Komkommerangst

Nietsvermoedend open ik de koelkast. Het is woensdagavond, zes uur en ik ben eten aan het klaarmaken. De rijst staat op, de kip kerrie pruttelt, nu alleen nog een salade maken. Ik pak de ijsbergsla en de tomaatjes. Onderin ligt de komkommer, een dreigende komkommer. Ik aarzel, mijn maag en darmen trekken zich samen en een rilling loopt over mijn armen en rug. Wat is dat toch?

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden, januari 2016. Ik mocht op dienstreis naar Bonaire, met de nadruk op mocht. Collega’s waren jaloers en ik liep stralend over de afdeling. Maar het plezier was van korte duur, want ondanks een behoorlijk reisverleden, ik had de halve wereld al overgevlogen, sloeg de vliegangst toe. Ik schaamde me en zocht wanhopig naar een goed excuus om niet te gaan. Het scheelde niet veel of ik had me, fietsend naar huis, door een auto laten aanrijden.

Toen de huisarts de diagnose stelde, geloofde ik het eerst niet. Ik zag op tegen de vliegreis, maar een angststoornis? Dat leek me onwaarschijnlijk. Ik was beheerst, rustig en had altijd alles onder controle. Dat was ook wat mensen van me zagen, dat was de buitenkant. Maar inmiddels gierden de stresshormonen door mijn lijf en langzaam maar zeker kreeg ik het in de gaten.

Alles wat ik zag of hoorde deed me aan vliegen denken. Ik kon niet buiten komen of ik zag de condensstrepen van vliegtuigen in de lucht en de reclame voor de mooiste vliegvakanties in bushokjes. Hoe konden al die mensen zo gemakkelijk en onbezorgd met een vliegtuig meegaan? Zelfs toen ik een salade wilde maken werd ik aan vliegen herinnerd. Ik pakte een komkommer uit de koelkast en ineens viel het me op hoeveel een komkommer lijkt op de romp van een vliegtuig.

Nog ruim twee weken en dan gaan we. Dan gaan Jeannette en ik naar Portland aan de westkust van de Verenigde Staten. Eerst drie uur naar Reykjavik en dan acht uur naar Portland. Lange vluchten. Dan kan er veel misgaan. Maar de spanning viel nog mee. Tot vandaag. Tot ik een komkommer pakte.

Zoeken
X