Welcome?

Enigszins nonchalant begin ik aan de incheckprocedure. Onze namen verschijnen netjes op het scherm, de stoelreserveringen kloppen en dan verschijnen nog wat vragen die ik niet verwachtte, maar vast te maken hebben met het vliegen naar Amerika: nationaliteit, paspoortnummer, adres in de Verenigde Staten. Ik vul alles braaf in en klik op het knopje ‘continue’. Dan gaat er iets mis, tenminste dat moet wel, gelet op de verontrustende melding op het scherm: ‘Check-in failed’. In mijn eerste reactie, een soort automatische reflex, denk ik dat ik zelf iets verkeerd heb gedaan. Verkeerde knopje aangeklikt, typefoutje gemaakt, of een andere onschuldige fout heb gemaakt. Maar de zin eronder is nog verontrustender: ‘Passengers are not accepted on some flights’.

Ik dacht deze zondag anders door te brengen, maar aangemoedigd door de e-mail van Icelandair was ik vast begonnen om online in te checken. Ik blijf het vreemd vinden, ruim een dag voor vertrek al inchecken. Hoewel we al gereserveerde stoelen hebben en dit vroege inchecken dus meer een formaliteit is, zonder echte noodzaak of voordeel, moest het maar. Het herinnerde me wel in alle hevigheid aan onze aanstaande vlucht. Sowieso werden we de afgelopen week zo ongeveer om de andere dag bestookt met een mail van Icelandair. ‘Class up! Get upgraded on your Icelandair flight’ en ‘Pre-order your favourite meal’ schreeuwden de mails ons toe. Kunnen die luchtvaartmaatschappijen niet ook een beetje compassie tonen met de angsthazen onder ons voor wie vliegen geen feest is?

Ik roep Jeannette.
‘Moet je kijken, wat een rare melding,’ zeg ik.
‘Hé, dat kan toch helemaal niet, waarom dan?’ vraagt ze.
‘Van Amsterdam naar Reykjavik is geen probleem, maar bij Reykjavik – Portland staat dat we de ESTA website moeten gebruiken om toestemming te krijgen.’
‘ESTA? Hoezo?’
‘Ja, dat moet je normaal gesproken gebruiken om naar Amerika te gaan, maar wij hebben een visum.’
‘Hadden we dan nog iets anders moeten regelen?’
Ik twijfel. Hadden we nog iets anders moeten regelen? Maar dat zouden ze ons dan toch wel op het Amerikaans consulaat verteld hebben? Ben ik iets vergeten? Ik vergeet wel eens wat, maar ik moet er geen gewoonte van maken om hele belangrijke dingen te vergeten.

Afgelopen dinsdag kreeg ik nog de schrik van mijn leven toen ik mijn paspoort niet meer kon vinden. Ik had die ochtend kopietjes gemaakt van onze paspoorten (altijd handig op reis) en ’s avonds zat wel het paspoort van Jeannette, maar niet dat van mij in mijn tas. Zou het nog onder het kopieerapparaat liggen? Ik vreesde van wel. Ik twijfelde of ik het Jeannette moest vertellen of gewoon zou hopen dat ik het de volgende nog onaangeroerd onder het kopieerapparaat zou terugvinden. Ik kon me alleen niet voorstellen dat niemand die dag nog een kopietje had gemaakt. Ik belde het CBS, in de hoop dat de beveiliging mijn paspoort zou kunnen opsporen. Terwijl ik belde kwam Jeannette beneden.

‘Wie was dat?’ vroeg ze.
Ja, toen moest ik het wel zeggen.
‘Maar daar zit ook het visum voor Amerika in!’ zei ze met overslaande stem.

De bewaking had zeker drie kwartier nodig, voor ze tijd zou vinden om het bewuste kopieerapparaat aan een onderzoek te onderwerpen. Drie kwartier waarin Jeannette zich hoofdschuddend afvroeg of onze reis naar Amerika nog wel door kon gaan en ik stilzwijgend mezelf afvroeg hoe ik zo stom had kunnen zijn. Maar na drie kwartier kwam het bericht dat mijn paspoort nog onaangeroerd op de glasplaat onder klep lag. Zou ik nu voor ons visum iets essentieels over het hoofd hebben gezien?

Het is zondagochtend, maar de klantenservice van Icelandair is 24/7 bereikbaar, dus ik ga bellen. Bereikbaarheid is een rekbaar begrip. Klantenservice ook. Er zijn 24 wachtenden voor me. Als dat er na drie minuten nog steeds 24 zijn, hang ik op. Heeft dit wel zin?
Maar ja, wat is het alternatief? Ik bel weer, kies in het keuzemenu deze keer voor Engels, maar dat verandert niks aan het aantal wachtenden in de rij. Nog steeds 24.

Drie kwartier later ben ik dan toch aan de beurt. De Icelandairmedewerker zegt eerst dat het waarschijnlijk een ‘random pick’ is. Dat we eruit getrokken zijn voor een extra controle op het vliegveld. Maar als ik zeg dat we geen ESTA hebben, maar een visum in ons paspoort, dan haalt de medewerker hoorbaar opgelucht adem: ‘O, dan is dat het. Dat is afwijkend, dat moeten we controleren op het vliegveld.’

Ik ben er toch niet helemaal gerust op. En wie verzint de melding ‘Passengers are not accepted on some flights’? Wat kan er allemaal misgaan als je naar de VS wilt vliegen? Ineens wordt alles weer onzeker. Mogen dadelijk de fietsen toch niet mee, of is het visum niet goed. En als alles wel goed is, dan krijg ik vast een paniekaanval in het vliegtuig. Nee, dat laatste vast niet, toch? En als het visum niet goed is, dan gaan we toch gewoon in Europa fietsen, hoef ik ook niet te vliegen…

’s Avonds maak ik nog wat eten klaar om mee te nemen in het vliegtuig. Aarzelend pak ik een stuk komkommer. Mijn maag en darmen trekken zich samen. Waarom lijken komkommers tegenwoordig zo veel op de romp van een vliegtuig? Waren komkommers vroeger niet veel krommer?
Ik wil me niet laten kennen. Of het wel of niet op een vliegtuig lijkt, ik neem het stuk komkommer mee.

De volgende dag staan we ruim op tijd in de rij om in te checken. De baliemedewerkerster is zeker een kwartier bezig om alle gegevens van ons visum in te voeren, maar dan krijgt ze groen licht en kunnen we verder. We mogen mee. We zijn ‘accepted on the flight’. Door naar de security. Met alle kabeltjes, opladers en elektronica willen ze mijn tas altijd aan een nadere inspectie onderwerpen. Maar de aandacht gaat deze keer niet uit naar mijn tablet, gps of batterijlader. Nee, in het bovenvakje van mijn rugzak zit iets, of ze even mag kijken, vraagt de beveiligingsbeambte. Voorzichtig, met blauwe plastic handschoentjes aan speurt ze in mijn rugzak. Dan haalt ze bijna triomfantelijk iets tevoorschijn.

‘Wat is …’ begint ze, maar dan ziet ze het zelf ook.
Mijn maag en darmen trekken zich weer samen. Wat heb ik tegenwoordig toch met komkommers?

Ruim twee uur voor vertrek staan we al bij de gate. Ik neem een reispilletje en een oxazepam. Zeker een kalmeringspilletje kan ik nu wel gebruiken. Maar de vluchten gaan voorspoedig en om 19:34 uur plaatselijke tijd, een half uurtje later dan gepland, landen we op Portland International Airport.

Als we bij de douane komen staat er al een behoorlijke rij van medepassagiers.
‘ESTA this way, other visa that way,’ staat een dame te roepen en te gebaren.
Iedereen heeft ESTA, behalve wij, dus staan we zonder wachtrij meteen bij een stevige douanebeambte van wie het zwarte uniform bijna op springen staat. Hij neemt onze paspoorten aan en kijkt naar zijn scherm. Zonder zijn ogen van het scherm te halen en zonder zijn lippen te bewegen murmelt hij wat: ‘Wurketvisa?’ Het klinkt als een vraag. Ik aarzel en dan kijkt hij me vragend aan.
‘Eh, Amsterdam,’ zeg ik.
Maar dat was niet het goede antwoord. Waarom we een visum hebben en geen ESTA, wil hij weten. Ik leg het uit, maar hij lijkt niet erg onder de indruk. We moeten van al onze vingers en duimen vingerafdrukken laten scannen, we krijgen stempeltjes in onze paspoorten en dan aarzelt hij even. Hij pakt traag onze paspoorten, tikt ermee op zijn bureau en reikt ze dan aan mij.

‘Welcome to the United States of America,’ zegt hij.

Zoeken
X