Zal ik het dan doen? Ik kan het wel even van je overnemen.’
Ik ‘Nee dat wil ik niet, ik wil het zelf doen.’
Ronald: ‘Oké, prima, maar wat doe ik hier dan? Ik kan je echt niet opvangen als je valt…’
Ik ‘Het geeft me gewoon een veilig gevoel dat je daar staat.’
Ronald: ‘Fijn dat ik jou dat gevoel kan geven.’
Dit gesprek is me zo bijgebleven, omdat er zoveel inzit… Ronald wil graag helpen, hij stelt me gerust, biedt aan om het van me over te nemen en is blij dat hij iets voor me kan doen. Helpen zit in onze aard, we doen het graag voor de mensen van wie we houden, dat geeft voldoening.

In gesprek met naasten
Regelmatig spreek ik naasten die vertellen over hun dagelijks leven. Een moeder die haar zoon met smetvrees helpt bij het openen van een deur en het wassen van zijn handen. Een volwassen zoon, die boodschappen doet voor zijn moeder, omdat zij de deur niet meer uit durft. Een vrouw die geen mensen meer thuis uitnodigt, omdat het teveel is voor haar man. Op zich lijken het ‘kleine dingetjes’ die je even voor een ander doet, maar als de angst- of dwangklachten van je partner, of kind langer aanhouden en als de zorg steeds intensiever wordt, kan dit druk op je relatie geven.

Het doet me denken aan de ziekenhuis serie ‘New Amsterdam’. In deze serie wordt Dokter Max Goodwin de nieuwe directeur van het ziekenhuis. Hij voert een nieuw beleid in waarbij hij zelf veel op de werkvloer is: het personeel spreekt hem voortdurend aan en vraagt hem van alles. Zijn standaard antwoord: “Hoe kan ik helpen?” In het begin is het inspirerend om te zien hoe deze ‘hands on’ directeur het ziekenhuis draaiende houdt, maar in de loop van de serie zie je langzaam aan hoeveel energie het hem kost. Ook Dokter Goodwin is maar mens en heeft zijn beperkingen.

Zo werkt het ook met naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Wanneer smetvrees ervoor zorgt dat er weerstand komt tegen lichamelijk contact, komt de intieme relatie met je partner onder druk te staan. Aan de ene kant wil je rekening houden met je partner, aan de andere kant heb je ook je eigen behoefte aan contact en kun je het gevoel hebben dat je leeg loopt.
Als je kind je elke avond uren nodig heeft om handelingen uit te voeren voor het slapen gaan (controleren, tikken, tellen, woorden herhalen) komt de relatie met je andere kinderen en je partner onder druk te staan. De aandacht gaat vaak naar het kind waar je je zorgen om maakt en je hebt minder tijd en energie voor je andere kind(eren), je partner en jezelf.

‘Ik gun hem zoveel beter’
Van de week sprak ik een man die vertelde dat zijn broer een angststoornis heeft. Hij vertelde me: “Ik gun hem zoveel beter, omdat ik weet hoe het leven ook kan zijn”. Dat is het ook vaak hè, als naaste gun je de ander zoveel meer en beter en zie je heel veel oplossingen. Het voelt dan zo machteloos om van de zijlijn toe te kijken hoe de ander verder in de put komt.

Totdat we er zelf bij neervallen.
Dus gaan we helpen. Helpen door te luisteren, te praten, gerust te stellen, dingen over te nemen. Helpen vanuit empathie, we voelen mee met de ander. Helpen om ons eigen gevoel van onmacht weg te nemen. Helpen totdat we er zelf bij neer vallen. En wie vangt ons dan op? Er is een grens aan wat je als naaste voor de ander kunt betekenen en laat dat nou net een van de lastige dingen zijn waar je als naaste tegenaan loopt: het voelen van je eigen grenzen en bewaken van je eigen grenzen.

We hebben dan ook bij de ADF Stichting besloten om een groep voor naasten op te starten om dit soort thema’s te bespreken. In het najaar start de supportgroep. Lijkt het jou ook fijn om met anderen in contact te komen die ook een naaste hebben met psychische problemen? Stuur dan een mail naar; lotgenotencontact@adfstichting.nl .

Ellemieke is moeder van twee puberende zoons en ze werkt als coördinator voor lotgenotencontact en trainingen bij de ADF Stichting. Zelf heeft ze ervaring met angstklachten en PTSS in haar jeugd en haar man heeft last van dwang. 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *